Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

- Belgische soldaten in congé bij Van Hoenackere in Lourdes

 

Van de Hel naar de Hemel

Belgische soldaten op grote congé bij Van Hoenackere te Lourdes,

1916 – 1918

Tekst: P.De Vuyst

Aalmoezenier C. Van Hoenackere, Lourdes, september 1918

Inleiding

Daar het grootste deel van België tijdens de oorlog door de vijand bezet gebied was, konden de Belgische soldaten niet op verlof naar hun thuis.  Tijdens het verlof konden de soldaten, op vreemd grondgebied, doorgaans even terug van het vooroorlogse leven proeven met al z’n deugden en comfort.  Het contrast was vaak erg groot tussen het front en een bed met witte lakens.

 

Verlofdagen

De verlofdagen voor soldaten werden pas ingevoerd in het voorjaar van 1915. De duur ervan is vrij onregelmatig en hangt in grote mate af van de situatie aan het front.  Zo kunnen de soldaten, naast hun halfjaarlijks of jaarlijks groot verlof van 10 tot 15 dagen, nog van twee of drie dagen vrijaf per jaar genieten.  Het verlof, voorrecht van de militaire autoriteiten, blijft een beloning voor elke soldaat die op het front verblijft en wordt nog meer afgewacht dan de brieven of de pakjes.

 

Wie uiteindelijk toestemming kreeg om te vertrekken kon z’n verlof gebruiken als “vrije tijd” in de zin van vakantie (ontspanning) of om geld te verdienen door bij te klussen (inspanning).  Sommigen combineren beiden.

Geldgebrek

De gewone soldaat werd doorgaans continu geplaagd door geldgebrek.  Soms werd een soldaat gesponsord door een “marraine de guerre”, familie of kennissen.  Het weinige geld werd vaak opgespaard voor het groot verlof.

Sommige soldaten verblijven bij de eigen familie, in Belgische of buitenlandse opvangfamilies, in tehuizen voor militairen, nog anderen bij de “oorlogsmeters”.  Velen werken tijdens hun verlof.  Zo werkt bijvoorbeeld mijn grootvader Jozef De Vuyst, samen met kameraden, in Parijs bij een schrijnwerker. 

De militaire overheid

De militaire overheid beseft dat zij meer inspanningen dient te leveren om enerzijds het verlof van de arme soldaten zo economisch mogelijk in te richten maar om anderzijds de soldaten zoveel mogelijk binnen bereik te houden.  Steeds meer soldaten keren immers terug uit verlof onbekwaam voor dienst aan het front.  Dit als gevolg van venerische ziektes.  Deze zorg deelt het leger, begrijpelijk, met de katholieke kerk.

In het “Belgisch Soldatenboek voor 1918” verschijnt een lijst met adressen onder de titel “Werken voor de verlofgangers”.

Een soldaat met verlof kan beroep doen op onder andere volgende organisaties:

  • “Home du Soldat” of het “Tehuis voor den soldaat” (Le Havre, Sanvic)
  • “Le Congé du Soldat” of het “Verlof van den soldaat” (Londen)
  • “Les Vacances du soldat Belge” of het “Verlof van den Belgischen soldaat (Londen)
  • “Le Foyer Franco-Belge” of de “Frans-Belgische Haard” (Parijs)
  • “Home du Soldat à Lourdes” of het “Tehuis voor den soldaat” (Lourdes), ook wel het “Foyer du Soldat Belge” of de “Belgische soldatenheerd” genoemd

“Vuile liefde”

Een stukje tekst uit het oorlogsnummer van het tijdschrift Ons leven / Hoogstudent, uit 1916, wijst studenten, in militaire dienst, op de noodzaak van het bewaken van goed zedelijk gedrag.  Het artikel staat symbool voor een algemeen verspreidde angst.  Hieronder enkele stukjes uit het artikel (geschreven door dhr.dr.Daels):

 

