Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

JEROME LANNOYE

Het einde van de wereld

Een verhaal zonder einde

Jerôme Lannoye 

 
Tekst: P.De Vuyst 
 
De ogen bewogen dromerig traag over uitgestrekte deinende gewassen.  Het niet meer kunnen denken ruiste zacht tussen zijn ziel en het leven.   Het weidse zicht over verre velden bracht hem in een geestelijke roes naar huis.  Het verlangen, willen was opgeschort.   Hij voelde niets; het was een verlaten van de realiteit.  Enkel het ademhalen verstoorde de stilstand en het één worden met alles rondom.   Er was geen pijn.  De rust van het verdwijnen, zoals wij allemaal zullen verdwijnen.  De wind aaide zijn gezicht en omarmde zijn herinnering.  De wind nam hem op en droeg hem weg. 

 Vele jaren later, op 15 juli 1923, haalt zijn vader Pierre het oorlogskruis met palm op.  Jerome werd deze medaille postuum toegewezen als gevolg van een Koninklijk Besluit. 

Wie was Jerôme Werkman (dagloner) Jerôme werd geboren op 20 september 1881 te Dudzele als zoon van Lannoye Pieter en Degraeve Clementina (huishoudster of zonder beroep).   20 jaar later werd Jerôme soldaat bij het Belgisch leger en diende hij z’n militaire dienst te volbrengen.  Hij deed dit bij het 5de Linieregiment te Antwerpen en ving zijn militaire dienst aan in oktober 1901.   

 
Hij werd ondergebracht als soldaat 2de klasse lichting 1901 in het 5de Linieregiment in de 2de Legerdivisie vanaf 1 augustus 1914 onder het stamboeknummer 105/51086.  Hij diende meer bepaald bij de 1ste compagnie van het 3de Bataljon of in militaire termen 1/III/5L.  Hij was geen oorlogsvrijwilliger maar dienstplichtige milicien (opgeroepene of gemobiliseerde). 
 
Op 31 juli 1914 wordt de Algemene Mobilisatie uitgeroepen. De klassen van 1901 tot 1909 worden opgeroepen.  Jerôme, die ongehuwd nog bij zijn ouders woont langs de Brugse Steenweg nummer 172, vertrekt om aan het veldleger toegevoegd te worden.  Na deze mobilisatie zijn 13 klassen actief. Klas 1913, de jongste klas, valt reeds onder de wet op de algemene dienstplicht van 30 augustus 1913.  Op 4 augustus om 8u ’s morgens is het Duitse leger bij Gemmenich België binnengetrokken. Ons land is in oorlog.  Op 4 augustus 1914 (Duitse inval in België) worden ook nog de klassen 1900 en 1899 opgeroepen. De oudste dienstplichtigen onder de wapens zijn dus tot 35 jaar oud.  Jerôme was er 33. 
 
Het 5de Linie Het 5e Linieregiment hield in 1914 garnizoen te Antwerpen; bij de mobilisatie in Augustus werd het ontdubbeld en, samen met het 25e Linie, vormde het de 5e gemengde brigade, die met de 6e en de 7e Linieregimenten de 2de Legerdivisie uitmaakte. Het 5e Linie nam in Augustus en September 1914 deel aan de bloedige uitvallen uit Antwerpen. Op 12 september, te Molen, gehucht van Rotselaar-bijLeuven, lijdt het ontzettende verliezen zowel aan officieren, als aan gegradueerden en soldaten. In Oktober, aan den IJzer, onderscheidt het regiment zich te Ramskapelle te Lombardzijde. 
 
Opgesteld door P.De Vuyst – PDV95 – V2 – september 2019 – p.3 
 
De IJzer: de onderwaterzetting  In oktober 1914 kwam het terugtrekkende Belgisch leger vanuit Antwerpen in de Westhoek terecht. Op 14 oktober koos het Belgisch opperbevel, met koning Albert I, voor de IJzerlijn als ultieme defensie, na de belofte dat er extra Franse steun zou komen. 
 
Binnen de bocht van de IJzer worden drie Belgische divisies en een Franse brigade opgesteld, terwijl zich voorposten nestelen in de dorpen aan de oostelijke oever om een stormloop op het IJzerfront enigszins te breken. 
 
