Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

DE BEVRIJDING VAN BRUGGE 1918

De bevrijding van Brugge

19 oktober 1918

      Tekst:P.De Vuyst

bevrijding steenstraat brugge

          Steenstraat, Brugge, 19 oktober 1918

Op deze prachtige foto zien we onze Belgische soldaten in de Steenstraat te Brugge en dit ter hoogte van de Sint-Salvatorskathedraal (zie de boomkruinen in de linker bovenhoek van de foto). Centraal op de achtergrond situeert zich de Zuidzandstraat. Deze foto kan gedateerd worden op 19 oktober 1918. De 5de Legerdivisie trekt Brugge binnen. Deze divisie had vooral Jagers te Voet als infanterie-eenheden (2de, 3de, 5de en 6de Jager-regimenten).
De bevolking is uitzinnig en dolblij met de bevrijding en haar bevrijders, op de foto zien we vooraan een vrouw en een aantal kinderen de soldaten begroeten. Bemerk tevens de vlaggen.
Deze postkaart werd op 25 oktober 1918 vanuit Nederland verstuurd naar Tilburg om vluchtelingen te melden dat Brugge bevrijd werd. Men kan eindelijk naar huis, na vier jaar lang wachten.
Louis Demey, een aannemer van openbare werken uit Sint-Michiels en na de oorlog burgemeester van deze gemeente, heeft ons een beschrijving van de bevrijding van z’n gemeente nagelaten onder de titel “De Verlossing”.
Sint-Michiels
“De mensen staan in hoopjes op de plaats. Allen spreken doorheen. Zou het waar zijn, of worden we belogen door de soldaten? Daar komen verscheidene burgers van Loppem en van Oostkamp, en zij vertellen, dat het langs de Kortrijkse straatweg, de Torhoutse en Gistelse steenwegen één gerij en gerots is van het aftrekkende Duitse leger.
Zouden wij eindelijk vrij zijn,… na vier lange jaren onder de hiel van de bezetter gelegen te hebben? Vrij zijn, wat is dit nu weer?... Mogen gaan waar men wil, mogen hardop zeggen wat men denkt, geen vreemde ratten aan huis hebben, ’s avonds uitblijven, geen boete moeten vrezen… Zou het echt waar gebeurd zijn, dat we weer mogen doen wat we willen ! Is dit nu de verlossing waar we zolang naar smachten?
Daar komt iemand naar buiten gelopen met een verfronselde nationale vlag; als hij ze openschudt, vallen er stukken uit, want de motten hebben er duchtig huis in gehouden… Het gebaar is echter aanstekelijk en enkele minuten daarna, heeft eenieder zijn vlag teruggevonden, en daar wappert onze driekleur weer, na vier jaar verbanning. (-)
Inderdaad, daar komt een troep Belgische soldaten aangemarcheerd. Ze zijn gans herbakken, die soldaten. Zij hebben ook een stalen helm op.
 Iedereen wil ze zien, loopt ze tegemoet. Onze soldaten zijn als paarden, die den stal geroken hebben; zij vergeten hun jarenlange ellende en ontberingen, om nu vrouw en kinderen, om moeder en vader terug te vinden.
De burgers jubelen het uit, zij roepen en tieren allerlei oorlogsgezinde kreten; de soldaten jubelen mee, maar zij galmen enkele klanken uit; klanken zonder de minste betekenis, die de stap rythmeren. 
Er heerst uitbundige vreugde: onder de troep zijn er een paar jongens uit het dorp; zij spoeden zich naar huis en antwoorden haastig op de menigvuldige vragen; ja, die leeft, die is dood, deze ook, wie noemt ge daar? Ach ja, ik weet, hij komt, hij zal wel komen, hij zit te…
Vreugde alhier, wanhoop aldoor.
De soldaten zijn weg, naar Brugge, verder. (-)”
Brugge
“Om en rond de Grote Markt is het onmenselijk druk; het grote plein is half bezet met soldaten, die rusten alvorens zij de vijand achterna zullen zitten. Burgers lopen tussen de gelederen, zoeken vrienden en kennissen op, stelen vragen, tonen belangstelling.
Ik zie de meest tegenovergestelde gevoelens tot uiting komen; uitbundige vreugde bij hen, die elkaar terugvinden; wanhopige droefheid bij degenen, die den dood vernemen van hun geliefden; deze laatsten sluipen, gaan hun verdriet duiken in de donkerste kamer van hun woning; hun verlangen, hun hoop, zijn plotseling omgezet in hete tranen, in diepe wanhoop. 
De eersten zijn gauw uitgepraat, na de dolle uitbundigheid van het weerzien, na de herhaalde vragen; zijt ge gezond, hebt gij honger geleden, zijt ge gekwetst geweest? Zij voelen dat er een afstand, een leemte van vier jaren ligt tussen hen en hun soldaten. Er zijn geen kleine dingen, geen dagelijkse beschouwingen meer, waarover zij spreken kunnen; er is een levensdraadje gebroken. Toch voelen zij zich gelukkig.”
Pas maanden na de bevrijding werden de soldaten oudstrijders
Toen wij als kind onze grootvader, in de Kerkstraat nummer 3, vroegen iets te vertellen over die Grote Oorlog werd het stil. Grootvader staarde vervolgens in de donkere binnenkant van z’n oogleden en zag sombere gehelmde schimmen stil marcheren onder een gebarsten wolkendek. Een kapotgeschoten hemel waaruit een miezerige regen droop op de grauwe gezichten van z’n dode kameraden. Een ogenblik lang, levenslang.
De oorlog had hem nooit meer losgelaten. Ondanks z’n gezegende ouderdom werd hij nog steeds voor een heel groot stuk geleefd door die ingrijpende oorlogsjaren. Nooit kon hij zich volledig verzoenen met de realiteit van het alledaagse na-oorlogse leven. Een leven lang geleefd worden door plots opduikende verschijningen. Niemand die kon begrijpen wat hij meegemaakt had, dat hij niet kon loslaten; modder, slijk, angst, vuil, bloed, het toedekken van stervenden en vooral het vasthouden aan het leven als een bezetene tot je er bijna aan kapot gaat.
Grootvader Bruggeling Jozef De Vuyst, de toen nog jonge strijder, is zoals vele anderen als een oude man teruggekeerd uit de strijd. Versleten door oorlog. Wij hebben deze soldaten bij hun thuiskomst een toepasselijke naam gegeven; oudstrijders.
Voor hem kwam er nooit bevrijding…
Ik was net geen twaalf toen Jozef voor een laatste keer overstak naar die troosteloze vlakte met haar druipend wolkendek. Hopelijk heeft hij er z’n kameraden teruggezien en heeft hij nadien kunnen proeven van de rust van het eeuwige Licht.
 
