Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

CYRIEL VANRAFELGHEM

Cyriel Vanrafelghem

 

°15 augustus 1887, Zedelgem

+ 12 september 1914, Boortmeerbeek

Tekst: P.De Vuyst

 

.

Een prachtige dag in 1914

Een verhaal

Mijmeren en reflecteren over een lang verleden is een manier om vluchtige versnipperde momenten vast te houden en de tijd te doen vertragen tot ze terug één geheel met onszelf kan worden.  Vaak maakt het terugdenken aan vroeger ons romantischer en geeft het aan het oude verhaal een nostalgisch tintje.   Misschien is het juist daarom dat wij ons omringen met oude foto’s.  Samen met het bekijken ervan komen de oude verhalen terug naar boven.

NSB Dudzele is dankbaar voor de gulheid waarmee de verschillende families verteld hebben over vroeger.  Samen met de nagelaten spullen van de overledenen zijn er de verhalen.  De zucht om deze verhalen te vertellen was steeds opvallend groot.  Alsof de doden een soort geheime opdracht hadden gegeven om hun spulletjes en verhalen te bewaren voor latere generaties, voor als het leed wat verzacht was. 

Bepaalde oude souvenirs hebben nog steeds een centrale plaats.    Samen met de erfenis kwam het bezit van materiële zaken (foto’s, documenten) maar ook verbondenheid in herinneringen.  Wij luisterenden zo vaak met immer groeiende belangstelling.  In die verhalen konden we horen hoe vaak onze gastgezinnen vreesden dat men zou vergeten; een stukje familieverleden, een verhaal, de verbondenheid met de overledene en een stuk geleden verleden.  Hoe gezinnen gebroken werden als vazen, in duizend scherven, maar achteraf terug opstonden door met die scherven een nieuw kunstwerk te creëren.

Steeds werd het duidelijk dat het de verhalen waren die de dingen, de oude spulletjes, betekenis gaven.  Zonder verhalen bleven de materiële dingen betekenisloos; ze werden gebruiksvoorwerpen, versleten dingen, kapotte zaken, antiek of zelfs oude rommel.   Maar zonder die foto’s, documenten en andere kregen de verhalen echter nooit de diepgang die zij verdienden.  Misschien is het daarom dat wij zo graag verhalen met elkaar delen maar dit jammer genoeg veel te weinig doen.

Hier vertellen wij het verhaal van Cyriel Vanrafelghem.   Het had een veel mooier verhaal kunnen zijn, maar is het niet.  Daar heeft het monster van de oorlog voor gezorgd.

De ouders van Cyriel Vanrafelghem

Moeder Nathalie                                                           Vader Petrus (Pieter)

Vader Petrus Vanrafelghem werd te Zedelgem geboren op 3 maart 1855.  Hij huwde op 25 april 1884 te Sint-Andries met De Meyere Nathalie.  Nathalie werd geboren op 1 september 1857 te Snellegem.  Na wat omzwervingen vestigde het gezin Vanrafelghem zich te Dudzele in de Duivekete, nummer 3 op 26 oktober 1907.  In totaal werden in het gezin 9 afstammelingen geboren.  Cyriel was het vierde kind en werd geboren te Zedelgem op 15 augustus 1887.  Hij was 20 jaar oud toen hij zich in Dudzele kwam vestigen met z’n ouders.  Vader Petrus zal in Dudzele komen te sterven in 1922.  Nathalie zal sterven in 1935.  Moeder Nathalie zag tijdens haar leven haar kroost slinken als sneeuw voor de zon:

  • Eloda (1884 – 1890)
  • Frans (1885 – 1915)
  • Cyriel (1887 – 1914), gesneuveld
  • Albrecht (1889 – 1915)
  • Edmond (1897 – 1919), gesneuveld
  • Vader Petrus (1855 – 1922)

Van elf naar vijf.  Nathalie zal als zwaarbeproefde weduwe Dudzele de rug toekeren en  intrekken in Blankenberge bij Arseen (zelf ook oudstrijder geweest) en Emmerence.  De andere twee overblijvende kinderen, Emma en Herminie, zijn ondertussen gehuwd.   Arseen zou door ziekte een been geamputeerd worden.  Herminie haar man, Dudzelenaar Vandercruysse Ernest,  werd als oudstrijder van de “Grote Oorlog” 50% oorlogsinvalide verklaard. 