Nieuwpoort wordt aanvankelijk verdedigd door een Belgische divisie en in Diksmuide komt er een Belgisch-Frans bruggenhoofd. Vanaf 18 oktober bestoken Belgen en Duitsers elkaar wederzijds met artillerie en begint de Slag om de IJzer. 
 
Bij de oostelijke ingang van het Nieuwpoortse stadscentrum, vlak naast het huidige monument van Albert I, bevindt zich een opvalland sluizencomplex, door zijn vorm bekend als de “Ganzenpoot”. Liefst zes waterlopen vloeien hier samen en gaan over in de Havengeul, die naar de kust loopt. Daaronder zijn er, naast de eigenlijke IJzer, de Kreek van Nieuwendamme (een oude afgesneden bocht van de IJzer), en de Noordvaart of Veurne-Ambacht. 
 
Deze laatste is het voornaamste afwateringskanaal van de polders ten zuiden van Nieuwpoort. Er is geen sas aan het einde van deze Noordvaart, alleen een stuw met schuiven die het water kunnen tegenhouden of doorlaten. 
 
Omdat het sluizencomplex aan het einde van de weg naar Oostende ligt, is het precies langs daar dat de Duitsers Nieuwpoort willen binnendringen. De plaats ligt tijdens de IJzerslag voortdurend onder vuur. 
 
De gemiddelde hoogte van de polderstreek langs de kust is 3,5 meter boven het laagste peil dat de zee kan aannemen bij springeb. Naarmate een springtij (twee maal per maand) nadert kan de zeeschommeling maximaal variëren tussen 0 en 5 meter. Bij zwak getij is het zeeniveau gemiddeld slechts enkele decimeter lager dan de polder. Er moet dus gerekend worden op een sterker getij om efficiënt te zijn! Eb en vloed wisselend elkaar af: tweemaal per dag. 
 
Als de oostelijke voorposten zich een na een achter de IJzer moeten terugtrekken, wordt een beperkte inundatie door het leger overwogen om een Duitse doorbraak rond het sluizencomplex in Nieuwpoort af te weren. 
 
Bij de militaire bezetting van Nieuwpoort had men – erg genoeg – het bevoegd sluispersoneel weggestuurd, zodat men moest improviseren. In de avond van 21 oktober gaan enkele militairen op weg naar het sluizencomplex. Ze krijgen daarbij de hulp van de Nieuwpoortse binnenschipper Hendrik Geeraert. Met zijn kennis wordt de stuw op de Kreek van Nieuwendamme ’s nachts geopend om tijdens de vloed het zeewater binnen te laten. 
 
Deze eerste, beperkte nachtelijke inundatie in de nacht van 21 op 22 oktober resulteert in een laag water van enkele decimeters bovenop de kleigrond van de Sint-Jorispolder. Die vormt een buffer tussen de Belgische verdediging en de verraste Duitse pioniers over een breedte van 1,5 kilometer front. 
 
Kort daarop slaan de Duitsers grote bressen in de IJzerverdediging: aan Tervate, aan de Uniebrug, aan Schoorbakke. Voor Nieuwpoort komt een extra Franse divisie de Belgische 2e divisie aflossen en in Diksmuide houden de Fransen stand achter de IJzer. De reserve van het Belgisch leger valt terug op 
Opgesteld door P.De Vuyst – PDV95 – V2 – september 2019 – p.4 
 
de lijn van de Grote Beverdijkvaart, ongeveer parallel met de IJzer maar 2 tot 3 kilometer westelijker (dit kanaal mondt nabij Nieuwpoort uit in de Noordvaart). 
 
Op 24 oktober blijkt de situatie aan het geallieerde front uitzichtloos. Men verneemt tegelijk dat de Fransen plannen maken om de omgeving van Duinkerke te inunderen. Dus in de rug van het Belgisch leger. Er komt zwaar protest van Belgische zijde. 
 
