Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

BODYN GUSTAAF JOZEF

GESTORVEN VOOR HET VADERLAND

De liefelijke onschuld van Vlaanderen

°19 MEI 1893 Loppem - † 27 SEPTEMBER

4 de LINIEREGIMENT 1ste BATALJON 2de COMPAGNIE (2/I/4L) SOLDAAT 2de KLASSE – KLAS 1913 MATRICUUL 57896 WALEMBRUG – NETEDIJK – RUMST

 

Familie Bodyn Gustaaf was een ongehuwde zoon van Bodyn Felix (°1855, Loppem) en Lefevere Rosalia. Vader Felix overleed te Loppem op 29 maart 1899.

Weduwe en moeder Rosalia trad opnieuw in het huwelijk met Destickere Lodewijk uit Dudzele. Destickere Lodewijk (°15 januari 1871, Dudzele) was eerder gehuwd met Lefevere Maria (°29 augustus 1866, Loppem), de zus van Rosalia. Maria kwam te sterven op 30 maart 1905, zij was toen amper 38 jaar oud.

Weduwnaar Lodewijk trad vervolgens in het huwelijk met de schoonzus, weduwe Rosalia. Het huwelijk voltrok zich op 12 september 1905, amper 6 maanden na het overlijden van de jongere zus, te Dudzele. Rosalia verhuisde naar Dudzele op 23 september 1905. Zij kende een zeer eenvoudig bestaan, kon lezen noch schrijven. Haar twee jongste kinderen vervoegden haar naar Dudzele, namelijk Gustaaf (12 jaar) en Cyriel (9 jaar). Enkele maanden later volgende de jongste dochter Marie (15 jaar). Gustaaf zou vijf jaar later, in 1910, tijdelijk terugkeren naar Oostkamp. Rosalia (°24 november 1859, Loppem) was moeder van 8 kinderen:

• Bodyn Zenobia Eurphrasie °30 maart 1881, Loppem, landwerkster (vertrok op 29 oktober 1907 naar Koolkerke, werd er huishoudster en huwde met Ver Eecke Richard)

• Bodyn Leonia °5 november 1882, Loppem, landwerkster (vertrok op 23 augustus 1903 naar Oostkamp, zij zou later huishoudster zijn te Loppem en huwen met Kersebilk Evarist)

• Bodyn Emiel Jozef °4 januari 1885, Loppem, landwerker (werd werkman te Loppem)

• Bodyn Henricus °23 januari 1886, Loppem, landwerker (vertrok op 1 maart 1909 naar Lichtervelde, werd later werkman te Oostkamp)

• Bodyn Gustaaf Emiel, °1889 - †1889

• Bodyn Marie °30 juli 1890, Loppem (vertrok op 2 januari 1906 naar Dudzele, werd later huishoudster te Oostkamp en huwde met Costers Jules)

• Bodyn Gustaaf Jozef °19 mei 1893, Loppem (vertrok op 28 maart 1910 naar Oostkamp, keerde terug en werd landbouwer te Dudzele)

• Bodyn Cyrillus °15 juli 1896, Loppem (vertrok op 23 september 1905 naar Dudzele, werd later werkman te Dudzele)

Gustaaf woonde volgens een verklaring van moeder Rosalia uit 1922 in de Watergangstraat 31-32, te Dudzele bij het uitbreken van de oorlog in 1914. Zij ontving correspondentie rond haar gesneuvelde zoon na de oorlog op het adres Brugsche Steenweg 21, Dudzele.

Een gratis treinticket om het graf van haar kind te bezoeken werd haar ook op dat adres toegestuurd. Gustaaf lag op dat moment echter niet meer in z’n oorspronkelijke graf maar was toen reeds herbegraven op de militaire begraafplaats te Mechelen. Het verhaal van Gustaaf gaat als volgt

Oorlog, 1914

Gustaaf was de zevende spruit uit een gezin van 8 kinderen. Hij behoorde tot de lichting 1913 en werd opgeroepen om zijn militaire dienstplicht te vervullen bij het 4de Linieregiment te Brugge. Hij trad er binnen op 15 september 1913. Aldus was Gustaaf opgetrokken naar Brugge om er piot, infanterist, te worden. In 1914 profiteerde Gustaaf van het toegestane landbouwverlof voor de boerenzoons. Hij was nog niet goed thuis of er kwam een mobilisatiebevel met binnenroeping in de kazerne. Voor hem is dit de kazerne Poermolen bij de Kruispoort. Iedereen moest terug binnen zijn op 29 juli 1914. Dat kwam als een donderslag bij heldere hemel. Gustaaf stapte dezelfde dag de tram op. Hij moest hiervoor niet ver gaan. Vooraleer de tram vertrok zegden de bezorgde ouders nog vlug “God zegene en beware U”. Op zondag 2 augustus werd toestemming verleend aan de soldaten om de mis bij te wonen en dit mocht in de parochiekerk zijn op voorwaarde dat men ’s middags terug op de kazerne was. Wellicht is Gustaaf toen voor een laatste keer thuis geweest. In duizenden gezinnen werd in de komende nachten weinig geslapen, er was teveel onrust. Nieuwtjes verspreiden zich constant en razendsnel. Een nakend vertrek van de soldaten, de zonen, naar het front liet niemand onberoerd. Kranten wakkerden die nervositeit omtrent een nakende oorlog aan met nieuws over een Duits ultimatum. Het werd oorlog.