“Op het oogenblik dat onze jongens in hunne gevoelens van eere en recht de koenste mannelijkheid vinden, zou de geslachtsdrift ze wild en noodlottig tot lichaamsonteering dwingen?(...) Gij allen, die niet aan geslachtsgemeenschap voor uw leven hebt verzaakt, gij, jonge, dappere vrienden, die het sterkste leven leeft, bezegeld met aderspattend bloed, eerbiedigt de geslachtsdrift, die in het diepst van uw wezen is ontloken.(...) Tot geslachtsrijpheid komen al de dieren. Tot mannelijkheid komt gij. (...) Uwe mannelijkheid is uw geweten, dat uw geslachtsdrift niet mag besmeurd, noch verminkt worden, dat zij alléén zal voldaan worden wanneer uw zoen de volle uitdrukking is van uwe grenzelooze liefde voor eene vrouw en voor de kinderen uwer liefde.  Leert hun, dat hunne zedelijke ontaarding méér dan verbeesting is, ze lager dan de dieren brengt.(...)”

Er worden pamfletten uitgedeeld aan onze militairen aan de vooravond van hun verlof:

 

Lourdes

Om de Belgische soldaat te helpen behoeden voor de vernoemde gevaren schuift de kerk één van haar meest symbolische plaatsen naar voor, namelijk Lourdes.

 

Lourdes, Foyer du Soldat Belge.  Naast een speelzaal is er nog een bibliotheek met leeszaal.

Oprichting

Het herbergingswerk te Lourdes, onder Abbé C.Van Hoenackere, ontstond reeds in september 1916. 

De minder gunstige berichten over soldatenverloven te Parijs zette de overheid ertoe aan om een aantal “herbergingswerken” onder haar “patronage” te nemen.  Het “Foyer du Soldat Belge” te Lourdes werd gesticht in het najaar van 1917 onder invloed van Mgr. Deploige.  De officiële erkenning als “Soldatenheerd” zou in november van 1917 volgen. 

De opvang van Belgische soldaten was tweeërlei:

  • Verlofgangers
  • Herstelverlof voor zieken of gekwetsten

In 1918 voorzag de legeroverheid de diverse herbergingswerken of liefdadigheidswerken van geldelijke steun.

De opstart en groei van de organisatie, van het persoonlijke initiatief tot inmenging van bestuurlijke en kerkelijke overheden, behoort niet tot de verdere doelstellingen van dit korte bestek.

Organisatie

Het bestuur van de “Foyer du Soldat Belge” te Lourdes staat op een bepaald moment onder de hoge bescherming van Hare Koninklijke Hoogheid “Duchesse de Vendôme” (“présidence d’Honneur”), de Belgische Minister van Oorlog de Broqueville (“patronage”) en bisschop Schoepfer van de regio Tarbes.

Opzoekingen met betrekking tot de directie leverde een aantal namen op:

  • Le Commandant de la Place de Lourdes: dhr.Beckers de Bivort (advocaat, voorzitter, président)
  • Le Comte Etienne de Beauchamp (président de l’hospitalité, voorzitter van de hospitaliteit)
  • Luitenant Paul Neve (directeur)
  • Abbé C.Van Hoenackere (bestuurder, Belgisch aalmoezenier)

Het dagdagelijks bestuur werd in handen genomen door aalmoezenier Van Hoenackere.  Deze aalmoezenier was zeer actief en begeleidde zoveel mogelijk soldaten persoonlijk.  Als dank voor hun bezoek gaf hij vaak z’n portret mee met achteraan een korte boodschap waaruit z’n erkentelijkheid bleek.  Een erkentelijkheid die wederzijds bleek te zijn.

Locaties

Voor de vele duizenden Belgische soldaten die Lourdes zouden aandoen, volstaan één hotel en enkele huizen niet.  Op een bepaald moment is er sprake van drie hotels om de vele bezoekers te huisvesten:

  • Hotel Saint Louis de France (in de “Chemin du Paradis”)
  • Hotel Saint Jean
  • Hotel Saint Victor

De “Soldatenheerd” bevindt zich in de “Avenue Peyramale” (in het Hotel de l’Europe).  Aalmoezenier Van Hoenackere verblijft in de “Villa Bon Repos” eveneens in de “Avenue Peyramale”.

