Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

DUDZEELS COMITE VOOR HULP EN VOEDING.

 

Dudzeels Comiteit voor Hulp en Voeding en de “Volksoep Dudzeele” 1917
 
Tekst: P.De Vuyst

Op het bord bovenaan rechts: “Volksoep Dudzeele” (verzameling P.De Vuyst)

 
   Dudzele diende tijdens de Grote Oorlog als rustgebied voor de fronttroepen van de bezetter. Dit was ook het geval voor andere naburige gemeenten zoals Oostkerke. Dit betekende dat her en der tijdelijk Duitse soldaten ingekwartierd werden; in het dorp en bij boeren. 
  
   Wie zich als Dudzelenaar buiten de gemeente wou begeven naar een ander dorp diende over een vergunning te beschikken. De Duitsers waren ondermeer zeer beducht voor spionnen en smokkel van voedsel.  Het kanaal tussen Brugge en Zeebrugge was toen een zeer belangrijke militaire schakel in de Duitse onderzeebootoorlog en Dudzele grensde aan dit kanaal. Het belang van de duikbootinstallaties te Brugge werd onderstreept door de aanwezigheid van een vliegveld langs de Dudzeelsesteenweg ter hoogte van café “’t Boomtje” (wijk Kruisabeele).
 
   Te Dudzele werd de “knechteschole” langs de Damsesteenweg volledig opgeëist door de Duitsers en dit bleef zo gedurende gans de oorlog. De school zou in de streek een kwalijke bijklank krijgen als strafkamp voor de werkweigeraars (onder de dwangarbeiders). We lezen uit het boek “De Groote Oorlog” van oorlogsjournalist Abraham Hans: “Te Komen, Geluwe, Geluvelt, Passendaele, Rosebeke, Zarren, Keiem, aan de kust, op al die punten, werkten honderden onzer landgenoten, gedwongen als slaven. En wie weigerden, gingen naar strafkampen als in de school van Dudzeele, of werden in barakken aan het front opgesloten”. Later naar het einde van de oorlog, vermoedelijk pas in 1918, zou de school dienen als lazaret met op de muur vooraan een rood-wit kruis (zie foto onderaan). De Duitsers hadden ter ontspanning in Dudzele een “Schreib- und Lesehalle” of een schrijf- en leeszaal opgericht. 
 
   De vele opeisingen, verplichte leveringen en verkeersbeperkingen brachten de bevoorrading van de bevolking echter in gevaar. In Brussel werd het “Nationaal Comiteit voor Hulp en Voeding“ gesticht. De “Commission for Relief of Belgium” en haar groep Amerikaanse personaliteiten onderhandelden vanuit London met de Duitsers om levensmiddelen in België in te voeren via Rotterdam. De afspraak was dat de Duitsers de levensmiddelen niet zouden opeisen. 
 
    De verdeling in België werd opgevolgd door het Nationaal Comiteit voor Hulp en Voeding en haar plaatselijke werkingen. Het Provinciaal Comiteit van het Noorden van West-Vlaanderen stond in contact met de plaatselijke Comiteiten voor Hulp en Voeding. De plaatselijke Comiteiten werden doorgaans opgericht in 1915.
 
   Het plaatselijke bestuur van het Comiteit te Dudzele stond onder leiding van E.H. Bonne, notaris A.Depuydt en Leopold Bogaert.
Op de achterste rij, van links naar rechts (starten met de tweede persoon): E.H.Bonne, Charles Costers, schoolmeester Leopold Bogaert, Arthur Depuydt en Val.Vanoudenaerde. 
Vooraan: Slv.Burynooghe, Marg.Braet, Leonie Schotte, Leonie Deroo, Louise Vandecasteele, Sabine Vermeire, Rosa Peere, Marie De Haene, Marg.De Haene en Eugenie Bruynooghe.
 