Cyriel Vanrafelghem uit Zedelgem

Cyriel huwde te Dudzele op 5 oktober 1910 met de Dudzeelse Louisa Maria Vereecke.   Louisa werd geboren te Dudzele op 23 januari 1890 als dochter van Frans en Marie Hoste, beiden landbouwers.  Louisa en Cyriel hadden samen vier kinderen.  Cyriel was werkman.

 Het eerste kind was wat in de volksmond een "voorkind" werd genoemd, dit wil zeggen een kind voor het huwelijk.  In 1909 werd Marcel Leon Vanrafelghem geboren. 
 
Vervolgens in 1911 was er Bertha Maria Vanrafelghem geboren in 1911, 3 september.  Zij overleed in 2005.  Bertha huwde op 9 april 1932 met Marcel Provoost.  Hij stierf in 1991.  Bertha woonde ongeveer 50 jaar in de Dudzeelse Steenweg 165, zijnde op Sint Jozef. 
 
Dan kwam Arthur Jerom Vanrafelghem geboren in 1912, 17 oktober.  Hij overleed op 4 augustus 1967.  Hij huwde tweemaal.  Een eerste keer met Madeleine Verpoort in 1932.  Zij zou vroeg sterven, namelijk  op 31 januari 1942.  Weduwnaar Arthur hertrouwde met Hélène Jacobs.
 
Ten slotte is er Robertina Juliana Vanrafelghem geboren op 20 september 1914 en zij overleed in 1983.  Zij huwde Vrielynck Alfons in 1933.
 

Marcel was normaliter 5 jaar oud toen vader Cyriel naar de oorlog trok.  Bertha was er amper 4 en Arthur diende nog 2 jaar te worden.  Cyriel zou Robertina nooit zien.  Op het moment dat Robertina geboren werd was Cyriel reeds enkele dagen gesneuveld.  De arme kinderen zouden hun vader nooit meer terug zien.

Louisa Vereecke uit Dudzele

Toen de vader van Louisa hoorde dat z’n enige dochter wou trouwen met een arme werkmansjongen was de maat vol.  Hij verbood haar te huwen met Cyriel.  De liefde tussen beide jonge mensen was echter sterker en zij huwde met haar geliefde in 1910.  Als vergelding mocht zij van haar vader nooit meer terugkeren naar de hofstede.  Een nieuw verdriet trof haar toen in 1912 haar broer Jozef emigreerde naar Amerika.  

Toen Cyriel sneuvelde in 1914 stortte haar wereld in maar haar kleine kinderen dwongen haar verder door het leven te gaan.  Nog steeds mocht weduwe Louisa geen voet op de boerderij zetten en werd zij gedwongen om gebruik te maken van de openbare onderstand.  Als gevolg van deze uitwijzing zou zij pas voor de eerste keer terug naar huis kunnen na de dood van haar strenge vader Frans. 

De dood zou haar opnieuw opzoeken toen Jozef, haar “Amerikaanse” broer, sneuvelde in 1916.  Daarenboven zou de broer van Cyriel, schoonbroer Edmond, in 1919 het leven laten als gevolg van de oorlog.