In de kazerne ontmoet Gustaaf ook vier andere Dudzelenaars die in het 4de Linieregiment ingelijfd waren en ook gemobiliseerd waren; Lodewijk Scherpereel, Edward Danneels, Louis Timmerman en Constant Stroef die samen met Gustaaf in dezelfde compagnie zat.

We laten Gustaaf enkele fictieve brieven schrijven (gebaseerd op echte brieven van een andere soldaat in hetzelfde 4 de Linieregiment, bron: Ons Doomkerke; 28ste jaargang, nr. 1 maart 1983).

BRUGGE, 3 oogst 1914 (Daags voor de inval)

Lieve vader, moeder, broeders en zuster, Deze kaart om goede avond te zeggen. Ik heb veel moed en denk dat ik zal mogen weerkeren. Gij moet daar geen verdriet in maken dat ik weg ben naar Tienen (Brabant). Ik zal nog regelmatig laten weten hoe het met mij is. Van uwe zoon en broer. Gustaaf.

In de nacht van 3 op 4 augustus 1914, heel vroeg om 3 uur, verliet het 4de Linie gebukt onder de regen Brugge. De verschillende bataljons reisden af elk naar hun bestemming. Het 1ste bataljon, met als bevelhebber majoor Rademakers, had als bestemming Halen en omgeving.

TIENEN, 4 augustus 1914 (Dag van de Duitse inval)

Het volk dat gisteren in en om het station te Brugge liep was zo erg als op een mei maandag. Geheel de nacht niet geslapen om ons te zien vertrekken. Er waren drie treinen met 60 à 70 wagons geheel vol met piotten, lansiers, en kanonniers. Gij kunt wel denken dat het iets moet geweest zijn. Binnengekomen in Tienen moesten we nog twee uren ver te voet over Halen. Tijdens de rust had gij de mensen moeten zien met bier, melk, schone hesp, sigaren, stuiten, kaas en nog allerhande drank dat ze ons aanboden. Gij kunt niet geloven hoe wij hier met de mensen hun gedacht aangekomen zijn. Wij trokken een patersgesticht binnen. Op de koer stonden er vijf halve tonnen bier voor de soldaten. Weet gij hoe wij hier slapen? Op een bond stro de enen tegen den anderen. Het zit niet goed! Ze zeggen dat wij tegen de Duitsers moeten vechten. Dat zal slechter zijn. Nu ik maak daar niets van, als ik maar mag wederkeren.

De 2de compagnie van het 1ste bataljon waartoe Gustaaf behoorde, werd geleid door kapiteincommandant Van Vlierberghe en onderluitenant De Taeye.

VERTRIJK, 5 oogst 1914

Er is veel nieuws; doch zal ik het liever mondeling vertellen. ‘t Is hier een geheel andere streek dan al onzent. Wij hebben een voettocht gemaakt van 4 uur ‘s morgens tot 11 uur. Mijn adres weet ik nog niet. 

Afb.1. Zomer, 1914. Belgische soldaten legden honderden kilometers af dwars doorheen een warm en stofferig Vlaanderen. Deze soldaten konden nog geen antwoord bieden aan een groter en beter uitgerust Duitse leger in volle opmars doorheen België naar Frankrijk.

 

DRIESLINTER, 5 oogst 1914,

Ik laat U allen de staat van mijn beste gezondheid weten. Ik verhoop voor U hetzelfde. Anders zou het mij veel verdriet doen. Moesten jullie hier in de streek van Luik zijn, gij zoudt uw ogen opentrekken welke schade dat er hier aangericht is. ‘t Is wreed! Nu het is te lang om te schrijven. Gij weet daar zoveel van als ik. Wij moeten moed hebben. Het volk loopt hier al weg! Als ik thuis kom zal ik veel kunnen vertellen. Ik heb de 9de uw brief met veel plezier ontvangen. Het is hier maar triestig voor mij. Ik wil het allemaal niet zeggen. Ik zal dat doen als ik eens afkom. Wij hebben nog niet in de slag gezeten. Ik ben ook te communie geweest omdat ze zegden dat wij ‘s anderendaags in een slag zouden zitten; maar het is niet waar geweest. Vele mensen laten hier alles in den brand om te vluchten. Anderen staan gehele dagen te wenen van benauwdheid. Terwijl ik hier schrijf komen er soldaten van ‘t Brugs Garnizoen met Duitse krijgsgevangenen. Ik hoop dat het niet lang meer zal duren. Ik verlang naar Dudzele…

Afb.2. Belgische infanterist, 1914. Een vrouw plaatste wat emmers met water langs de weg zodat soldaten hun drinkflessen konden vullen of met een pollepel konden scheppen om de dorst te stillen.