In enkele uren tijd, op 25 oktober, krijgt op het Belgisch hoofdkwartier te Veurne een ultiem gewaagd plan vorm. Stafofficier Prudent Nuyten krijgt de opdracht informatie in te winnen over de waterhuishouding van de streek. Nuyten moet het stellen met detailinformatie van een toezichter van de Noorwatering Veurne, Karel Cogge, want de ingenieurs zijn niet ter beschikking. 
 
Het opperbevel aarzelt om de stuw op de Noordvaart te gebruiken, want die ligt praktisch onder de ogen van de Duitsers. Daarop komt Cogge met een alternatief, via een in onbruik geraakte sluis, niet aan het sluizencomplex, doch meer westelijk en uit het zicht van de Duitsers... maar met veel minder capaciteit en met een grotere omweg voor het zeewater. 
 
Nog diezelfde namiddag wordt de hiërarchie op de hoogte gebracht door Nuyten. De koning stemt in met de actie. De genie wordt ingeschakeld voor de werkzaamheden. 
 
De volgende nacht van 26 op 27 oktober neemt kapitein Robert Thys Cogge mee naar de alternatieve sluis (zgn. Spaanse Sas of Kattesas), maar hun eerste poging tot inunderen mislukt omdat de deuren, vanzelf dichtklappen bij vloed. Ze doen hun poging over de volgende nacht 27-28 oktober. Ditmaal weten ze met koorden te beletten dat de vloeddeuren sluiten. Voortaan zal het water tweemaal per etmaal automatisch binnenstromen. Het levert niet het verhoopte succes op: het water stijgt te traag. 

De laatste rustplaats van Jerôme; in de achtergrond de molen van Ramskapelle. 

 
De tijd dringt. Een instorting van het front over de spoorwegberm in Pervijze en Ramskapelle dreigt. 
 
Een teruggeroepen ingenieur, Bourgoignie, geeft in Veurne het advies om het toch te proberen via de stuw van de Noordvaart, zoals Cogge eerst had voorgesteld. Het hoofdkwartier zwicht en geeft op 29 oktober bevel voor de gevaarlijke operatie. 
 
Voor de praktische realisatie kan men weer een beroep doen op Hendrik Geeraert, die kapitein Umé vergezeld met een groep soldaten. Geeraert kan demonstreren hoe het moet: schuiven lichten bij vloed en sluiten bij eb. Dat doen ze vier opeenvolgende nachten – want overdag waagt men het niet. 
 
Op 1 november ligt er een laag water over de polder binnen een afgelijnd gebied van 15 kilometer lang en tot 4 kilometer breed. Alleen wat hoeves en stroken kasseiweg steken er bovenuit. 
 
De Slag aan de IJzer valt stil. De Duitsers moeten hun aanval staken. Eerst denken de Duitsers aan de regenval van de laatste dagen als oorzaak, maar kort daarop realiseren ze zich dat die waterpartij óók voor hen een buffer betekent. De legers zullen aan dit deel van het front vier jaar vast zitten. 
 
Ramskapelle Het geweer-, mitrailleur- en artillerievuur van de Duitsers woedt steeds geweldiger; zelfs de avond van 29 oktober 1914 brengt geen verpozing mee. 
 
De mannen zijn afgemat, eveneens de officieren.  Van bevoorrading is geen sprake, noch in mondvoorraad, noch in drank.  Door een verschrikkelijke dorst gekweld, kunnen zij niet langer weerstaan en putten uit de beekjes het brakke water dat hun kelen ontstelt.  Koorts alleen houdt hen nog recht; ze zijn hopeloos en gelaten in hun lot om, tot de laatste man, hun leven te geven.  De Duitse troepen beuken steeds hardnekkiger in op de Belgische linies en laten zich schijnbaar niet ontmoedigen door ernstige verliezen.  De Duitsers rukken steeds opnieuw vooruit over de eigen lijken en gekwetsten heen.  Jonge Duitse mannen worden aan de voet van de spoorlijn genadeloos afgeschoten.  Duitse bevelen worden geschreeuwd, kreten, gehuil maar ook gezang gaat samen met elke aanval.  Het helse kabaal geeft aan de Belgische wankele oververmoeide soldaten telkens het signaal om met een soort moed der wanhoop het schieten te hernemen.  Het is pure mensenmoord, aan beide zijden. 
 