Louisa zal als zwaarbeproefde oorlogsweduwe opnieuw in het huwelijksbootje stappen in  1925 en, net zoals haar schoonmoeder, Dudzele de rug toekeren.  Haar tweede man, Pieter Vrancken, werd echter in juni 1942 doodgeschoten te Sint-Andries…  Pieter was voordien niet gehuwd geweest en beiden zouden samen geen kinderen hebben.   Als beroep was hij voorman en mende paard en verhuiswagen voor de firma Criem-Goderis te Brugge.  Toen hij na z’n taak terugkwam en de verhuiswagen in de garage had geduwd, vlogen enkele Engelse vliegtuigen boven de Torhoutse Steenweg.  De jagers namen plots het paard onder vuur en een verschrikte Pieter liep naar buiten om z’n dier te redden.  Deze daad zou hij met z’n leven bekopen.  Hij werd dodelijk getroffen door het mitrailleurvuur.  Louisa verloor voor de tweede maal een echtgenoot aan een oorlog.  Haar schoondochter Madeliene Verpoort was enkele maanden eerder gestorven op 31 januari 1942 aan een longontsteking en de echtgenoot, Louise haar zoon Arthur, werd door de Duitsers gedeporteerd als dwangarbeider niettegenstaande er twee kinderen als wezen zouden achterblijven.  Louisa ontfermde zich over kleinzoon Roger en kleindochter Suzanne werd ondergebracht bij Bertha, de zus van Cyriel.   Weduwnaar en vader Arthur zou pas terugkeren in juni 1945.  Hij was door de lange oorlogsjaren en dwangarbeid in Duitsland een getekend mens; hij was onherkenbaar geworden, zowel fysisch als qua karakter.  Nadat Louise enkele jaren Arthur thuis had opgevangen zou Roger  terug bij z’n hertrouwde vader kunnen opgroeien maar Suzanne zou bij Bertha blijven.

Na de dood van haar tweede man, Pieter, bleef Louisa alleen.  Zij was een sterke en diepgelovige vrouw maar kleedde zich steeds in donkere sombere kledij.  IJdelheid was haar totaal vreemd.   Haar leed, spanning en angsten zou ze moedig blijven dragen maar een dergelijk zwaar leven deed haar aan het hart lijden.  Ze stierf op 25 maart 1949 te Sint-Jozef op 59-jarige leeftijd, thuis, in het bijzijn van haar dochter Bertha en haar kleindochter Suzanne.  Als een grote dame vroeg ze op het allerlaatste, toen haar levenskracht weggleed, om haar haren voor een laatste keer netjes te maken.  Misschien wou ze er goed uitzien bij het weerzien van haar eerste grote liefde Cyriel.

Oorlogsweduwe Louisa Vereecke, 1914.  Zij draagt de afbeelding van haar gesneuvelde echtgenoot en vader van haar kinderen als een zichtbaar aandenken.  Hier staan zij voor een laatste keer samen verenigd en vereeuwigd op een foto.

De oorlog in 1914

Volgens sommigen wordt ons lot reeds vastgelegd op de dag van onze geboorte bij onze eerste huilkreet.  Anderen denken dat ons lot kan beïnvloed worden door ingrijpende gebeurtenissen.    Het lot was Cyriel alvast niet gunstig gestemd. 

In september 1908 had Cyriel zich als milicien laten inlijven onder het statuut V.A.P. of “Volontaire Avec Prime” (vrijwilliger met premie).    Cyriel z’n effectieve diensttijd zou 20 maanden duren.  Een jaar eerder, in oktober 1907, waren z’n ouders verhuisd naar Dudzele.  In oktober 1910 trad hij in het huwelijk met Louisa Vereecke.   

Als 27-jarige jongeman, echtgenoot en huisvader van kinderen, ontving hij in de zomer van 1914 het lichtblauwe “wederoproepingsbevel” thuis met bevende handen.  Hij diende zich terug aan te melden bij z’n regiment; het 34ste Linieregiment.   Cyriel, soldaat 2de klasse, stamnummer 114/22779, van het dienstjaar 1908, werd ingedeeld bij het mobiele veldleger als infanterist.

Het marsbevel was duidelijk.  Hij diende “zich onmiddellijk, langs de snelsten en den kortsten weg, naar Luik te begeven om zijne wapens en zijne kleeding te hernemen.   Hij zal aangehouden worden door de gendarmerie, indien hij bij het korps waartoe hij behoort niet binnengekomen is uiterlijk voor twaalf uren, daags na den dag waarop het bevel van mobilisatie in de gemeente zal aangeplakt geweest zijn”.