WOMMERSOM 11 oogst 1914

‘s Avonds was het geheel slecht voor de Brugse lansiers. De gekwetsten kwamen in voituren binnen. Subiet kregen zij de laatste Heilige Sacramenten in het hospitaal. Er zijn er zes op slag dood. Doch er zijn meer gekwetsten dan doden. De kanonnen hebben lelijk hun werk gedaan. Men zag de obussen openspringen en dat was dan een hele bal vuur. Jules Verhoye van Wingene van de klasse 12 is op het veld achtergelaten. Zijn hoofd was in tweeën geslagen en hij is begraven zoals wij thuis een kreng zouden delven. Wij dachten dat we er ook aan moesten. Ik zie veel af. Bidt dat ik zou mogen wederkeren. Wij slapen onder de bloten hemel, want de huizen werden hier in brand gestoken. De burgers zijn allemaal weg. Deze die niet weggelopen zijn worden hun geld afgenomen, binnen gesloten en hun woning in brand gestoken. De ene dag zitten wij hier, de andere daar. Wij moesten zo een beetje ons plan trekken en ons eten zoeken in de leegstaande boerderijen. Uw zoon Gustaaf

Afb.3. 1914. Belgische soldaten worden constant met stromen vluchtelingen geconfronteerd. Mensen op de vlucht voor het oorlogsgeweld. Vele huizen en boerderijen worden verlaten.

SINT MARGRIET HOUTEM 14 oogst 1914

Na de Slag bij Halen, 12 augustus, ziet Gustaaf kans iets te schrijven.

Ik ga nu eens het droevig nieuws laten weten dat hier in de streek is gebeurd. Honderden doden, maar geen van ons dorp. Ik heb ze niet gezien, maar hoorde het zeggen. Soldaten die lopen hun adem af van het verschot tot ze er bij vallen.

Gustaaf wil hier niet toegeven dat hij heeft deelgenomen aan de Slag bij Halen.

Kapiteincommandant Van Vlierberghe sneuvelde op 12 augustus 1914 tijdens deze slag. Ik heb nog altijd hoop levend thuis te komen. Dat ze moesten zeggen: Ge moet te voet naar huis en ge zijt ervan af; ik zou seffens weg zijn. Hier ziet men ook veel familieleden van de soldaten. Ouders die hun zoon willen zien. Vrouwen die hun vent opzoeken. Wij zien hier af van de warmte met onze warme kleren en alzo geladen en verre moeten gaan; maar der is niets aan te doen. Daarmee sluit ik dan mijn brief en blijf intussen uw liefelijke zoon Gustaaf, en tot later.

TIENEN, 14 oogst 1914

Ik heb uw brief met vele vreugde ontvangen. Er is hier grote schaarste aan eten. Gelukkig brengt de oogst ons wat!

Op 27 september 1914 vallen de Duitsers dan toch de vesting Antwerpen aan (dit was eerst de bedoeling niet, maar door de hinderlijke Belgische uitvallen werd beslist de versterkte stelling Antwerpen in te nemen). De Duitsers zetten hun zwaar geschut in. De kanonnen zorgen voor een ware ravage en de forten kunnen weinig of geen weerstand bieden. Gedurende 4 dagen houden de bombardementen aan, waarbij in de forten Walem, St.-Katelijne-Waver en Koningshooikt kruitmagazijnen getroffen worden die met geweldige ontploffingen in de lucht vliegen. Door het geschut worden betonnen gewelven doorboord, stalen koepels getroffen en de verdedigers van het fort murw geslagen. Dan wordt de Duitse infanterie ingezet en de forten worden één voor één veroverd.

 

Afb.4. De soldaten zien langs de vele landelijke wegen, de gevolgen van beschietingen (afbeelding september 1914, Melle).

WALEM, september 1914

Ge kunt wel denken in zulk een geval dat onze gezondheid en ons leven op het spel staat. Wij zijn een groot einde versprongen, en zitten nu tegen Antwerpen. ‘t is een hele trot, Tienen al over Leuven naar Walem. Ik liep al slapend over de wegen. Er zijn hier veel wrede toeren gebeurd op de streek. De Duitsers, 5000 mannen sterk, kwamen op ons toe. De Belgische troepen zich achteruit en diezelfde Duitse troepen zijn dan in de rug aangevallen. ‘s Avonds stonden vele huizen in brand. Het 4de zit achter de forten van Antwerpen. Onze troepen zagen bomen af , dik en dun en zelfs huizen worden afgebroken om veel plaats te hebben om te kunnen schieten. Er zouden al Belgische soldaten weggevlucht zijn! In zulk geval worden ze teruggegrepen en terstond doodgeschoten. Moest men zo streng niet optreden, iedereen zou weglopen uit die moordenaarskuil. Alphonse Verdickt en Jean Raes, beiden van het 23ste Linieregiment, werden gefusilleerd te Walem op 21 september 1914. In den beginne kregen we eten voor niets. Nu is ‘t allemaal anders. Men krijgt het zelfs niet meer voor geld. Er komt geen voedsel meer in en alles wordt opgegeten. Ik heb nog 18 frank. Wij weten niet hoelang dat nog kan duren. Beste groeten van uw zoon Gustaaf. Het volgende relaas komt van oud-strijder August VERPLANCKE uit Zedelgem (1893-1985 ). Hij zat samen met Gustaaf in het 4de Linieregiment, 1ste Bataljon. (Bron: Archiefjes Marc Vandaele, deel VII). “Zodus wij hebben daar dan nog acht dagen rondgegaan en de wacht gehouden daarrond, totdat de Duitsers ons weer aangevallen hebben. De Duitsers hebben ons toen weer aangevallen en wij zijn dan op Leuven …, op Mechelen gekomen, tot aan het fort van Walem. We hebben daar geslapen in een gesticht. Daags nadien hebben we weer vooruit gemoeten. De Duitsers zaten in Mechelen en we hebben ze er weer moeten uitjagen. En we zijn geraakt tot op de grote (spoor)baan LeuvenBrussel hé, de ‘ijzerweg’. En daar hebben we toen zeker nog een veertien dagen stand gehouden, totdat de Duitsers … We zijn dan een keer vòòr de (gevechts)lijn gegaan, maar het kon niet meer zijn … We konden het niet houden, we zijn weer moeten achteruit gaan …zie je … en wij zijn weer op de lijn, op den ijzerweg gaan standhouden. Veertien dagen nadien zijn we aangevallen door de Duitsers, met volle geweld, en bij ons, er zaten er hier een stuk of vier en er zaten er ginder een stuk of vier … dat was geen echte lijn, hé … wij hadden geen volk genoeg daarvoor … 