 De taken blijken goed verdeeld. Marie De Haene lijkt het geld- of bonnenkoffertje te beheren en Margriet De Haene houdt de papieren stevig vast (zie foto).  
 
 Tot de voedingswaren, die verdeeld werden behoorden onder andere spek, maïsvlokken, rijst, zuurkool, suiker en een soort siroop of marmelade. De voorraden werden opgeslagen en de bedelingen vonden steeds plaats op dezelfde locatie. De levensmiddelen en steenkolen werden door boeren met paarden en wagens waarschijnlijk te Brugge opgehaald.
 
   Vooral in de jaren 1917 en 1918 was het gebrek aan voedsel en brandstof erg groot, zodat werkelijk van een hongersnood kan gesproken worden. Aardappelen waren er zelden of niet meer. De werkende klasse leed het meest.
 
   De nood werd steeds sterker en in 1917 werd het werk der volkssoep opgericht door het plaatselijke Comiteit voor Hulp en Voeding. De soep werd gekookt door vrijwilligsters in een houten barak onder toezicht van mijnheer pastoor. Een speciale plank werd opgemaakt “Volksoep Dudzeele”. Als bevestiging van de neutraliteit van de hulpverlening, ten opzichte van de oorlogvoerders, dragen de vrouwen allen duidelijk de rode-kruis armband rond de linker bovenarm.
 
   De soep was vooral bestemd voor de schoolkinderen. Uit die tijd stammen dan ook uit vele gemeenten foto’s van groepen schoolkinderen fier poserend met een Amerikaanse vlag. De volwassenen konden 1 liter soep aankopen voor 10 à 15 centimes per liter. Ondermeer de schamele inkomst van de volkssoep en de kleine vergoeding voor de eetwaren, uitgedeeld door het Comiteit, werden gebruikt als steun voor de vrouwen van de opgeroepen soldaten en noodlijdenden.
 
 
 
   De beide Leonie’s (in de volksmond uitgesproken als “Leie”) Schotte en Deroo waren nichtjes van de schrijver z’n grootmoeder Louisa Schotte (geboren en begraven te Dudzele,
 ° 25 augustus 1894 / + 6 maart 1980). De moeder van Louisa Schotte was Anna-Coleta Deroo (geboren te Dudzele op 26 juli 1860) en deze laatste haar vader was Coo Deroo of Jacobus Deroo.
 
   Wie NSB Dudzele kan helpen aan dergelijke informatie, wordt vriendelijk en dankbaar uitgenodigd dit met ons te delen. Ook aanvullingen, opmerkingen en bedenkingen rond deze tekst worden gewaardeerd.

Prachtige foto van Duitse vrachtwagens aan de school te Dudzele tijdens de Grote Oorlog. Bemerk de Duitse militairen rond de voertuigen en het rode kruis symbool aan de deur (foto Karel Danneels).

Met dank aan:
Mevr.Lucienne De Vuyst
Dhr.Raymond De Vuyst
Dhr.Martin Vanacker
Dhr.Karel Danneels

Bronnen:

De Keyser, René. Oostkerke onder de oorlog 1914-1918. Rond de Poldertorens, 33ste Jaargang, nummer 4, 4de trimester, Westkapelle, 1991.
Ballegeer J., Danneels P., Dudzele in oude prentkaarten. Europese Bibliotheek – Zaltbommel Nederland, Zaltbommel, 1981.
Degrande, Valentin, Assebroek 1914-1918 vier jaar Duitse bezetting. Drukkerij-uitgeverij De Schacht, Brugge, 1989.
Scheffen, Wilhelm. Die Liebesarbeit für unsere Feldgrauen. Quelle und Meyer, Leipzig, 1917. Zie pagina 172, onder punt 82. Dudzeele: Schreib- und Lesehalle.
Hans, Abraham. De Groote Oorlog. Lodewijk Opdebeek, Antwerpen, 1920. 1936 pagina’s. Zie pagina 1007, deel 62.