Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

1914 - 1918
Een gezin uit Muizen in het middelpunt van de oorlog
 
 
 
Tekst: P.De Vuyst

Inleiding

Geschiedschrijving geeft ons vaak niet de kans om voorbij de feitelijke informatie te kijken.  Eén van die aparte aspecten betreft gezinnen met kinderen in de Grote Oorlog. 

Het kunnen terugvinden van persoonlijk ervaringen is niet eenvoudig maar zeer belangrijk om een realiteit van het dagelijkse leven terug te vinden voorbij algemeenheden, feiten, propaganda en dergelijke meer.  Deze andere realiteit kan men het best afleiden, aflezen, uit brieven en kaartjes uit de persoonlijke levenssfeer. 

In de maanden augustus september 1914 vertrekken er ongeveer 190.000 Belgische soldaten naar de oorlog.  Ongeveer één miljoen kinderen hadden moeten vertrekken naar de schoolbanken.  Niet alle militairen zijn jong en ongehuwd; velen zijn echtgenoot en vader van één of meerdere jonge kinderen. 

De oorlog zal hen scheiden op verschillende manieren.  Bij de één zitten de kinderen in het door de vijand bezette België, bij de ander is het gezin gevlucht naar Nederland, Engeland of Frankrijk.

De kinderen in bezet gebied zijn moeilijk bereikbaar voor vader-soldaat.  Dit is anders bij militairen waarvan het gezin mee gevlucht is naar één van de buurlanden.  In een zeldzame periode van verlof kan vader z’n gezin opzoeken.  Terwijl ontstaat tussen respectievelijk de kinderen en de echtgenote een druk postverkeer, heen en terug, door middel van eenvoudige kaartjes. 

De opvoeding van de kinderen was ondertussen tijdens de oorlogsjaren bijna uitsluitend een taak van de moeder.  De inbreng van de vader-soldaat zal zich beperken tot enkele lijntjes tekst, vaak met wat raad en hoop.

Hoeveel Belgische soldaten hun gezin konden bereiken in onbezet gebied is niet duidelijk.  Bij veel soldaten was contact met het gezin mogelijk en werd er tevens druk heen en weer geschreven.  Het feit dat vader aan het front zat, en dus in gevaar was, noopte de vader-soldaat om nooit erg lang te wachten met schrijven om onrust thuis te milderen bij z’n “Réfugiés Belges”.

Het gezin

Op 5 juli 1913 huwden François van Loock en Clementina Spoelders.   Vader François werd geboren te Muizen op 14 augustus 1891.  Clementina was twee jaar jonger dan haar man (zij werd geboren te Hombeek).  Het oudste zoontje Frans Jan Van Loock kwam op de wereld te Muizen op 12 november 1913.

Het jonge gezin Van Loock uit Muizen bij Mechelen vlucht in 1914 richting West-Vlaanderen.  François, Clementina en hun zoontje  vrezen het nakende oorlogsgeweld.  De zwangere Clementina zal enkele dagen na Kerstdag, op 28 december 1914, in De Panne, van een tweede zoontje, Alphonse Philippe Silvestre, bevallen. 

Frankrijk

De aanhoudende beschietingen doen hen beslissen om verder te vluchten.  Uiteindelijk komen zij terecht in Mayenne op de volgende locatie:

Straatnaam: Le Bas Guillaume

Gemeente: Loigné-sur-Mayenne

Arondissement: Chateau-Gontier

Departement: Mayenne

Regio: Pays de la Loire

Vader François neemt tijdens de oorlog dienst als soldaat en komt bij de artillerie terecht.

Kaartjes

Postkaarten werden toen met de miljoenen aangemaakt en verkocht.  Het verkeer van kaartjes zal in de oorlogsjaren enorm toenemen.   Het is snel en goedkoop.  De populariteit van de kaartjes zal ervoor zorgen dat de afbeeldingen op de kaartjes meer en meer gebruikt worden als propagandamiddel bij uitstek.  Bovendien werd in Frankrijk sinds 1909 toegelaten om het adres van de bestemmeling, en de boodschap, op de achterzijde van het kaartje te plaatsen wat ertoe leidde dat de afbeelding groter kon afgebeeld worden en dat er meer ruimte was voor de boodschap op de achterkant links.

Militairen kunnen hun kaartjes gratis versturen onder de vermelding “S.M.” of “Service Militaire” in de rechterbovenkant.

De kaartjes beslaan een enorm bereik aan thema’s; van “Gelukkig Nieuwjaar” tot afbeeldingen die direct in verband staan met de oorlog en de oorlogspropaganda ondersteunen.  Steeds meer ziet men afbeeldingen van kinderen zelf.  De ruime keuze aan afbeeldingen laat toe om in de keuze van het kaartje reeds een boodschap mee te geven aan de bestemmeling.

De boodschap

Doorgans zijn er drie partijen die een boodschap wensen op te sturen; de vader, de moeder en de kinderen.  In het geval het kaartje een meer persoonlijke boodschap draagt, bijvoorbeeld voor de echtgenote, zal de vader het kaartje niet open versturen onder de letters “S.M.” maar onder enveloppe.

Een kaartje kiezen doen de kinderen zelf of met behulp van moeder.  Evenzeer zal de moeder haar hulp, bij het meegeven van een boodschap op het kaartje, stijgen naarmate de leeftijd van het kindje jonger wordt.