Afb.5. Belgische artilleristen geven vuur ter ondersteuning van de infanterie. Bemerk de kapotgeschoten huizen in de achtergrond, 1914. Regio Mechelen, Hofstade.

Afb.6. Belgische soldaten, september 1914. Spoorlijn Mechelen – Antwerpen, Walem.

“Zodus, wij zijn dan altijd weer moeten achteruit gaan - we hadden de Duitsers eerst uit Mechelen gejaagd en dan zijn wijzelf weer uit Mechelen weggetrokken - en we zijn naar Walem gekomen. We hebben eerst vòòr de forten gelegen en die grote obussen kwamen dan om de forten te beschieten … en de eerste die gekomen is … was er niet ver van, maar de tweede die gekomen is, was al een heel eind over de forten. En er zijn er dan ‘differente’ (= verschillende) gekomen, van die zware - dat kwam niet ‘zére’ (= vlug), er kwam er maar nu en dan een … dat waren zware stukken, hé - en wij hebben moeten van voor de forten (weg)gaan en achter de Nete gaan, in Walem. Dat was onze compagnie, daar achter de Nete. En achter de Nete is er daar een (obus) gevallen, ‘binst’ (= terwijl) dat we daar zaten … we stonden daar tegen een soort van fabriekje, tegen de brug (ik kan niet meer zeggen wat soort fabriekje dat juist was) … en we stonden daarachter … en almeteen komt er daar een van die grote (obussen) en hij veegde zo’n veertig man in enen blok weg … Hij viel hier, en wij zaten daar … en had hij dààr moeten vallen, wij waren allemaal weg.”

Afb.7. Met groot Duits-Oostenrijks 305mm Skoda geschut werd het fort van Walem bestookt.

“En ze veegden dat ‘t hope’ (= tezamen) en smeten dat allemaal in een put. En de een zijn hoofd lag langs hier - en ver, weet je - … en de andere zijn been lag aldaar … Op de ‘route’ lag er een stuk lijf (= romp), er lag daar een been, en ze hebben dat al ‘vergaard’ (= samengeraapt) en in een put gesmeten. Zodus hebben wij daar al die tijd rond Walem gezeten totdat we dat zeker niet meer konden houden … en ja, we moesten dan achteruit.”

Wanneer stierf Gustaaf ?

Het fort van Walem maakte deel uit van de buitenste gordel van de verdedigingswerken die rond Antwerpen aangelegd waren na de Frans-Duitse oorlog van 1870. Op 28 september 1914 begon de Duitse artillerie met de beschieting van het fort. Hierbij werd zwaar geschut ingezet met een kaliber van 305mm (Skoda) en 420mm (Krupp). De grootste verplaatsbare kanonnen ooit gezien in een militair conflict. Indrukwekkende monsters. De bewapening van het fort was hierop niet berekend zodat zware vernielingen werden aangericht die leidden tot de uiteindelijke overgave op 2 oktober, na 5 helse dagen van intense beschietingen op en rond het fort. Op het nabije terrein hadden de Belgische troepen, waaronder Gustaaf, zich verschanst als onderdeel van de Rupel-Netelijn. Van achter de rivierdijk konden ze het schouwspel gade slaan van de zware projectielen die insloegen op de weidelanden en op het fort. Bij iedere ontploffing trilde de aarde als een snaar. Een ontplofte granaat liet een enorme krater na van wel zes meter diameter. De situatie was op 30 september ongemeen zwaar voor het 4de Linieregiment; “Alle troepen waren ontredderd en hunnen aftocht onder shrapnells en kartet’s granaten, was met grote moeite op de Nete tegengehouden. Nochtans herstelden de troepen zich en langzaam aan vormden ze zich terug ten noorden van de Nete en rond 13.00u vertoonde de toestand zich als volgt. De 4de Gemengde Brigade had twee bataljons van het 4de Linieregiment; het één bij de brug van Walem, het ander bij de brug van de spoorweg van Antwerpen (Zuid). Het derde bataljon eindigde met ten noorden van de Nete te trekken en zich te hervormen aan paal 30 van de steenweg Antwerpen-Mechelen.” Dit waren belangrijke bruggen omdat zij de verbinding maakten tussen Mechelen en Antwerpen. Bruggen die de Duitsers kost was kost wilden bereiken.

Afb.8. De laatste uren van het fort van Walem bleven niet onbeschreven.

