Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

KRIJGSGEVANGEN 1914-1918 De strijd tegen de CAFARD

 

Krijgsgevangenschap 1914 – 1918

Strijd tegen de “Cafard”

Tekst: P.De Vuyst

De aanwezigheid van een fotograaf verandert niets aan de houding van deze Belgische soldaat.  Er is geen glimlach, er is geen bezieling in de ogen.  De soldaat kijkt zelfs niet in de lens.  De wallen onder de ogen lijken op slaaptekort te wijzen.

Het leven in krijgsgevangenkampen was absoluut geen lachertje.  Militairen zaten opgesloten in een vreemd land ver van huis.  Ze voelden zich volkomen nutteloos en als misdadigers behandeld.  Heimwee en zelfmedelijden verscheurden hun hart en ziel.  En alsof dat nog niet genoeg was, werden ze gekweld door honger, een volkomen gebrek aan privacy en door verveling.  Ze waren gedwongen samen te leven in erbarmelijke omstandigheden met allerlei mensen, die een eigen karakter, taal, nationaliteit en cultuur hadden.  Ze moesten zich aanpassen aan een totaal nieuw leefmilieu waarin nieuwe sociale rollen zich opdrongen. 

Na periodes van fysieke strijd aan het front waar veelvuldig een opperste staat van alertheid vereist was, volgde nu een lange aanhoudende strijd om mentaal gezond te blijven.

Hun zenuwen werden tot het uiterste geteisterd en vaak vervielen ze in sombere buiten en zwartgallige gemoedstoestanden.  Deze vorm van krijgsgevangenschapdepressie noemden ze “cafard”, Frans voor kakkerlak.  Net zoals dit zwarte insect kroop de getroffene stil en zwijgend in een hoekje van z’n barak of ergens in het kamp, volledig in zichzelf gekeerd.  Hij meed ieder gezelschap en reageerde niet eens op vragen en grapjes van anderen.  In een lichtere vorm zaagde en klaagde hij zijn kompanen de oren van het hoofd, ergerde hij zich aan alles en tierde erop los.  Als een oude man schuifelde hij rond.  Iedere beweging was teveel.  Zijn gedachten waren zwarter dan de nacht.

Dan was er nog de prikkeldraadpsychose.  In een verder gevorderd stadium leed hij aan slapeloosheid, gezichtsverlies, achtervolgingswaanzin, zwartgallig pessimisme en impotentie.  Hij wandelde lange uren steeds hetzelfde rondje, sprak tegen zichzelf en maakte plotse bruuske bewegingen met zijn hoofd.  Eens deze symptomen gevestigd, verdwenen ze zelden tijdens de krijgsgevangenschap.  Integendeel, de kans was groot dat de gevangene verder evolueerde tot hij volledig krankzinnig was.

Opnieuw zin geven aan het bestaan was de sleutel voor zelfrespect en het middel om de “Cafard” te bestrijden.

Deelname aan allerhande activiteiten (bijvoorbeeld actief voetballen, acteren voor toneel, lessen volgen) of lid worden van een organisatie (bijvoorbeeld voor het uitwerken van sportwedstrijden, toneelvoorstellingen, orkesten, kunstvoorstellingen, carnavalvieringen) hielp om moeilijke tijden te doorkomen .  Nog anderen zouden afleiding vinden in door de Duitsers opgelegde tewerkstelling in de buurt van het krijgsgevangenkamp (graven van kanalen, werken in fabrieken, enz.).

Een totaal gebrek aan privacy.  Als kippen in grote houten hokken. Kledij en bezittingen hangen op aan het plafond.  De britsen zijn twee hoog.  Kamp Soltau.

Uiterst links Gustaaf Verhaeghe (4de Linieregiment, afkomstig van Sint-Michiels, Brugge).  Hij staat er samen met drie Russen, een Fransman, een Engelsman en nog een Belgisch soldaat in het kamp van Döberitz.

Foto’s

Verzameling P.De Vuyst

 

Bron

Dewilde J., Cool K., Ogonovszky J, Vandenbicke A., Maurice Langaskens 1884 – 1946, Uitgeverij Snoeck, Gent (reeks “Oorlogsgetuigen”), 2003.  Bovenstaande tekst is hoofdzakelijk ontleend aan een tekst van mevrouw Cook K. uit vernoemde boek.