Er was geen tijd te verliezen.  Hij diende de volgende dag ’s morgens heel vroeg te vertrekken om met de trein vanuit Brugge naar Luik af te reizen.  Hij nam afscheid van z’n zwangere vrouw en kinderen.  Op zondag 2 augustus 1914 was Cyriel te Luik.  Ook schoonbroer Ernest Vandercruysse was aanwezig.  Zowel Cyriel als Ernest maakten deel uit van het 34ste Linieregiment. 

Het 34ste en het 14de Linieregiment

(Het 14de en het 34ste Linieregiment maakten deel uit van de 3de Legerdivisie)

Cyriel was de eerste van onze dorpelingen die, in de strijd voor het vaderland, de dood vond.  Hij stierf op 12 september 1914.   Hij sneuvelde tijdens wat men toen de Tweede Uitval uit Antwerpen noemde.  Deze Tweede Uitval uit Antwerpen was echter niet het eerste contact met de vijand geweest.  In de periode 4 augustus tot 12 september had Cyriel het monster van de oorlog reeds vele malen in het gezicht gezien.

Op 5 augustus waren er al onmiddellijk de zware gevechten bij Rabosée geweest.   Er wordt in die eerste oorlogsdagen ook hard strijd geleverd in de intervallen tussen de forten rond Luik.  De verliezen zijn zo indrukwekkend groot dat beslist wordt de beide regimenten, het 14de en het 34ste, te herorganiseren en te laten samensmelten tot één regiment, namelijk het 14de Linieregiment.

Op 10 augustus bevindt wat rest van het regiment zich te Hoegaarden.  Tussen 13 en 18 augustus vinden we de eenheden van het 14de Linieregiment terug te Leuven.  De 19de augustus zal het 14de en het 9de Linieregiment samen zware strijd leveren rond Aarschot.  Tussen 20 en 25 augustus kan het regiment wat rust genieten te Boechout.  De rust zal echter niet lang duren.  Velen zouden binnenkort sterven.

Antwerpen

Het Belgisch Leger had zich teruggetrokken naar Antwerpen.  In een nota van 4 augustus 1914 aan de geallieerde mogendheden, die borg stonden voor de Belgische neutraliteit, suggereerde Koning Albert “een overwogen en gemeenschappelijke actie” om de overweldiger te verdrijven. Na een veertiendaagse campagne, ging die actie maar traag vooruit.  Het Belgisch Leger stond zo goed als alleen tegenover massa’s Duitsers.  Het mocht zich niet bloot geven om zich te laten vernietigen en het moest de verbinding met Antwerpen verzekeren.

Aangewezen op eigen kracht, heeft ons leger gedurende veertien dagen hardnekkig weerstand geboden aan de Duitse rechtervleugel.

De terugtocht naar Antwerpen geschiedde in goede orde.  Enkele hevige achterhoede gevechten gaven aan het gros van de troepen de gelegenheid zich naar Antwerpen te begeven.

Op 18 augustus 1914 concentreert het Duitse gevaar zich in het centrum van ons land (Brussel valt op 20 augustus).  Eens dat centrum gevallen is, trekt het Duitse leger zuidwaarts richting Parijs.  Het Belgische Leger was niet verslagen en zag hoe de Duitsers afzwaaiden richting Frankrijk terwijl de regio Antwerpen en de westelijk gelegen provincies onbezet bleven.  Dit toonde aan dat de Duitsers te weinig rekening hielden met de slagkracht van het Belgische Leger.

De Koning wou het lot van het vaderland ondertussen niet blootstellen aan een ongelijke en voorhand verloren strijd.  Hij zag zich verplicht al z’n troepen in de versterkte vestiging Antwerpen te concentreren en wachtte niet langer op de beloofde hulp van de geallieerden.