Dudzele
Het Tweede Regiment Jagers te Voet bevrijdde op 19 oktober 1918 het gebied ten noorden van Brugge; Dudzele (1ste bataljon), Sint-Pieters (2de bataljon) en ’s avonds Heist, Knokke en Westkapelle (3de bataljon). Het regiment was voordien vertrokken vanuit Oostende.
Zowel voor Dudzele als voor Brugge had de bezetting even lang geduurd, namelijk van 14 oktober 1914 tot 19 oktober 1918.
Enkele dagen later, op 11 november 1918, luidden de feestklokken in onze kerktoren één uur lang, tussen 11 uur en 12 uur. Om nooit meer te vergeten…
 
Wees erbij op 11 november 2011 en ervaar opnieuw het luiden van de klokken te Dudzele !
Vrede- en Heldenhulde
 
Foto: collectie P.De Vuyst
 
Met dank aan
Dhr.Raymond De Vuyst
 
Bronnen
De Mey, Louis. Maskers op?... Maskers af !, Uitgave Excelsior, Brugge, 1930.
Anthoine, Charles, Lt-Colonel Hre. Historique des 2e et 5e Régiments de Chasseurs à Pied, imp.Cl.Mathieu, Bruxelles, sd.
Weemaes, M. Kolonel S.B.H. b.d., Van de IJzer tot Brussel, imp Maison d’Edition, Marcinelle, sd.