Zo gaat de nacht eindeloos lang voorbij.  In de vroege morgen van de 30ste oktober, ondergaat het station van Ramskapelle het geconcentreerde vuur van een gans Duits artillerieregiment, waarbij een hels gekraak de soldaten nabij en zelfs tot waanzin brengt.  De Belgische soldaten voelen de wil van de Duitsers om door te breken, te overwinnen, te verpletteren.  Nieuwe Duitse regimenten komen stormenderhand aangelopen.  Kogels zijn niet meer bij machte om hun opmars te stuiten.  Een onweerstaanbare golf overrompelt het station en haar spoorlijnen.  Al vechtend, man tegen man, worden de soldaten van het 5de Linieregiment door het dorp achteruit gedreven.  Enkele overblijvende manschappen, ten einde krachten, klampen zich vast aan de boerderij het Koolhof en aan de molen van Ramskapelle.  Het stijgende water tussen de spoorwegdijk en de IJzer zuigt zich ondertussen langzaam vast en verandert de streek in een verraderlijk moeras.  De Duitsers wijken.    
 
Er is twijfel omtrent de juiste sterfdatum van Jerôme; 29 of 30 oktober 1914.  Deze ongehuwde Dudzelenaar zal sterven na 2 maanden en 29 dagen oorlog; in smerige en gruwelijke omstandigheden.  Hij ondergaat krankzinnige beschietingen en lijf-aan-lijf gevechten.  Uiteindelijk wordt hij als een hond in de grond gestopt en dit nabij de molen van Ramskapelle.  Er is geen tijd voor een kist noch ceremonieel.  De vele beschietingen zullen het lichaam van Jerôme in de daaropvolgende maanden en jaren verpulveren maar de herinnering zou blijven.  Hij is één van velen die sneuvelden in de velden aan de IJzer, velden die zich langzaam omvormden tot één groot massagraf.   De ouders werden echter troost aan een graf ontnomen. 

De zoektocht Tijdens de zoektocht naar informatie over Jerôme werd ik geconfronteerd met een grote leegte.  Jerôme kwam niet voor in de lijsten van de gesneuvelden van het Rode Kruis, noch in de lijsten van de krant “Het Volk” noch in andere zaken gepubliceerd tijdens de Groote Oorlog.  Er was nergens een naoorlogs gebidsprentje terug te vinden noch andere publieke documenten. 

 
Na de wapenstilstand keerden veruit de meeste soldaten terug naar huis in het voorjaar van 1919.  Van Jerôme was er echter geen spoor.  Stilaan werd gevreesd dat hij behoorde tot het enorme leger vermisten.  Voor de ouders betekende dit de overgang maken van hoopvol wachten naar groeiende wanhoop; voorbij verdriet naar de pijnlijk diepe leegte van het wachten, als met een versmoord ademen happen naar overleven.  Het leven zielloos leven.  Ondertussen was er het verdriet voor die andere gesneuvelde zoon, namelijk de jongere broer, Louis (°1892).  Hij stierf op 8 december 1915 aan zijn verwondingen in een militair hospitaal waardoor zijn overlijden bekend werd gemaakt via het Rode Kruis.  Louis (of Lodewijk) kreeg zijn graf in Hoogstade. 
 
In de oorlogsjaren was er nooit enig contact geweest tussen Jerôme en zijn ouders maar dit leek begrijpelijk gezien de Duitse bezetting van onze streek.  De periode 11 november 1918 tot 14 april 1924 werd echter een koude oorlog van lang en bang afwachten in onzekerheid.  Uiteindelijk werd hen geen afscheid, noch een graf gegund.   De administratieve afhandeling van het dossier bracht geen verandering in de harde realiteit maar kerfde diep in de open wonde van het reeds opgelopen leed.   
 
Jerôme zijn naam werd in de kapel in steen gebeiteld.  De kapel werd de enige herdenkingsplaats van hun zoon.

Het 5de Linieregiment te Ramskapelle, oktober 1914.  De strijd om Ramskapelle zal in alle hevigheid losbarsten.