In het veilige Antwerpen kon het veldleger even op adem komen.  De Koning wou er zijn positie handhaven zolang de verbinding met de kust niet in gevaar was.  Hij wou een bedreiging vormen voor de flank van het Duitse leger, en aanvallen, indien de omstandigheden dit vereisten.

De Eerste Uitval uit Antwerpen (25 en 26 augustus 1914)

Geromantiseerde Duitse tekening met als tekst onderaan:

“Bajonet aanval op de Belgische uitvalstroepen voor Antwerpen”

 

Vier Belgische divisies rukten op 25 augustus uit naar het front Sempst-Werchter.  De Duitsers wijken geschrokken, en met veel verliezen, van deze uitval terug maar een flankaanval door enkele pas gelichte eenheden dwingt de Belgische troepen zich de avond van 26 augustus terug te trekken.

Bij het vallen van de avond op 25 augustus is het regiment van Cyriel in Bonheiden.  Het houdt  zich daar klaar om strijd te leveren maar zal zich uiteindelijk kunnen terugtrekken naar Lint.   In de periode 30 augustus tot en met 8 september bewaken de eenheden de intervallen tussen de forten van Antwerpen (tussen het kleine en grote Nete fort te Kessel).  Er gebeurt weinig.

De Eerste Uitval kostte het leven aan ongeveer 4.000 Belgische soldaten.  Deze aanval was voor de Duitsers een bewijs dat ons klein leger in staat was hun essentiële verbindingslijn met het noorden van Frankrijk in gevaar te brengen.

De Slag aan de Marne verliep ondertussen voor de Duitsers niet zoals gewenst en uit noodzaak dienden zij nu enkele van hun eenheden naar België terug te sturen om het hoofd te kunnen bieden aan een eventuele nieuwe Belgische aanval in de flank.  Die aanval kwam er enkele weken later.

In een grachtkant eten Belgische soldaten hompen brood en maïskolven, 1914.

 

De Tweede Uitval uit Antwerpen  (9 tot 13 september 1914)

Op 9 september gingen de Belgen opnieuw tot de aanval over en de Duitsers moesten vrij ver terugwijken. De 3de Legerafdeling opereerde langs de Dijleboorden van Haacht tot Muizen. De cavalerie drong zelfs door tot in de buitenwijken van Leuven. Te Haacht hadden de Duitsers een aanval op het Belgische bruggenhoofd over de Dijle gewaagd, maar door de tegenaanval van de 9de en 14de Linieregimenten stonden Belgen en Duitsers oog in oog met mekaar. De Duitse druk was zo groot, dat ook het 11de Linie in de strijd geworpen werd. De Duitsers werden tot de aftocht gedwongen. Onder meer Haacht en Wespelaar werden kortstondig veroverd. 

De gevechten, het continu alert zijn voor aanvallen, eisten veel van de militairen.  Cyriel z’n gezicht was grijs door het voortdurend schrikken van kanonnen en kogels.  De huid rond z’n ogen was als gebroken papier.  Vermoeidheid, door gebrek aan slaap, spanning en tekort aan voedsel en vooral drank deden de ganse groep ongelijk stappen.  Er was geen cadans meer.  De mannen hadden geen zomerkledij en leden fel onder het prachtige weer van 1914.

Het heroverde Haacht, september 1914.  Duitse militairen monsteren de schade aan de huizen.

Het regiment had al een vreselijke tijd meegemaakt.  Het dorp Haacht lag met gebroken daken en gapende gescheurde muren te wachten op betere tijden.  Even buiten het dorp werd halt gehouden.  Het plaatsje “Over-de-Vaart” (Boortmeerbeek) lag voor hen, evenals de verschanste Duitse troepen.  Cyriel werd beheerst door een ontzettende angst.  Een angst die bleek te groeien bij iedere stap.  Straks zouden ze opnieuw blootgesteld worden aan kogels, mitrailleurs en nog veel meer moordend tuig.  Het bloed suisde in het hoofd van Cyriel.  Hij was één van de oudsten van de klassen voor het veldleger, hij had kinderen maar niemand die zich daar iets van aantrok.   De Belgische kanonnen en houwitsers schoten ondertussen voor wat ze waard waren.

