Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

Arm en Rijk

Opgesteld door P.De Vuyst – versie 4 – NSB Dudzele – maart 2015

Armen en rijken

Laaggeschoolden en Goedopgeleiden

Soldaten en Officieren


                                   Allen op hun paasbest voor de foto, 1907
 

In 1907 trok mijn grootvader Jozef De Vuyst als twaalfjarige leerjongen naar een atelier waar tientallen kinderen als loopjongetje (“comietje”) zouden aanvatten. Na enkele jaren van “stelen met z’n ogen” kon hij opklimmen en misschien zelf eens proberen een paar schoenen te herstellen. Na veel goedkeurende blikken en evenveel jaren later, zou hij zelf schoenen mogen maken. En zo geschiedde.
Het Brugge van voor de Groote Oorlog kende veel armoede bij een groeiende arbeidersklasse. Er was geen armoedebeleid. De arbeidsomstandigheden waren hard en werkuren lang. De ongelijkheid met de andere, zogenaamde hogere klassen op de sociale ladder, was nooit zo groot geweest door de ontluikende industrialisatie. Taal werd hierbij gebruikt om het onderscheid nog te versterken. Niet alleen rijkdom maakte onderscheid, tevens een discriminerende omgang met elkaar. De burgerij liet zich snel grof uit over de zogenaamde vulgaire lagere klasse en behandelde velen brutaal en onbeschoft. Misbruik van dienstmeisjes was hier niet vreemd aan. Ook in Brugge had je een kastensysteem waaruit de ondergeschikte arbeiders zich niet of heel moeilijk konden bevrijden; wie in armoede werd geboren, stierf doorgaans in armoede.
Stilaan groeide echter een angst bij machthebbers zoals de katholieke kerk en de hoogste klasse. Zij vreesden steeds meer dat de laagste klassen met hun grote aantallen zich zouden organiseren. Een proces dat reeds gestart was voor het uitbreken van de oorlog.

 

Door omstandigheden, zoals de evolutie van de oorlog in het eerste oorlogsjaar en de hoofdzakelijk Franstalige administratie gestuurd door een vooroorlogse Franstalige leest, zaten er meer arme Vlaamse soldaten aan het front waardoor hun schreeuw het hardste doordrong.

De oorlog gaf soldaten van een lagere sociale klasse de kans om officier te worden. Maar ook hier was de voetafdruk van de vooroorlogse klassenmaatschappij niet ver. Onderwijzers en jongens uit de retorica, met andere woorden de opgeleidden, werden de meest aangewezen kandidaat officieren.

Veel soldaten organiseerden zich in praatgroepen. Uit de overlevering binnen de familie is gebleken dat sommige Vlaamse intellectuelen deze drang naar erkenning en drang naar het verbannen van discriminatie, tevens gebruikt hebben om eigen politieke ambities in te vullen. Deze intellectuelen spraken namens de arbeiders-soldaten en gebruikten hun aantallen en de oorlogsomstandigheden als hefboom. Maar arm zijn, is niet hetzelfde als dom zijn. Veel Vlaamse arbeiders-soldaten voelden zich na de oorlog ontgoocheld in de eigen voortrekkers en spreekbuizen. Visies en meningen werden niet overal gedeeld.

Besluit

Aan het IJzerfront wensten de meeste soldaten, boven alles, dat de miserie en ellende zo snel mogelijk voorbij was en dat men eindelijk naar huis kon; naar familie, vrouw en kinderen. De woede waarmee het bevrijdingsoffensief startte werd niet enkel gevoed door haat tegenover de vijand. Er waren vele jaren verloren gegaan en de offers van vele eenvoudige arme jongens zou niet voor niets geweest zijn. De machthebbers waren gewaarschuwd; de Vlaamse en Waalse arbeiders hadden hun laatste woord nog niet gezegd. Net zoals de vooroorlogse maatschappij een stevige voetafdruk had nagelaten tijdens de oorlog, zou de oorlog op haar beurt een zeer stevige afdruk nalaten na de wapenstilstand.

 

Een schoenmaker aan het IJzerfront

Tekst

P.De Vuyst

Foto’s

Collectie P.De Vuyst

Dankwoord

Ruben De Vuyst

Dieter De Vuyst