 

Een chronologisch verloop

Het documentatiecentrum te Brussel beschikt nog steeds over het dossier van Jerôme.  Document uit het dit dossier vorm een belangrijke bron van informatie.

Op 14 maart 1919 zoekt het Ministerie van Landsverdediging naar Jerôme.  Een graf kan niet teruggevonden worden.  Hij kan niet gesneuveld of dood verklaard worden.  Hij is vermist.

Volgens de verklaringen van ooggetuigen zou hij in de slag van Ramskapelle gesneuveld zijn. 

 
Na de oorlog worden al vrij spoedig allerhande wetten en besluiten uitgevaardigd die de nodige vergoedingen en tegemoetkomingen moeten regelen voor de vele beproefde militairen en hun families.  Dit handelt onder andere over pensioenen, invaliditeitsuitkeringen, steun aan weduwen en wezen, frontstreeprentes tot aan kortingen op het gebruik van het openbaar vervoer.  Om aanspraak op uitkeringen te kunnen maken moet men kunnen bewijzen dat de vermiste soldaat wel degelijk gesneuveld is en bijvoorbeeld niet heimelijk naar huis is teruggekeerd noch gedeserteerd is.    De familie diende zelf een dergelijke aanvraag in te dienen of met andere woorden men diende te vragen om het eigen kind dood te laten verklaren.

Op 24 april 1920 schrijft de burgemeester van Ramskapelle een antwoord aan het 5de Linieregiment.  Nergens kan een Jerôme Lannoye teruggevonden worden. 

Op 27 april 1920 wordt door het leger naar Jerôme gezocht te Dudzele.  Men vraagt onze Dudzeelse Burgemeester naar adressen en de burgerlijke staat van Jerôme. 

 Op 6 juni 1920 wordt de herdenkingskapel te Dudzele ingezegend.

Op 12 november 1920 blijkt de familie over informatie te beschikken en geeft het adres van een getuige door aan de Gravendienst van het leger. 

Mensen doden was een industrieel proces geworden.  Beide legers bevochten elkaar met steeds krachtiger wordende machines zoals kanonnen, vliegtuigen en dergelijke meer.  De kanonnen en mitrailleurs leken op hol geslagen en het lukrake geweld van een enkele kilometers verderop afgevuurde granaat reduceerde soldaten tot hulpeloze doelwitten in een gigantisch gokspel.  In hun sporen lieten ze een massa verminkte lijken en gekwetsten na. Bovenstaand schilderij van kunstenaar E.Salkin toont dode Belgische soldaten die in onze Brusselse hoofdstad na de oorlog komen defileren (Bataljon van de Doden).  Na de oorlog vreesde men dat de oorlogsdoden en -vermisten te snel zouden vergeten worden en te weinig erkenning zouden blijven genieten naarmate de jaren verstreken.  Anderzijds kom men het verdwijnen van zoveel jonge mensen moeilijk plaatsen.  Zij konden toch niet voor niets gestorven zijn?  Ergens moest er toch een groter Plan bestaan?  Met dergelijke afbeeldingen probeerde men dit verlangen een beetje meer invulling te geven. 

Op 25 november 1920 wordt aan de hand van de verkregen informatie een akte van bekendheid opgemaakt door twee getuigen (met vermelding dat Jerôme overleden is te Ramskapelle). Zij doen dit voor de Vrederechter in Brugge.  Hieruit moet ook blijken dat Jerôme geen testament of wilsbeschikking heeft nagelaten.  De wettige erfgenamen worden als volgt opgelijst: 

Ouders • Vader: Pieter Lannoye (werkman) • Moeder: Clemence Degraeve 

Kinderen: • Marie Lannoye (eerst gehuwd met Charles Steyaert) maar in 1920 samen met Camille Vanhille (Assebroek),  • Louise Lannoye (eerst gehuwd met Henri Dewash) maar in 1920 samen met Camiel Hestiers (Marchienne-au-Pont),  • Pelagie Lannoye (gehuwd met een naamgenoot; Pieter Lannoye)(Damme), • Viktorina Lannoye (gehuwd met Medard Goethals)(Zuienkerke) en • Evarist Lannoye. 