Het was een Duitse hinderlaag en de reeds uitgeputte Belgische soldaten liepen er recht naar. 

Korte tijd later zou Cyriel om z’n as draaien, de lenden doorschoten met moordend vuur, en stortte zielloos neer.  De verstijvende blik zoekend naar z’n geliefden.  Hij stierf met de ogen open.  Het was een aardige man en een goede huisvader maar hij stierf een smerige vuile dood.

Anderen probeerden terug te keren; kruipend en stuipend kwamen ze door hagen, over beken en langs de weg.  Hier en daar zag men een soldaat struikelen, alsof hij tegen een ander was gestoten, en dan de armen opslaan om dan in zijn volle lengte neer te storten.  De vlakte was bedekt met dode en wriemelende lichamen.  Het getier, geroep en gekrijs was onmenselijk.   Gekwetsten kwamen voorbijgestrompeld, met bloed op het gelaat, bloed op de kledij, bloed overal. .. 

Het landschap is er adembenemend mooi.  De gesneuvelden liggen er nog.  Ze vertonen nog geen tekenen van verrotting maar lijken bijna levend te zijn.  De vreemde verdraaide posities van de ledematen bewijzen dat ze echt dood zijn.  De doden liggen nog steeds overal verspreid, in eigenaardige, onnatuurlijke houdingen, in elkaar gekropen, dubbelgevouwen, languit, voorover gevallen, met hun gezicht plat op de grond.  Er is een soldaat bij die een been mist en een zwart gezwollen gezicht heeft, een ander met een verbrijzeld gezicht.  In de verscheidene open wonden zwermen vliegen en er zijn ook andere krioelende draadachtige dingetjes te zien.  Binnen enkele uren zal het gezoem van dikke vliegen te horen zijn.

Het was een prachtige dag, maar niet om te sterven.  Omstreeks 17.00 uur viel de strijd stil.

Door de terugtocht van de Belgische troepen te Rotselaar, Wakkerzeel en Hambos, was ook de 3de Legerafdeling uiteindelijk verplicht uit Haacht en Wespelaar te trekken.  De strijd rond Haacht had geen terreinwinst opgeleverd, integendeel.

Er vielen, na de eerste uitval, nog eens 8.000 Belgische verliezen (gesneuvelden, gekwetsten, krijgsgevangenen, enz.) en ditmaal in een periode van vier dagen.

Gesneuvelden worden verzameld op het slagveld.  Zemst 1914.

Achteraf

De baan was bezaaid met gekwetsten en met verbrijzeld, verlaten, oorlogsmaterieel.  Rechts en links zaten in de velden kleine groepjes gekwetsten; een tiental, een twaalftal, allen even zwak en onmachtig bijeengekropen.  Zij zochten elkaars hulp tegen de kou die door hun lijf liep, en bijstand om bloedende wonden wat te verzorgen.  Stervenden slopen naar elkaar, om bij de andere, een laatste beetje lichaamswarmte te zoeken.  Er werden lijken teruggevonden bijgeschaard bij elkaar.

Opgeëiste boerenwagens werden naar de gekwetsten en gesneuvelden gestuurd.  Ganse rijen wagens met gewonde Belgische soldaten reden er naar gemeentescholen, kloosters of andere grotere gebouwen in de omtrek.  Op die zware boerenwagens lag een dunne laag stro waar telkens vier of vijf gewonden uitgestrekt neerlagen.  Vele eerste verbanden waren vervuild en het bloed sijpelde er doorheen.   Deze gewonden waren krijgsgevangenen en bleven onder strenge bewaking van de Duitsers. 