 In de namiddag van 2 oktober 1914 wordt de 3e gemengde brigade met de aflossing belast, de 4e gemengde brigade Brigade (met daarin onder andere het 4de en 24ste Linieregiment) zal naar Kontich vertrekken in reserve. Deze aflossing gebeurt onder een hagelbui van brisantgranaten en schrapnels. Het bombardement is zo hevig dat sommige eenheden van het 4e Linieregiment nabij de spoorlijn naar Antwerpen Zuid er de voorkeur aan geven om de duisternis af te wachten vooraleer zich terug te trekken. Het fort van Walem valt. De Duitser rukken op in de zones tussen de forten want ze hebben nu niets meer te vrezen van de geschutskoepels van het fort.  De 3de oktober, volgens de bevelen van de vorige dag, had de 4e Gemengde de nacht doorgebracht met het bewaken van de noordelijke oever van de Nete, vanaf de steenbakkerij van Rumst tot aan de spoorweg Duffel (Antwerpen-Middenstatie). Er was één bataljon in Rumst, één voor Walem, en één bataljon aan elk van de spoorwegbruggen van de lijnen Antwerpen Zuid en Antwerpen Centraal. Oorlogscorrespondent Abraham Hans schrijft het als volgt neer:

“Alleen de kanonnen waren er meester, huilden, brulden in hun razernij om Antwerpen te vernietigen.”

Op zondag 4 oktober daalden onverbiddelijk obussen neer op de loopgraven en stellingen nabij de Nete. Tegen de avond werd een zeer hevig vuur geopend tegen Lier en de baan Walem-Kontich. Vooral de verdedigers van de loopgraven, gelegen dicht bij de rivier, stonden bloot aan een niet onderbroken shrapnell-vuur, dat met ontzettende raakheid woedde op en om de gegraven stellingen. En daar de vijand onzichtbaar bleef, kon met geweervuur niets bereikt worden. De soldaten vertoefden in een omgeving die elke verbeelding te boven ging; een onwerkelijk tafereel van brandende huizen, afgelicht tegen een horizon dat geranseld werd door oorverdovende gekmakende slagen. Alsof het niet erg genoeg was begon het te regenen, te donderen en te bliksemen over dit sompige door water vergeven land. Sommige gesneuvelden werden blootgeregend alsof ze terug naar boven kwamen….

Afb.9. Belgische gekwetsten worden achteruit gebracht. Scholen en kloosters worden omgevormd tot hospitalen, 1914.

Tijdens de gevechten trok een stroom vluchtelingen zich op gang vanuit de dorpen nabij de Nete, de stoet stapte op richting Antwerpen. De Amerikaanse oorlogscorrespondent Alexander Powell was getuige en beschrijft dit als volgt: “Toen wij op een hoogte van den weg naar Walem het bombardement volgden, ontplofte een granaat in het dorpje Waarloos (-). Eenige minuten later golfde een stoet vluchtelingen over de grote baan. Voorop liep een boer met een gelaat, grauw als as, hij duwde een kruiwagen voort en aan zijn arm hing een wenende vrouw. Op den kruiwagen boven een stapel in der haast verzamelde huishoudelijke artikelen, lag het lijkje van een jongen.”(-). Bij het dode kind, lag zijn zusje, een wichtje van drie jaar, dat uit de wang bloedde. Haar handje omklemde koortsachtig een stuk speelgoed…een schaapje, vroeger wit, maar waarvan de wol nu roodgeverfd werd.”

5 oktober 1914

Rond 15.30u, kon, het eerste bataljon van het 4de Linieregiment, die het overtochtspunt van Walem bewaakte, eindelijk het vuur openen met al zijn geweren en machinegeweren, op een groep manschappen die rechtstreeks door de artillerie ondersteund, de oevers en de brug trachten te bereiken. “De wat verkalmde actie rond de brug van Walem, sinds het schijnbaar verdwijnen van de westelijke aanvalsgroep, ging, welhaast terug opvlammen, door de tussenkomst van een vijandelijke machinegeweer, dat in een nok van de omgeving van de Zuiderbrug opgesteld, de loopgraven van de noorderdijk, ten westen van de baan, gevaarlijk met enfilerend vuur bestookte. Groepen van kaliber 7.5cm, op de hoogte gebracht, namen aanstonds dit huis als doelwit. Een uur later nochtans vroeg de bevelhebber van het eerste bataljon van het 4de Linieregiment, de krachtdadige tussenkomst van onze artillerie tegen een talrijke groep Duitsers, opgehoopt, in de hoek gevormd door de grote baan van Walem en de benedenstroomtak van de Nete.” Na deze interventies leken de Duitse troepen de rust even te laten terugkeren. Op 6 oktober 1914 trok de 4de Gemengde Brigade af. Haar taken waren volbracht. Toen was Gustaaf niet meer.

Wanneer en waar Gustaaf juist gesneuveld is, kunnen we niet meer achterhalen. Finaal werd Gustaaf samen met 45 anderen, door medesoldaten, in een put geworpen in de Netedijk aan de gesprongen Walembrug. In totaal werden 32 van hen geïdentificeerd, 14 bleven onbekend. Niet iedereen in de krater had dezelfde overlijdensdatum. Men vulde de kuil naarmate de dagen verstreken en er steeds meer slachtoffers vielen. Dit was niet de enige put. Vele anderen van de tweede compagnie, eerste bataljon van het 4de Linie, waartoe Gustaaf behoorde, werden pas als gesneuveld opgegeven, door het regiment, op 11 november 1914 in Veurne. In volle oorlogstijd verschijnen, naast vermeldingen in kranten, verschillende boekjes waarin Gustaaf wordt vermeld.

