Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

DE BEVRIJDING VAN DUDZELE 19 OKT; 1918

 

De bevrijding van het jarenlange geknechte Dudzele
19 oktober 1918
Tekst:P.De Vuyst
Dit jaar wordt de herdenking aan de bevrijding extra in de verf gezet door een speling van cijfers: 11 november 2011 of 11, 11, 11. De wapens zwegen om 11 uur van de 11de dag van de 11de maand. Onze trouwe lezers zullen ongetwijfeld reeds onze brochure over Dudzele en de inval in 1914 gelezen hebben. Maar wat gebeurde er toen een bataljon van het tweede regiment Jagers te Voet doorheen ons dorp trok in 1918? Hoe werden zij onthaald? De soldaten hadden in hun zog journalisten en oorlogsreporters meegebracht. Deze reporters dienden de honger te stillen van hun vele lezers en maakten zodoende de bevrijding van het noorden van Brugge mee vanop de eerste rij. Oorlogsreporter Abraham Hans heeft ons hierbij een mooie beschrijving nagelaten in z’n prachtige boek “De Groote Oorlog” (uitgegeven bij L.Opdebeek, Antwerpen, 1920, 1.936 pagina’s).
Toen de Duitsers ons dorp verlieten, hebben zij niet nagelaten de brug over het Leopoldskanaal grondig op te blazen. Dit met de duidelijke bedoeling de vijand zoveel mogelijk te hinderen en te vertragen. Bovendien hadden zij reeds veel jonge Dudzeelse mannen weggevoerd. Vaders en zonen die pas veel later na de bevrijding zouden thuiskomen.
Maar laat ons hier samen genieten van Hans zijn beschrijving. Zo gaat het aldus te Dudzele….
Wat is zo’n triomfantelijke intocht in werkelijkheid geheel anders dan we ons dit thuis, met een romannetje in de hand, voorstellen!
De vlaggen worden al haastig uitgestoken! De commandant (van het bataljon Jagers te Voet) en ik begrijpen maar niet, waar al die vlaggen zo in eens vandaan komen! Uit elk raam steekt een rood-geel-zwarte vlag; op elke dorpstoren is een vaderlandse vlag geplaatst; en elke hand klemt zich zenuwachtig om een vlaggenstokje. Op de kleren dragen ze allen strikken, breed en wijd uitgespreid, van rood-geel-zwarte linten; de vrouwen dragen het op de borst en ze schijnen de lichamen vooruit te willen strekken, hun versierde rompen omhoog heffend, om het den soldaten te laten zien.
Onvermijdelijk gaan de gedachten terug naar die vreselijke periode in oktober 1914 toen de Duitsers Dudzele kwamen bezetten.
Ze lachen daarbij; maar ze lachen met sprakeloos vertrokken monden. Kinderen proberen te juichen; maar hun ijle stemmen klinken vreemd bij het regelmatige zwijgende voortstappen der zware soldatenvoeten over de hobbelige keien van hun dorpsstraatjes.
Uit de kleine vensters der huisjes hangen de mensen. Sommigen wuiven met de hand; ze roepen onsamenhangende woorden. ’t Is niet te verstaan wat ze van omhoog roepen; maar ze maken daarbij hoekige armgebaren, stuntelig en in dit ogenblik zelfs niet wetend, hoe ze hun bewegingen moeten sturen.
Maar de bevrijding brengt gemengde gevoelens boven, een roes van geluk en verdriet roept gedachten op aan gesneuvelden en aan hen die nog in andere dorpen aan het strijden zijn. De oorlog was immers nog niet voorbij.
De meesten vrouwen staan afgewend te huilen; dit is wellicht haar natuurlijkste houding van de laatste tijd. En stellig is er geen uiterlijk verschil waar te nemen tussen haar schreien van het feestelijk vandaag en dat van gisteren nog, toen de wegtrekkende overheersers de vaders en mannen en jongens meevoerden; al het vee, koeien, varkens, schapen, pluimgedierte, alles onverbiddelijk slachtend, om het met karrevrachten mee te nemen, met ruwe hand het huisraad vermorzelend, waar zij meenden, dat het een of ander hun bij hun overhaasten terugtocht van nut kon zijn; en met helse ontploffingen alle bruggen en kunstmatige verkeersmiddelen in de lucht blazend, zelfs bij hun vertrek overal de verraderlijke tijdbommen achterlatend, om toch maar zoveel mogelijk overlast te berokkenen op de wegen, straks door de achter hen oprukkende Belgische troepen betreden, en daarbij nergens ontziende, of ook eigendommen van de burgerbevolking verloren gaan.
Zoveel tranen zijn in de laatste vier jaren reeds geschreid door het jammerlijke België. Het is als een gewoontegebaar geworden bij vrouwen en kinderen om den arm met hun zakdoek omhoog te heffen naar de ogen en steeds weer het nieuwe verdriet weg te wissen.
Maar als er nu wordt geschreid, o! eindelijk! Dan zijn het andere tranen. Toch, zonder wilde juichkreten, zonder dolzinnige jubel, zonder toomloze feestroes; zo staan daar de meeste vrouwen te schreien, de zakdoek weer tegen de ogen gedrukt. En zal het nu voor het laatst zijn?...
Deze laatste woorden zijn bijna profetisch te noemen want na de bevrijding van Dudzele en na de uiteindelijk wapenstilstand van 11 november zullen nog eens vier Dudzeelse zonen sterven; Amand De Backer, Omer Wintein, Pypers Pieter en Kamiel Vandeweghe. En later zal er opnieuw een wereldoorlog de kop opsteken.
De Jagers te Voet overnachtten, van 19 op 20 oktober te Dudzele, en trokken daarop terug verder:
En terwijl zijn we aan de schoon opgeblazen brug over het brede Leopoldskanaal gekomen, en moeten aan de oever wachten, tot de pontonniers de zwaarbepakte bataljonsfietsen en ook de mijne, naar de andere kant komen roeien; inmiddels scharrelden de eindeloze gelederen geelbruine soldaatjes langs de puinhopen van de vernielde brug omlaag, en bereiken over een handig daar in het gapende bruggengat geschoven aak de tegen-oever. 
Enkele weken later, op 11 november 1918, luidden de feestklokken in onze kerktoren één uur lang, tussen 11 uur en 12 uur. Om nooit meer te vergeten…
Net na de oorlog werd in Dudzele beslist om een herdenkingskapel op te richten aan hen die hun leven gegeven hadden opdat deze bevrijding zou mogelijk worden.    Wens je meer te weten over Dudzele, haar oorlogsverleden en herdenkingen, dan nodigen wij jou vriendelijk uit onze website te doorzoeken.
 
De Tranen van Sint-Pieter

.

                 De Tranen van Sint-Pieter

Op de voorkaft van één der merkwaardigste boeken over de Grote Oorlog, namelijk het boek van soldaat Lode Opdebeek (uitgave van 1922)  zien wij een tekening van een gesneuvelde Belgische soldaat in de handen van Maria, de soldaat is net door de Engelen in de Hemel binnengebracht. 
Op 11 november zouden de wapens zwijgen.
Wees erbij op 11 november 2011 en ervaar opnieuw het luiden van de klokken !