Naar alle waarschijnlijkheid werden de Belgische gesneuvelden zo snel als mogelijk in enkele grote kuilen begraven.  Ze werden nadien opnieuw, en in een walm van verzengende stank, opgegraven om vervolgens een individuele begraafplaats te krijgen.  Het opeisen van burgers om dergelijke werken uit te voeren was de Duitsers niet vreemd. 

Dudzele

Ondertussen ging het leven te Dudzele verder.  De hulpbehoevenden, die een zoon of echtgenoot aan het front hadden, konden aanspraak maken op een militievergelding of militievergoeding.  Zo trokken de leden van het gezin Vanrafelghem - De Meyere elke week naar het gemeentehuis om de vergoeding op te halen:

  • vader Petrus voor twee zonen: Edmond en Arsene;
  • echtgenote Herminie Vanrafelghem voor haar man Vandercruysse Ernest;
  • echtgenote Louisa Vereecke voor haar man Cyriel Vanrafelghem.

 

Het beetje geld zal echter het verdriet rond het verlies van Cyriel (en later ook Edmond) niet kunnen wegnemen. 

 

Officieel dood zijn

Cyriel z’n dood werd opgenomen in verschillende lijsten zoals toen gebruikelijk was.  Uit deze lijsten blijkt dat Cyriel z’n verhakkelde lichaam of wat ervan restte, driemaal begraven werd.

Mooi verzorgde boekjes en lijstjes maar met een schrijnende waarheid vertellen ons iets meer.

Lijst “Het Volk” : Gestorven voor het ’t Vaderland

De lijsten “Gestorven voor het ’t Vaderland” die “Het Volk” publiceerde in 1915 maken melding van Cyriel.  In de vijfde lijst vinden we het volgende: “Van Rafelghem Cyriel, gesneuveld te Boort-Meerbeek-bij-Mechelen, ontgraven en naar het kerkhof verlegd”.

Lijsten van het Rode Kruis

Cyriel Vanrafelghem, soldaat 2de klasse, wordt opgenomen in de eerste lijst der Belgische gesneuvelden gepubliceerd door het Rode Kruis.  Als begraafplaats wordt hierin Boortmeerbeek opgegeven.

Heden vinden we Cyriel z’n laatste rustplaats terug op de militaire begraafplaats te Veltem-Beisem in het graf met nummer 6.

Cyriel werd aldus driemaal begraven; op het slagveld, te Boortmeerbeek en daarna te Veltem-Beisem.  Te Veltem-Beisem vond z’n lichamelijk overschot een laatste rust en is heden daar nog steeds te terug te vinden.

Besluit

Cyriel sneuvelde in een open stormloop naar een versterkte Duitse positie tijdens de aanval op Over-de-Vaart (Boortmeerbeek, Brabant).   Het werd een 650 meter lange spurt op leven en dood.  Goed verscholen Duitse mitrailleurs zaaiden in het open veld moordende kogels onder de Belgische soldaten.  Een Duitse loopgraaf werd veroverd maar op 12 september 1914, in de loop van de morgen sneuvelde Cyriel.  Officieel telden de verliezen (doden en gekwetsten) voor het 14de Linieregiment  14 officieren en 400 soldaten of meer dan één derde van haar overgebleven effectieven; een bloedbad.  Daarna gaat wat rest van het regiment enkele dagen in rust in de versterkte vestiging Antwerpen.  Toen ook Antwerpen viel, trok het 14de Linieregiment westwaarts.  Het 14de Linie zou in haar aftocht naar de IJzer op 9 oktober 1914 te Lissewege halt houden maar toen was Cyriel er al lang niet meer bij.  Laat ons hem herdenken.

 

Cyriel had mooie kinderen maar de waarheid was te gruwelijk om ooit te vertellen.   Uiteindelijk erkende de burgerlijke rechtbank te Brugge z’n overlijden, officieel, op 2 juni 1919. 

Een geromantiseerde afbeelding van Belgische troepen die een Duitse loopgraaf veroveren, september 1914.