Voor wie

Iedere militair met verlofpas (of permissiebewijs) was welkom in de “Foyer du Soldat Belge”.  Alle militairen verblijven er bij elkaar zonder onderscheid van rang of stand.

De Legerbode

Op 19 september 1916 werd de “soldatenheerd” opgestart.  Aalmoezenier Van Hoenackere maakte vrij snel erna voor een eerste keer publiciteit in de Legerbode in het nummer 326 van 5 oktober 1916. 

Een gids

Om het verblijf zo goed mogelijk te organiseren ontvingen de soldaten een kleine gids.

 

Gids, 1918

De reis

Vooraleer de reis aan te vatten werd een aanvraag ingediend bij het “Foyer du Soldat Belge” te Lourdes.  De directeur verleende vervolgens een schriftelijke toestemming of uitnodiging aan de betrokkene.  Hij kon ook vakantiebonnen opsturen naar de hoofdkwartieren met de bedoeling dat ze aan de soldaten zouden uitgedeeld worden.  Met behulp van deze documenten kon men als soldaat gratis reizen van en naar Lourdes.  De reis was aldus gratis maar het verblijf ter plaatse niet. 

Als gevolg van de subsidiëring door de legeroverheid in 1918 verzekerden de vakantiebonnen gratis logement en onderhoud.

Het vervoermiddel dat gebruikt wordt is de trein, soms volledig voorbehouden voorverlofgangers. Deze is altijd gratis en zo kunnen de Belgische soldaten, die niet naar hun familie terug kunnen omdat die in de bezette zone wonen, plaatsen in Frankrijk of Engeland bezoeken.  Soldaten reisden doorgaans in derde klasse.

Een andere belangrijk aspect van de voorbereiding op de reis betrof de kledij.  Men kon immers moeilijk met versleten, kapotte frontkledij vertrekken.  Hier en daar werd een kameraad aangesproken om meer gave kledij tijdelijk te ruilen (dit betrof dan vooral schoenen, getten en broeksriemen).  Voor een broek en vest werd liever eerst voordien gespaard of toch minstens geprobeerd.

We laten Jozef Louw (ingedeeld bij de artillerie, geboren te Brielen-bij-Ieper), tijdens de oorlog brancardier, aan het woord.  Hij was broeder bij “De Broeders van Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes” ook de Broeders van Oostakker genoemd.  Jozef gaat in verlof en maakt zich klaar om naar Lourdes te vertrekken.

“Daags te voren nog eens een ferme klopjacht gehouden en nog eens flink gespoeld, gekuist en geschoren.

De dag voor de “Grote Congé” heeft Jozef een klopjacht gehouden op luizen en ander ongedierte.  Daarna heeft hij zich flink gewassen en geschoren.

“Ik stak in ’t nieuw van kop tot teen, was goed voorzien van eten en tabak, zette mijn bonnet-de-police op half-negen, dan rap-rap-rap nog een “saluutje” getelefoneerd naar al de hondekotjes.”

Jozef heeft z’n vrienden aangesproken wat betreft kledij.  Fier als een gieter zet hij z’n kwartiermuts op het hoofd en roept z’n kameraden “salut”.  De soldaten aan het front zijn schamel gehuisvest.  De behuizing wordt omschreven als “hondenkoten”.

De treinreis ving aan te Adinkerke en liep over Calais en Parijs naar Lourdes.  Het eerste stuk tussen Adinkerke en Calais nam ongeveer 4 uur in beslag.  De afstand Calais naar Parijs nog eens een 14-tal uur.

Doorgaans kwam men ’s morgens vroeg aan in Parijs.  ’s Avonds zette een trein hun reis verder naar Lourdes.  Eénmaal in Lourdes aangekomen werden de soldaten aan het station opgehaald door rijtuigen.

Jozef Louw zou als broeder Phocas door het leven gaan en onder andere te Kortrijk werkzaam zijn in de Broederschool Overleie.

Achter het front.  Belgische lansiers schillen aardappelen aan hun “hondenkot”.