In deze lange lijsten van gesneuvelden wordt telkens een overlijdensperiode vermeld voor Gustaaf; ergens tussen 27 september en 5 oktober 1914. Een Dudzeels gebidsprentje vermeldt 5 oktober 1914, een ander 27 september 1914. Het Ministerie van Oorlog houdt het op 27 september alsook het militaire dossier van Gustaaf.

Afb.10. War Heritage Institute / Belgian War Dead Register: toont 27 september een laat “au 5-10” doorstrepen met een rood lijntje

Afb.11. Lijst van het Rode Kruis, 1915 Afb.12.                                Lijst “De Vlaamsche Post”, 1915

Afb.13. Derde Lijst gepubliceerd door “Het Volk”, 1915

Afb.14. Het Ministerie van Oorlog spreekt van 27 september 1914; “Gevallen voor het Vaderland te Waelhem den 27.9.1914”.

Afb.15. Het militair dossier van Gustaaf vermeldt 27 september 1914 als overlijdensdatum: “Tué à l’ennemi”.

Onderwijzer Hendrik Haesen In Lier en in Mechelen namen de stadsbesturen het initiatief om de gesneuvelde soldaten een waardig graf te geven. Op 15 mei 1915 werd erin het college van burgemeester en schepenen voorgesteld om de graven met bloemen te versieren in afwachting dat de lijken naar een gemeenschappelijk graf overgebracht zouden worden. Enkele dagen later kwam dhr.Hendrik Haesen spreken over het ontgraven van Belgische soldaten. Onderwijzer Hendrik Haesen kreeg de leiding van de dienst en hem werden ook werklieden toegewezen. Men bracht hem eveneens doodskisten. Op 16 juni 1915 nam dit droevig werk aan. De lijken waren volledig in ontbinding, de kledij werd nauwkeurig onderzocht op bijzondere militaire kentekens. Dit alles ging niet zonder gevaar. De herkenning van de lijken verloopt moeilijk. Onontplofte granaten bemoeilijken het graafwerk. Tot maart 1916 werden 508 slachtoffers van de eerste oorlogsmaanden opgegraven. Vooral Belgische soldaten en ook Duitse, daarnaast een 40-tigtal burgers. De ploeg van Haesen was ook actief in de gemeenten rond Mechelen, want het opgraven vereiste een kennis die niet overal aanwezig was. Dankzij het grondige werk en de deskundige leiding van Hendrik Haesen kon Gustaaf in het massagraf als individu teruggevonden worden. Dit opgraven van gesneuvelden, de lijken hun naam teruggeven, troost bieden aan families. Oorlogscorrespondent Abraham Hans beschrijft het volgende: “Ook naar hier aan de Nete zijn er familieleden gekomen, om de laatste rustplaats van hun geliefden te zoeken. Zo vernam ik de droevige tocht van een moeder uit West-Vlaanderen. Zij had de vijand ook haar streek zien overvallen, plunderend, brandend en moordend, zij hoorde ’t kanongebulder, zag gewonden binnenstromen, bezweken strijders begraven worden en voelde dan nog meer het drama van haar eigen jongen, vermist Belgisch soldaat.

“Hij moest in Mechelen achtergebleven zijn” was het laatste dat zij gehoord had van een makker, die bij de terugtocht naar de IJzer, even thuis was geweest. Achtergebleven ? Maar hoe ? Gewond, verminkt, dood ? En de moeder had geen rust meer. Zij wilde naar Mechelen. Er was geen treinverkeer en zij vertrok te voet.(-).

Dagenlang doolde ze rond door de velden rond Mechelen in regen en wind, begaf zich naar de dorpen, naar de kloosters waar Belgische soldaten verpleegd en ook gestorven waren. En eindelijk vond ze het graf, dankzij aanwijzingen van een gemeente ambtenaar die de relikwieën eerbiedig en ordelijk bewaarde.(-).

Het lichaam van Gustaaf werd in augustus van 1915 ontgraven uit het massagraf in de Netedijk en werd overgebracht naar Mechelen waar hij op 6 augustus 1915 werd herbegraven (graf nummer 288). Hendrik Haesen stierf jong, in maart 1918; wellicht werd een ziekte die hij opliep tijdens de talloze opgravingen hem fataal.

Afb.16. Hendrik Haesen in zijn kantoor, aan het plafond en tegen de muur bundeltjes met voorwerpen die bij de opgegravenen werden gevonden, en wellicht soms nog konden helpen bij identificatie.

Dudzele en moeder Rosalia 

Van zodra de oorlog uitbrak inde moeder Rosalia elke week de militievergelding, een eerste keer op 7 augustus 1914. Voor elke dag dat haar zoon soldaat was, had zij recht op 0.50 frank. Voor 7 dagen kreeg zij op het gemeentehuis, elke week, 3.50 frank. Zij tekende wekelijks af met een simpel kruisje. Dit toont aan dat moeder Rosalia analfabeet was. In november 1919 wordt de eindafrekening gemaakt en heeft zij in totaal 1.520, 50 frank mogen ontvangen. Haar zoon werd terug binnengeroepen op 29 juli en stierf op 27 september 1914; of amper 61 dagen later. Hij was 21 jaar oud.