Uit de boodschappen vallen enkele algemene lijnen af te leiden:

  • het gemis van een ouder, de vader, in het gezin (vaderfiguur)
  • de afwezigheid van de echtgenoot (de geliefde)
  • de vrees voor de oorlog
  • hoop op een spoedig einde van de oorlog (de duur van de oorlog)
  • hoop op het elkaar spoedig weer te kunnen zien

De boodschappen zelf zorgen voor:

  • regelmatig contact
  • uitingen van liefde en zorgzaamheid
  • informatie over de wederzijdse situatie (gezondheid, toestand)

Kleine Belgische bannelingen in het grote Frankrijk

De strijd leverde onnoemelijk grote verliezen op.  Verliezen die later zouden aangevuld dienen te worden.  Daar de situatie in het kleine stukje onbezette België verhindert dat er veel gedrukt wordt, ziet men dat de oorsprong van de meeste kaartjes Frans is.  Hier en daar zit in het album een Engels kaartje. 

De Franse soldaten kunnen in veruit de meeste gevallen nog steeds naar huis want enkel een beperkt stuk van hun grondgebied wordt door de Duitsers bezet.  Voor de Engelse militairen is het naar huis terugkeren voor iedere soldaat mogelijk.  Voor Belgische soldaten is de situatie compleet anders. 

De kinderen van gevluchte gezinnen komen in contact met propaganda via postkaarten.   De houding van deze kinderen wordt door de afgebeelde boodschappen beïnvloed.

Het betreft een soort propaganda die erop gericht is kinderen voor te stellen als toekomstige soldaten (plaatsvervangers van hun vaders).  De zonen dienen zich geroepen te voelen om zich, net als vader, voor te bereiden op het soldaat zijn.  De fantasiekaartjes voedden dit idee en beelden de kinderen af met geweren en sabels.  Niemand weet immers hoe lang de oorlog nog zal duren en ondertussen is de tol aan mensenlevens hoog.  De Grote Europese Oorlog zou uiteindelijk pas eindigen in 1945 en het zullen inderdaad deze kinderen zijn die de strijd zullen moeten verder zetten in 1939.

Ik wil soldaat zijn

Vader François, soldaat in actieve dienst,  verstuurde dit kaartje tijdens de oorlog aan z’n beide zonen.  Achter deze eerder naïeve afbeelding schuilt pure oorlogsretoriek.  Kleine kinderen worden voorgesteld als toekomstige strijders.  Dit kindje zal alvast oefenen met het schieten op z’n knuffels…

Wat voorspeld wordt, zal zich echter realiseren. In 1940 namen veel oudstrijders “ 14-18“ met angst afscheid van hun soldaat-zonen; van fantasiekaart tot bittere realiteit, van onschuld tot betrokkenheid.

Sommige kinderen zijn nog niet in staat om te lezen noch om te schrijven.  Met de steun van moeder ontstaat het eerste contact.  Later zullen de oudsten zelf kunnen schrijven en zo ook in naam van de jongere broers of zussen.

Zoontje Frans schrijft aan z’n vader François; we lezen Loigné 10 juni 1917.

“Mijne liefste papa

Papa ik heb uw schone kaart ontvangen en nu stuur ik één terug naar mijne liefste papa want ik vergeet u nooit niet en op deze kaart schrijf ik een brief naar mijn liefste papa en u niet vergeten veel kussen te geven van Loigné naar Eu voor mijn liefhebbende papa.  Ontvangt de vriendelijke groetenissen van uwe zoon Frans Van Loock.”

(Noot: te Eu bevindt zich het opleidingskamp voor artillerie of het C.I.A.; Centre d’Instruction d’Artillerie).

Moeder

De relatie tussen man en vrouw, een vader en een moeder, wordt door de oorlog danig verstoord op relationeel en emotioneel vlak.

Misschien vat de tekst op een kaartje de situatie goed samen.   Dit kaartje draagt als opschrift “Front den 15 juni 1918”.  François schrijft aan zijn vrouw.

“Mijn liefste vrouw

Daar ik Uw kaart ontvangen heb kom ik u een kaartje met plezier terug te sturen, het is een fransman dat er op staat, maar ik kom ze u toch te sturen met een Belgisch hart, en wat zou het een plezier zijn, voor mij, mocht ik ook eens mijn vrouw zo vast nemen.  En Clemans als ik uw kaart bezie, dan denk ik wel, was ik daar al maar, dan zou ik wel herleven, dan zou ik wel haastig bij mijn vrouw en zoontjes zijn maar wat kunnen wij er aan doen, veel in ons hoofd steken, is toch niets vooruit, en daarom Liefste Vrouw moed hebben is nog het beste middel en Liefste Vrouw nog een goede dag en vele kussen van verre van uwen Man Van Loock Spoelders François.”

Besluit

Het is ongetwijfeld treffend om de soldaat in oorlogstijd over z’n hoop op vrede te zien schrijven, om z’n liefde voor z’n kinderen te mogen lezen en daarmee wellicht ook het groeiend besef dat de soldaat aan de andere kant ook een vader is die meegesleurd werd in een onmenselijke strijd.  Of hoe kaartjes tussen een vader, een moeder en de kinderen machtiger zijn dan het verdriet en het leed die met de haat meekomt en op deze manier tevens de oorlogspropaganda van antwoord dient.

Het intieme verhaal van een gezin in oorlogstijd, in dit geval aan de hand van postkaartjes, is wellicht één van de luidste kreten om de waanzin van oorlog te onderstrepen.

In België ligt nog veel werk onderzoekswerk voor de boeg in dit kader en dit niet enkel voor de pure geschiedkundigen.  Bovenstaande korte tekst had enkel de bedoeling om dit zeer belangrijke en boeiende sociale aspect aan te reiken.

Tekst: Paul De Vuyst

Afbeeldingen (foto en prentbriefkaarten): collectie P.De Vuyst