 

Dankwoord

Mevr.Suzanne Van Rafelghem

Mevr.Ingrid De Smet

Dhr. en Mevr.Christel Hennico en Robert Costenoble

Dhr.Martin Van Acker en Dhr.Stefaan Calus

 

Bibliografie

s.l., Historique succinct du 14E Régiment de Ligne (1914-1918), Editions de la Belgique Militaire, Bruxelles, 1924.

s.l., Gestorven voor ’t Vaderland, Drukkerij “Het Volk”, Gent, 1915.

s.l., Première Liste des Soldats Belges morts pour la patrie, Croix Rouge de Belgique, Bruxelles, 1915.

Collection P.D., La Belgique Meurtrie 1914-1918, s.d. (vermoedelijk 1919).

Gerstmans M., De oorlogsdagen in augustus 1914 te Sint-Truiden, G.Van West, Sint-Truiden, 1964.

s.l., Bladzijden uit den oorlog.  Volksfierheid door een krijgsdokter.  IJzer 1914, Imprimerie des Orphelins, Calais, s.d. (vermoedelijk 1915).

Dunord, Jean,  Histoire d’un Compagnie d’un Régiment de Ligne,  Imp-Editeur, Ch.Gothier, Liège.

Powell, E.A., Fighting in Flanders, Heinemann William, London, 1914. (Special Correspondent of “The New York World” with the Belgian Forces in the Field)

Englund, Peter, De schoonheid en het verdriet van de oorlog.  Ooggetuigen van de Eerste Wereldoorlog, Spectrum, Houten-Antwerpen, 2011.

Cobb Humphrey D., Op het Veld van Eer, De Salamander, Amsterdam, 1956.

Van Der Essen, L., Inval en Oorlog in België.  Van Luik tot den Yser benevens schets der diplomatische onderhandelingen die aan het konflikt voorafgingen.  Derde deel.  De Vlaamsche Boekenhalle te Leiden, s.d. (vermoedelijk 1916).

Casteels R, Vandegoor G., 1914 in de regio Haacht.  Kleine dorpen in de Grote Oorlog, uitgave van de Haachtse Geschied- en Oudheidkundige Kring (HAGOK) in samenwerking met het Centrum voor Historische Documentatie van de Belgische Strijdkrachten (CHD), Brussel, 1993.

De Wilde R., De Liége à l’Yser.  Mon Journal de Campagne, Librairie Plon, Paris, 1918.

Van Rafelghem J., Onze levensboom, stamboomboek van de familie Vanrafelghem.

https://inventaris.onroerenderfgoed.be/dibe/relict/201115

http://www.forumeerstewereldoorlog.nl/viewtopic.php?p=249611&sid=6aa773afa2f46e6ddc9102025c53622a met betrekking tot “Volontaire avec prime”.

“Volontaire avec prime”

Een "volontaire avec prime" nam de plaats in van iemand die via het lotingsysteem aangeduid werd om als dienstplichtige in het leger te dienen.  Dat kon enkel gebeuren indien de dienstplichtige een niet onbelangrijke som aan het Ministerie van Landsverdediging overmaakte en indien de kandidaat-vervanger voor de militaire dienst werd goedgekeurd.  De te betalen som was bij wet vastgelegd en diezelfde som werd in meerdere schijven ter beschikking van de vervanger gesteld.  Tijdens het eerste decennium van de 20ste eeuw bedroeg die som, afhankelijk van het korps waarbij de vervanger werd ingedeeld, 1500 tot 1700 frank. 

Tekst en afbeeldingen

Tekst

De tekst werd opgesteld door P.De Vuyst

Afbeeldingen en foto’s:

Suzanne Vanrafelghem: foto Louise Vereecke en Cyriel VanrafelghemMartin Van Acker: foto graf te Veltem-BeisemPaul De Vuyst : alle andere afbeeldingen met uitzondering van de afbeelding Zemst:http://pages14-18.mesdiscussions.net/pages1418/Pages-memoire-necropoles-MPLF-MDH/Necropoles-et-sepulures/inhumations-sujet_42_1.htm