Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

GOEIE MENSEN STERVEN ALTIJD TE VROEG

       Goeie mensen

sterven altijd te vroeg

 

                Duitse moeder, echtgenoot en dochter.                        Franse moeder en zonen.

P.De Vuyst

De Groote Oorlog was toen de meest bloederige en huiveringwekkende oorlog ooit gevoerd in Europa. Miljoenen militairen sneuvelden en nog eens miljoenen burgers kwamen om door ontbering of de verwoestende Spaanse Griep. Zoveel doden en zoveel onrust kon niet zonder diepere betekenis zijn. Het minste besef dat de doden voor niets waren gestorven in deze moderne en geïndustrialiseerde strijd, was ontstellend en ondraaglijk. De doden zouden geëerd worden, de verterende pijn en het intense verdriet zouden in monumenten en herdenkingen gekristalliseerd worden. Verhalen moesten groeien naar legendes, de dood zou bevroren worden.

Gesneuvelden kregen als compensatie voor hun sterven de eeuwige heldenstatus, overleden burgers werden martelaren. De geallieerde overwinnaars zouden grootse monumenten optrekken. De Duitse verliezer zocht evenzeer naar erkenning, maar slaagde er niet in deze te vertalen. In plaats hiervan groeide diepe wrok en frustratie die Duitsland, net na de oorlog, naar de rand van een burgeroorlog zou voeren.

Hoe groot en omvangrijk het enorme aantal boeken over die oorlog ook mag zijn, finaal is en blijft elke oorlog een geschiedenis van mensen. Hoeveel jonge mensen hebben met een jeugdig, maar overmoedig, tekort aan levensbesef te snel de dood gezien? Hoeveel soldaten zouden beseft hebben welk leed ontstond bij familie en vrienden die hen liefhadden? Dat bij hun onomkeerbaar sneuvelen een peilloos verdriet achterbleef.

Opgesteld door P.De Vuyst – V1 – mei 2017 – PDV81 – p.2

Velen waren dapper, een dapperheid waarvoor zij de hoogste prijs betaalden. Elk dorp werd getroffen door de oorlog. Iedereen had iemand om over te treuren, in het gezin, de familie, of de kennissenkring. In Frankrijk ontving de burgemeester bericht van het sneuvelen. Iedereen keek angstvallig naar elke beweging van de burgemeester want hijzelf diende de droevige boodschap over te brengen. Verzuchting en een intens gevoel van verlossing als de man het huis passeerde 1.

Hoe vaak werd er in de huiskamers niet angstig afgewacht? Elke dag, elk uur proberen om het onbekende, het ongrijpbare te doorgronden en te bezweren. Een moeder met een lege blik, een vader die de huiskamer tobbend op en af stapte als een metronoom. De mentale druk als gevolg van onwetendheid hield nooit op. Het was een emotionele eenzaamheid die sommigen bij momenten tot wanhoop dreef.

Wie in België voldoende geld bezat kon na de oorlog een gesneuvelde laten ontgraven en overbrengen naar het eigen dorp. Men neemt aan dat ongeveer één derde werd teruggebracht naar de streek van herkomst. Veel dorpelingen bleven echter begraven liggen ver van huis, in de buurt van het front.

Ieder dorp had ook haar zogenaamde vermisten. Soldaten waar nooit meer iets van gehoord of teruggevonden werd. Deze soldaten werden, vooraan de jaren twintig, na een grondig onderzoek en de nodige getuigenverklaringen, in rechtbanken dood verklaard. Een traag wegkwijnen in onwetendheid en onzekerheid werd gestopt.

Wanneer een Belgisch militair kwam te sterven, prijkte op het gedachtenisprentje met voorrang dat hij een godsvruchtig leven had geleden in het teken van God en Vaderland. En dat daarom de ouders niet hoefden te treuren. Een heilige plicht was vervuld; "une sainte mort", zoals kardinaal Mercier het verduidelijkte 2.

De relatie met de waarheid bleef echter moeilijk. Enerzijds wilden velen weten hoe de geliefde echt was komen te sterven en wou men alle plaatsen bezoeken aan het front; van het hospitaal tot de militaire begraafplaats. Anderzijds wilde men de pijn laten rusten en terugvallen op het geloof. Dit emotionele spanningsveld werd nog opdreven door een dubieuze relatie met de glorificatie en viering van gesneuvelde helden enerzijds, en de wens en nood om te treuren om de naasten anderzijds.

Enkel aan het graf kon men vrede zoeken, toch voor diegenen die een begraafplaats hadden. Een fotograaf neemt een foto van een treurend gezin. Een laatste hereniging. Een tuiltje bloemen geeft wat kleur aan het platte zandgraf. Gebroken mensen meten zich een houding aan.

Tijdens de oorlog sneuvelden ongeveer 42.000 Belgische militairen. In 1931 telde men in België het overlijden van om en bij de 60.000 gemobiliseerde militairen sinds de wapenstilstand. Daarboven waren nog eens 8.585 invaliden gestorven. In de periode 1919 tot en met 1931 kwamen aldus 68.585 militairen te overlijden. Dit geeft ons een algemeen totaal van 110.585 op een totaal van 14.000 officieren en 365.000 gemobiliseerde soldaten. Dit betekent dat per 1 januari 1932 net geen 30% van de gemobiliseerden was overleden 3. Een ontstellend aantal.

Veel soldaten ontvingen na de oorlog in huiselijke kring liefdevolle verzorging. Er was de professionele hulp van de huisdokter in de omgeving. Cijfers tonen aan dat heel wat oudstrijders in het eerste decennium na de oorlog, niettegenstaande alle goede zorgen, thuis zijn gestorven. Waarvan velen aan de gevolgen van de oorlog.

De oorlog hield niet op na de wapenstilstand. Tot lang na de oorlog stonden treurnis en verdriet gebogen over graven.

Opgesteld door P.De Vuyst – V1 – mei 2017 – PDV81 – p.3

Dankwoord

Dhr.Ruben De Vuyst

Dhr.Dieter De Vuyst

Dhr.Wim Degrande (foto)

Afbeeldingen

  • • Collectie W.Degrande (Assebroek): foto 1, pagina 1, Duitse moeder en dochter
  • • Collectie P.De Vuyst: alle andere foto’s

Bibliografie / voetnoten

1. Winter, J., "Sites of Memory, Sites of Mourning", Cambridge University Press, 1995.

2. Anoniem, "Pour Nos Soldats", zonder uitgever, 1916. Pamflet.

Noot: "Voor onze soldaten" ; redevoering gehouden door zijne eminentie Kardinaal Mercier in St. Goedele kerk te Brussel op 21 Juli 1916.

3. s.l., "Wat wij willen…", Nationale Vuurkruisenbond, Brussel, (1936).

               Belgisch gezin tijdens de oorlog.                    Hereniging Belgisch gezin na de oorlog.