Op 11 december 1920 zou burger dhr.Declerck, een werkman te Ramskapelle, informatie hebben 
over de plaats van sneuvelen en de plaats waar Jerôme begraven werd   . 

Dhr.Declerck, verklaart op 12 december 1920, dat hij de dode gezien heeft aan de molen van Ramskapelle “l’a vu mort en face du moulin de Ramscapelle”. 
 
De ouders van Jerôme hebben blijkbaar zelf gezocht naar hun zoon (of men heeft iemand betaald om dit te doen) want het is “Dudzele” die met een vermeende getuige naar voor komt. De overheid had na de oorlog privéopgravingen en teraardebestellingen verboden onder andere omdat men met meer kans op succes vermisten zou kunnen terugvinden.  Desondanks wemelde het van illegale opgravingen en werden soldaten uit veldgraven, en zelfs op begraafplaatsen, gelicht om deze naar “thuis” over te brengen.  Anderen, criminelen, dreven een schaamteloze lucratieve handel in lichamen.  De dode werd een object; wie goed betaalde kreeg wat hij wou niet wie hij zocht

Regelmatig stelt men in het Belgische Staatsblad lijsten op met militairen waarvoor een onderzoek werd ingesteld “om te weten of het vermoeden van overlijden van een militair diende verklaard te worden”.  Hier een voorbeeld uit 1922.

Op 4 augustus 1922 kan vader Pieter Lannoye de begiftiging van 300 frank opvragen doordat hij de akte van bekendheid kan overmaken. 

Het zoeken naar Jerôme gaat echter verder want het is enkel via de rechtbank dat Jerôme officieel overleden, gesneuveld, kan verklaard worden. 

23 januari 1923.  “Recherche tombe sans résultat”.  Een nieuwe zoektocht naar een graf levert niets op. 

Op 14 februari 1923 wordt aan het 5de Linieregiment gevraagd of er (militaire) getuigen zijn en eventuele adressen van deze getuigen.  Op 21 februari 1923 wordt men op de hoogte gesteld dat deze er niet zijn

Op 11 november 1923 worden te Dudzele de foto’s van de gesneuvelden in de kapel opgehangen

Ramskapelle, november-december 1914.  De onderwaterzetting is een feit.  Een Belgisch soldaat houdt de wacht nabij het station, namelijk aan de overweg waar de baan de sporen snijdt.  Het is mistig.  De Duitsers kunnen hem niet zien.  Foto Ruyssen, Veurne. 

Op 15 april 1924 wordt Jerôme uiteindelijk overleden verklaard “mort pour la Belgique” via de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brugge.  De burgerlijke stand te Dudzele werd ingelicht op 22 mei 1924.  Jerôme is bijna 10 jaar na zijn overlijden officieel gesneuveld verklaard. 
 
 Besluit

Een hele oorlog lang keken families uit naar het weerzien. Met het einde van de gevechten kwam er ogenschijnlijk een einde aan alle oorlogsellende, en konden mensen terug naar hun leven van voorheen. De terugkeer werd vaak idyllisch voorgesteld, maar de werkelijkheid was complex. Allereerst waren er de vele dode en vermiste soldaten, die niet terugkeerden. Ze lieten een echtgenote, kinderen, ouders… achter. Vele miljoenen gezinnen die rouwden, moesten vaak ook materieel inboetten en belandden soms in armoede. Weduwes en wezen moesten niet alleen het verdriet dragen, maar werden ook geconfronteerd met eindeloze en ingewikkelde administratieve beslommeringen. Uit tal van getuigenissen blijkt dat de overheid daarbij erg kil overkwam. 
Opgesteld doo
 
Het verhaal van Jerôme Lannoye is één van vele over vermiste soldaten.  Van duizenden gesneuvelden werd nooit meer iets teruggevonden.  Zij werden via rechtbanken dood verklaard.  Vele beproefde huisgezinnen bleven echter korte momenten van hoop op een terugkeer afwisselen met vruchteloos wachten en zwijgzaam lijden.  
 