Het gezin had ook te lijden onder de oorlog. Rosalia haar tweede echtgenoot, Lodewijk Destickere, ontving op 18 mei 1915 een bedrag van 7 frank. Dit staat vermeld op een lijst met volgende opschrift “Hulp verleend aan personen door den oorlog geteisterd”. Op 1 december 1922 maakte Rosalia aanspraak op een som van 300 frank van het “Herstel der Haardstede” en nog eens 100 frank van het “Comiteit Hulp en Bescherming”. Eén dag later, op 2 december 1922, werd de “Akte van Bekendheid” verleden in het Vredegerecht te Brugge (kanton 3). Na 8 jaar kon de kleine nalatenschap van Gustaaf onder de erfgenamen verdeeld worden.

Nog een jaar later, op 22 mei 1923, werd Rosalia van overheidswege een treinticket, heen en terug, aangeboden. Zij kon hierdoor éénmalig gratis de begraafplaats van haar zoon bezoeken te Mechelen.

Het liefelijke Vlaanderen was haar onschuld kwijt.

Dudzele in den Oorlog

De hiernavolgende tekst werd tijdens de Grote Oorlog opgetekend door Dudzelenaar en legeraalmoezenier Clemens Scherpereel (hij sprokkelde informatie of “vergaderde berichten”). Bij het uitbreken van de oorlog (hij was toen al 33 jaar) meldde hij zich als vrijwilliger. Als aalmoezenier heeft hij zich heel de oorlog lang ingezet om langs allerlei sluikwegen berichten tussen frontsoldaten en familieleden door te sluizen. Dit gebeurde door middel van een zeer intense briefwisseling. De honger naar informatie was immers zeer groot onder de soldaten ver van huis en familie verwijderd. Dudzele had geen frontblaadje of frontgazetje zoals Lissewege die wel had (het “Lissewegenaerke”) maar deze leemte werd door Clemens aldus ingevuld. Op die manier is ons een klein schriftje met informatie over Dudzele tijdens de Grote Oorlog nagebleven. Hij noteerde het volgende tijdens de oorlog:

“De Dudzelenaars denken veel aan hun soldaten, wekelijks worden in de kerk diensten gedaan voor de overleden soldaten en voor de vrede. In de buitengewone gezongen diensten wordt het offergeld besteed aan de Belgische krijgsgevangenen. De Dudzelenaars zijn er in groot getal tegenwoordig in de diensten. (-).

Viva ’t Noorden, Dudzele is hier ! ’t is met die woorden die wij Dudzelenaars bij het leger terug naar ons geliefde dorp zullen trekken. Wat zal die dag, een dag van vreugde zijn ! Jongens moed ! De zege is nabij.”

Gustaaf zou niet vergeten worden, niet tijdens maar ook niet na de oorlog. Herdenking te Walem In 2014 werden alle gesneuvelden gevallen op de gemeente Walem herdacht met een herdenkingsplaat. Een memoriaal werd opgemaakt en aan een muur in het fort van Walem aangebracht. Gustaaf is één van de gesneuvelden die vernoemd en afgebeeld wordt.

Alsook werd hij opgenomen in een boek die speciaal voor die gelegenheid werd uitgebracht. 

Dankwoord Dhr.Martin Van Acker Dhr.Erik Snauwaert Dhr.Stefaan Calus

Afbeeldingen

• Afb.1 Bell Series, “Belgian Advance”, 1914 (coll.PDV)

• Afb.2 CR Series, Made in England, 1914 “One of the Immortals” (coll.PDV)

• Afb.3 E.L.D. Les Routes de Bruxelles. Tout pour échapper aux barbares. Exode vers la France, 1914 (coll.PDV)

• Afb.4 In Vlaanderenland (reeks over de regio Melle bij Gent, september 1914)(coll.PDV)

• Afb.5 LL. 102. La Bataille de Hofstade – Artillerie Belge recevant un message par le téléphone, 1914 (coll.PDV)

• Afb.6 War Photogravure Publications, London, 1914 (coll.PDV)

• Afb.7 Prentbriefkaart A.R. Visé 171 (coll.PDV)

• Afb.8 Scan kaft boekje (coll.PDV)

• Afb.9. E.L.D. 17ième Série. 1914. Défense d’Anvers – Blessés Belges (coll.PDV)

• Afb.10 War Heritage Institute / Belgian War Dead Register

• Afb.11 Kaft boekje (coll.PDV)

• Afb.12 Kaft boekje (coll.PDV)

• Afb.13 Kaft boekje (coll.PDV)

• Afb.14 Uittreksel stadsarchief Brugge

• Afb.15 Uittreksel dossier Legermuseum, Brussel

• Afb.16 Foto Stadsarchief Mechelen

• Afb.17 Gebidsprentje (coll.PDV)

• Afb.18 Foto Martin Van Acker

• Afb.19 La Belgique Meurtrie (coll.PDV)

• Afb.20 Kaartje met aanduidingen door P.De Vuyst (Coll.PDV) Documenten

• Bron: “Dudzele in den Oorlog”, Clemens Scherpereel (Dudzele, °20 december 1881)

• Bron: Stadsarchief Brugge • Bron: Archief Legermuseum Brussel.

• Bron: War Heritage Institute (https://www.wardeadregister.be/nl/deadperson?idPersonne=3714) Bibliografie

• Heemkundige Kring Dr.Croquet, “Waelhem, een klein dorp in den Grooten Oorlog”, uitgave van de Heemkundige Kring Dr.Croquet, Walem, 2014.

