Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

ONTHEEMD

Ontheemd

Tekst: P.De Vuyst

De eetzaal, Quai de Valmy, Parijs 1916

Na anderhalf jaar oorlog was de noodzaak aan georganiseerde opvang en begeleiding van verlofgangers, met hun karige soldij, dwingend geworden. Veel soldaten zwierven, zonder of met te weinig middelen, rond in plaatsen achter het front. Anderen waren voordien nooit op reis geweest. Van veel soldaten was de kledij in erbarmelijke staat. Maar een klein aantal kon naar familie of vrienden die gevlucht waren bij uitbreken van de oorlog. Anderen konden terecht bij zogenaamde oorlogsmeters. Uit deze noden groeide het idee om soldaten die nergens heen konden op verlof, op te vangen in goed gestructureerde “Tehuizen” of “Foyers”. Er werden verschillende dergelijke opvangplaatsen ingericht, onder andere in Parijs, Sanvic (Le Havre, Sainte-Adresse) en Lourdes.

In de winter van 1916, op woensdag 2 februari, werd het “Tehuis van de Belgische Soldaat” (“Foyer du Soldate Belge”) in Parijs officieel ingehuldigd. Dat gebeurde niet met redevoeringen maar met een ganse rij hoogwaardigheidsbekleders. Het tehuis lag aan de Quai de Valmy, nummer 107. Het was voorzien van ruime gemeenschappelijke slaapzalen, sanitaire ruimtes en mooie eet- en ontspanningsruimten. Verzorgde bedden met beddengoed, boeken en kranten maakten het interieur compleet. De militairen werden rijkelijke maaltijden opgediend en ook zakgeld en consumptiebonnen toegestopt. De soldaten konden rondritten maken in een autocar dwars doorheen de lichtstad, monumenten bezoeken en bioscoopvertoningen bijwonen.

De militaire overheid vreesde voor de reële gevaren van goedkoop amusement en vertier in een stad als Parijs, die een grote aantrekkingskracht had. Het tehuis zou ervoor zorgen dat de Belgische soldaten zich treffelijk gedroegen. De overgang van het frontleven naar vakantie werd er samen, en onder begeleiding, met andere frontsoldaten beleefd. Een verlof duurde meestal een tiental dagen. Er werd klokvast opgestaan, de maaltijden werden opgediend op vaste tijdstippen en de lichten werden gedoofd op het afgesproken uur.

De Belgische soldaat kon in tegenstelling tot de Franse, Engelse en Duitse soldaten niet naar huis op verlof; België was immers zo goed als volledig bezet door de vijand. De Belgische soldaat die op verlof ging, trok net verder weg van huis. In het vreemde en verre Parijs werd het verlof doorgaans als aangenaam ervaren maar toen men een soldaat in het tehuis vroeg: “wat is er schoner dan Parijs?”, antwoordde hij; “het front”. Heimwee naar thuis, betekende de blik terug richting het front wenden, want daar was men het dichtste bij het ouderlijke huis, de eigen streek.

De soldaat die op verlof trok, ging snel ten rade bij kameraden om enkele stuks gave soldatenkledij te bekomen en om geld te lenen. De overgang tussen het frontsoldaat zijn en verlofganger worden, was groot. Het verlof hielp om afstand te creëren en om zo geestelijk iets meer thuis te komen bij zichzelf.

Veel Belgische soldaten bleven vier, vijf jaar lang verstoken van direct contact met geliefden en eigen streek. De oorlog had hen de kans op een mooie start, geborduurd op een leven in volle ontwikkeling en perspectief, compleet ontnomen. Ze werden fysiek naar plaatsen gestuurd waar ze voordien nooit geweest waren en voelden zich daarnaast ook geestelijk ontheemd. Men zag de romantische lichtstad Parijs niet echt. Beelden van de stad kleefden als kleurloze prentbriefkaarten op het netvlies; zonder diepte noch inhoud. Vertier was een vlucht van wat er echt in hen omging.

De wens om dichter bij huis te zijn, betekende paradoxaal voor de Belgische soldaat, opnieuw naar het IJzerfront trekken; terugkeren naar de oorlog.

Afbeelding

Collectie P.De Vuyst

Geraadpleegde bronnen

https://hetarchief.be/nl/media/de-legerbode/B2OLNUIqeXZ9mDDmQd6Pg8lI (geraadpleegd op 8 januari 2018