Pas na de oorlog werd door de bevoegde rechtbank een vonnis uitgesproken waarna de dode werd erkend als oorlogsslachtoffer.  Hierna kon in de burgerlijke stand van de betreffende gemeente of stad een officiële inschrijving volgen aan de hand van een overlijdensakte.   
 
Het gezin Lannoye had twee zonen afgestaan aan de oorlog.  Dit maakte de Duitsers geen mensen uit een ander land maar de moordenaars van hun zonen Jerôme en Louis.  De oorlog zou voor hen nooit meer eindigen. 
 
Ramskapelle betekende het definitieve stoppen van de Duitse opmars in 1914.  Ramskapelle was de laatste Duitse hoop om het westelijke front te doorbreken.  Dit was niet gelukt en het front zat vast van Zwitserland tot aan de Noordzee.  Pas in 1918, met het grote Bevrijdingsoffensief, zou daar verandering in komen. 
 
De ganse Belgische samenleving werd diep getroffen door een oorlog die vier jaar lang zou duren.  Een ganse gemeenschap ging achteraf doorheen het verwerken van een trauma. 
 
Dankwoord Dhr.Dirk Pieters (Dudzele) Dhr.Stefaan Calus 
 
Internetbronnen • https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2014/10/23/inundatie_van_oktober1914ijzervlakteonderwat er-1-2127408/ (geraadpleegd op 31 augustus 2019) • https://www.wardeadregister.be/nl (geraadpleegd op 31 augustus 2019) • https://www.sincfala.be/106-museumcollectie/collectie-items/50769vrzmdxx00450?tmpl=component (geraadpleegd op 31 augustus 2019) • https://www.west-vlaanderen.be/sites/default/files/201712/educatiefpakketZIJKANT_CORR3.pdf (geraadpleegd op 3 september 2019) 
 
Afbeeldingen • Foto Jerôme Lannoye: NSB Dudzele • Bataillon des Morts: collectie P.De Vuyst • Prentbriefkaart 5de Linieregiment: collectie P.De Vuyst • Fotokaart soldaat op wacht te Ramskapelle: collectie P.De Vuyst • Bidprentje vader Pieter Lannoye: collectie D.Pieters 
 
Documenten • Bron: Archief Legermuseum Brussel. o Door het feit dat het archief van het Militair Kwartier Koningin Elisabeth te Evere enkel de dossiers van de militairen geboren vanaf 1889 bijhoudt is men genoodzaakt om de militaire documenten van Jerôme Lannoye (geboren in 1881) te raadplegen in het Koninklijk Legermuseum te Brussel.  Het dossier werd geraadpleegd op 13 augustus 2019. • Bron: Archief Brugge, Burg 
 
Bibliografie • s.n., Geschiedkundig Overzicht der 5de, 15de en 25ste Linieregimenten, Les Grandes Imprimeries Jos. De Volder, Antwerpen, 1935. 

 Bidprentje van vader Pieter Jacob Lannoye (° 8 juli 1848, te Dudzele).   Hij huwde Clemence Degraeve (° 11 februari 1851 in Koolkerke) op 16 januari 1873 te Dudzele voor de wet.  Hij was toen 28 en zijn echtgenote 25 jaar oud.  Clemence woonde op het moment van haar huwelijk met haar vader Constant Degraeve te Oostkerke (haar moeder Regina Scheerens was toen reeds overleden.  Regina overleed te Oostkerke op 3 september 1866). 
 
Vader Pieter kwam te sterven op 25 april 1926.  Pieters vader, Leopold Lannoye, was kantonnier geweest (grootvader van Jerôme). 

Adressen: • Jerôme stond ingeschreven op Heyststraat 43 (vóór 1901); hij woonde dus niet bij zijn ouders; veel boerenknechten en -meiden woonden op de boerderij waar ze werkten, kwestie van geen tijd te verliezen én ze kregen er de kost • Pieter Jacob en Clemencia staan in de kiezerslijst 1909-1910 met als adres Watergank 37, in de kiezerslijst 1926-1927 wonen zij in de Brugschesteenweg 172 (vóór 1920) 

Opgesteld door P.De Vuyst – PDV95 – V2 – september 2019