• Bond van de Westvlaamse Volkskundigen v.z.w, Brugge, “Volkskundig jaarboek ’t Beertje, III, 1979”. Brugge, 1979.

• s.l., “Eerste lijst der Belgische Soldaten gesneuveld voor het Vaderland”, Belgische Rode Kruis, Brussel, 1915. o Noot: met vermelding van Gustaaf

• s.l., “Organisation de l’Armée sur le Pied de Guerre”. Premier Volume, Guyot Frères Editeurs, Bruxelles, 1914.

• s.l., “Gestorven voor ’t Vaderland, Derde Lijst”, Drukkerij “Het Volk”, Gent, 1915. o Noot: met vermelding van Gustaaf Opgesteld door P.De Vuyst – NSB Dudzele – PDV102 – Versie 1 - Augustus 2020 – p.20 o Noot: in het boekje “Eerste Lijst” staat een artikel uit de Nederlandse krant de Telegraaf, van de hand van Abraham Hans, getiteld “Uit den muil van den dood”, dit met enkele ervaringen van een Belgisch artillerist uit het fort van Walem.

• s.l., “Eerste Officieele Lijst der Belgische Gesneuvelden”, De Vlaamsche Post, 1915. o Noot: met vermelding van Gustaaf

• Bondroit, Th., “Nobilitas 1891-1914, Souvenirs de Vicomte Jean de Maulde, Soldat au 4e Régiment de Ligne, Tué au combat de Waelhem”. Etablissements Casterman s.a., Tournai, 1919. Noot: Jean de Maulde behoorde tot 2/II/4L.

• S.l., “Jusqu’à la mort !”, Tôme II, Editions de la Revue des Auteurs et des Livres, Bruxelles, 1923. o Met bijdrage over Vicomte Jean de Maulde

• s.l., “Historisch Verloop van het 4de Linie-Regiment”, gestencilde bladen, 373 bladzijden, s.d.

• Scotland, Lidell, “The Track of the War”, Simpkin, Marshall, Hamilton, Kent & Co., Limited, London, 1915.

• s.l., “Les dernières heures du fort de Waelhem. Sublime Héroisme. Octobre 1914”, Impr.H.Becquaert, Bruxelles, vermoedelijk 1915.

• Muls, Jozef, “De val van Antwerpen”, n.v. De Vlaamsche Drukkerij, Leuven, 1918.

• Hans A., “De Groote Oorlog”, Uitgeverij Opdebeeck, Antwerpen, 1919. o Zie pagina 434, hoofdstuk “Walem”

• Hans A., “Het beleg van Antwerpen”, Uitgeverij Opdebeeck, Antwerpen, 1919. o Deze volksroman werd gebaseerd op waargebeurde feiten.

• Van Der Essen, Leo, “Inval en oorlog in België, van Luikt tot den Yser”, derde deel, De Vlaamsche Boekenhalle, s.d.

• Deguise, Lt.-Gn, “La Défense de la Position fortifiée d’Anvers en 1914”, S.A. M.Weissenbruch, Imprimeur dur Roi, Editeur, Bruxelles, 1921.

• Powell, A., “Fighting in Flanders”, William Heinemann, London, 1914. o Dit was het eerste boek dewelke de oorlog in België beschreef. Het boek verscheen in november 1914. Internet

• Heemkundige kring Dr.Croquet vzw (https://heemkundewalem.be/). In 2014 deelde NSB Dudzele informatie met de heemkundige kring Dr.Croquet in kader van de herdenkingen te Walem (1914 – 2014).

• https://groote-oorlog-diest.jouwweb.nl/masson-armand-joseph (geraadpleegd op 3 mei 2020).

• https://www.mvsa.be/oorlogsmunitie.html? (geraadpleegd op 4 mei 2020).

• https://marc-vandaele-archiefjes.be/Mijn%20Website/ARCHIEFJES/7%201914- 1918%20GETUIGENISSEN%20-%20A.%20VERPLANCKE.pdf (geraadpleegd op 10 mei 2020).

• https://books.google.be/books?id=5909DwAAQBAJ&pg=PA104&lpg=PA104&dq=305+420+fort+walem+1914&source=bl&ots=KqprYuRlgS&sig=ACfU3U3m6_yW1FZseUPUHEKTTHum2iza WA&hl=nl&sa=X&ved=2ahUKEwjVi9HM3LjpAhVSzKQKHeIIAm4Q6AEwC3oECAoQAQ#v=onep age&q=305%20420%20fort%20walem%201914&f=false (geraadpleegd op 16 mei 2020). • http://www.forumeerstewereldoorlog.nl/viewtopic.php?t=28767&sid=d6fd37a0147e6ee90b d57b2c6d1c0cd8 (geraadpleegd op 16 mei 2020).

Afb.17. Van het gebidsprentje bestaan twee versies; één met datum 5 oktober en één met datum 27 september 1914.

Afb.18. Gustaaf ligt begraven op de stedelijke begraafplaats, militair ereperk te Mechelen 

2 Afb.20. Situatie 4de Linieregiment nabij het Fort van Walem (rode cirkel), 1914. Kaartje regio Mechelen (Malines), Contich (Kontich) en Lier (Lierre).

Opgesteld door P.De Vuyst – NSB Dudzele –