Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

Allen naar het front !!!!!

Allen naar het front !
Toeristen, arbeiders, pelgrims
en bezorgde ouders
 
Er staat binnenkort heel wat te gebeuren rond de herdenking van de Groote Oorlog; musea worden opgefrist,  fiets- en wandelroutes worden uitgestippeld, militaire begraafplaatsen krijgen een onthaalcentrum, er zijn inventarisprojecten rond relicten, onderwijs- en televisieprogramma’s, opleidingen tot gids, enz.   Er zijn zelfs actieplannen om alle projecten samen tot een goed einde te brengen.
 
Deze projecten zouden vandaag niet mogelijk geweest zijn zonder de aandacht die decennia lang naar de Groote Oorlog uit is gegaan.   Vele Belgische gezinnen kunnen een verband leggen met die oorlog. Het is een oorlog die in ons collectieve geheugen gekrast is.
 
Bezoek aan het front
Al die bezoekers, toen en nu, hebben twee zaken gemeen; een eerste zaak is de “tocht”  naar de omgeving van het front. Hetzij vanuit de luie zetel (televisie, boek, enz.), hetzij door een bezoek ter plaatse.   Een tweede gemene deler is vaak het zoeken naar identificatie en inleving of het zoeken naar betekenis; zowel persoonlijk als maatschappelijk.
 Bij het bezoek ter plaatse onderscheidden we toen vier soorten mensen. Vandaag resten er ons nog twee van de vier.
 
Vier soorten frontbezoekers: bezorgde ouders, arbeiders, pelgrims en toeristen
Het bezoek aan het slagveld is absoluut geen nieuw fenomeen in 1919. Zo zien we reeds in 1914 bezorgde ouders hun zoon-soldaat bezoeken in de buurt van het front.   Deze reizigers kunnen we moeilijk “toeristen” noemen.  
 
Evenmin kunnen we de honderden arbeiders die neerstreken in de verwoeste gewesten bestempelen als toerist. Zij kwamen er werken om den brode.
 
Er zijn dan nog de pelgrims, al dan niet met hun organisaties of verenigingen; oud-strijders en nabestaanden die in hoofdzaak hun gesneuvelden eervol wilden herdenken op “heilige” grond.
 
Het toerisme en de toerist bestond ook net na die Groote Oorlog. Vaak als gewone nieuwsgierige mensen maar er was ook een soort “ramptoerisme” dat in hoofdzaak een “voyeuristische” insteek had. Zo kan men op de kaft van de frontgids “L’Yser. Guide du visiteur au Champ de Bataille” een dode soldaat naast een wiel bemerken… Met de geleidelijke heropbouw van de frontstrook vergleed het “ramptoerisme” in neutralere familiale uitstapjes en educatieve bezoeken.
 
 Reisverslagen en frontgidsen
In het reisverslag vertelt de schrijver ons over z’n persoonlijke ervaringen onderweg.  In frontgidsen is dit niet zo. In de frontgidsen vindt men naast de uitgestippelde routes, duiding of informatie.   Als gevolg van de oorlog en de vele vernielingen, werden de opstellers van frontgidsen steeds meer verplicht om de lokale oorlogsgeschiedenis te vertellen.   De bezoekers wensten immers te weten hoe de vernielde streek er vroeger uitzag. Als gevolg hiervan vindt men veelal geschiedkundige gegevens over de Groote Oorlog terug in deze frontgidsen en vormen zij een belangrijke bron van informatie. Reeds in 1919 zijn de eerste frontgidsen ter beschikking met foto’s, frontkaarten, enz.
 
Pelgrims en toeristen
Het onderscheid tussen een pelgrim en een toerist is vandaag eerder wazig geworden. Beiden hebben echter nood aan een diezelfde frontgids om heden aan te voelen hoe scherp afgelijnd het verschil tussen beide partijen vroeger was. Zo sluit de cirkel zich 100 jaar later opnieuw met behulp van een “Guide du Visiteur”.
 
 
Dankwoord
Ruben De Vuyst
Bronnen
Constandt Marc, De reisgidsen voor België, een aanloop tot repertoriëring. Miscellanea, BTNG-RBHC, XVI, 1985, 1-2, pp. 243-266
L’Yser et la côte Belge, un guide, un panoram, une historie. Michellin et Cie. 1920.
Aux Champs de Gloire. Le Front Belge de l’Yser. Chemins de Fer. 1921.
De Backer, Goffard. L’YSER. Guide du visiteur au champ de bataille. Maison d’édition A.De Boeck, Bruxelles.