De terugkeer

Veel verlofgangers vreesden, na de verlofperiode, dat zij zich niet meer, of onvoldoende snel, zouden kunnen aanpassen aan het harde frontleven.  Toch bleven de soldaten bereid om opnieuw voor hun vaderland te vechten.  Veel soldaten toonden een bereidheid om te lijden en strijden vanuit een “offerretoriek” gecreëerd door een rooms-katholieke achtergrond.  Een bezoek aan Lourdes kon de overtuiging in het vechten voor een hoger en zinvol doel aanzwengelen.  Hoe Kerk (via Lourdes) en Staat (via gesubsidieerd verlof), onder een gesublimeerd bovenlaagje van nobele doelstellingen, krachten bundelden om de mannen “rein” (fit) aan het vechten te houden voor “God en Vaderland”.

De nalatenschap

Tijdens hun verblijf laten veel soldaten zich, na of voor het gebed, fotograferen in de Mariagrot.  Bovendien worden vaak groepsfoto’s genomen aan de kathedraal.  Een groot aantal foto’s vertonen een oplopend nummer en datum. 

Een schatting leert dat in de periode oktober 1916 tot en met augustus 1918 ongeveer 42.000 Belgische militairen hun verlof hadden doorgebracht te Lourdes.   Men kan hier terecht van een groot succes spreken.

Belgische soldaten aan de Mariagrot, Lourdes

Wat onderstaande foto interessant maakt is de aanwezigheid van dhr. Mgr. Deploige.

Mgr. Deploige, centraal, onder de vlaggenstok.

Dankwoord

Dieter De Vuyst

Ruben De Vuyst

Wie kan helpen aan extra informatie wordt uitgenodigd deze te delen.  Waarvoor dank.

Bibliografie

Christens R. en De Clercq K., Frontleven 14/18.  Het dagelijks leven van de Belgische soldaat aan de IJzer.  Drukkerij - Uitgeverij Lannoo, reeks “Retrospectief”, Tielt, 1987.

Phocas – M, Van het Front naar Lourdes. Oostakker, Glorieux, 1923.

XX, De legerbode, 5 oktober 1916 (pagina 4) (PDF bestand).

XX, Belgisch Soldatenboek voor 1918.

Vrints, A., Offers in balans.  Hoop en wanhoop van de Belgische soldaten (1914-1918), kroniek (PDF bestand).

Deploige G., Monseigneur Simon Deploige 1868 – 1927.  Voorzitter van het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte aan de Katholieke Universiteit Leuven, Senator. In de schaduw van Kardinaal Mercier. 2001 (PDF bestand).

Ons Leven / Hoogstudent.  Tijdschrift uitgegeven aan het Front, 1916.

Afbeeldingen

Verzameling P.De Vuyst:

  • Foto Lourdes, 13 juli 1918
  • Foto twee soldaten aan Mariagrot
  • Foto Lansiers aan hun “hondenkot”
  • Foto C.Van Hoenackere aan Mariagrot
  • Postkaart Foyer du Soldat Belge, Lourdes
  • Pamflet “Vlucht toevallige veile liefde”
  • Guide du Permissionaire, 1918
  • Ons Leven / Hoogstudent, 1916
  • Foto Princesse de Belgique

Internetbronnen

http://search.arch.be/eadsearch/ead/index/archiefbewaarplaats/BE-A0510/taal/dut/eadid/BE-A0510_002025_003434_FRE/open/c%3A0./anchor/descgrp-context-bioghist

http://www.1914-1918.be/brancardier_lesceux.php

http://www.ethesis.net/oorlogsmeters/oorlogsmeters_corpus.htm#_ftn138

Bemerking

De foto op pagina 1 werd door dhr.C.Van Hoenackere geadresseerd aan “onze moedigen Jules Van Camelbeke” op 16 september 1918.

Koninklijk bloed

Koninklijk bloed als beschermengel van de Foyer du Soldat Belge te Lourdes. 

De rooms-katholieke hertogin “de Vendôme” en “Princesse de Belgique” Henriette Marie Charlotte Antoinette van Saxen-Coburg en Gotha (links) is de zus van Albert I.  Hierboven samen met haar gezin.

“Duchesse de Vendôme” was een adelijke titel.

(Foto verzameling P.De Vuyst)