Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

Niet gedeporteerde Dudzeelse Oorlogsslachtoffers

 
Een Dudzeelse moeder
 
Eufrasie Vermeulen
 
Ramskapelle / + 1943 Dudzele

 

 

Vrijdag 8 oktober 2010. Een kille avond. Langs kleine wegen, tussen muren van opgeschoten maïs, vinden we onze bestemming. Aline Christiaens ontvangt ons in haar landelijke huis te Oedelem. De muil van de allesbrander klettert en spettert. Vlammentongen likken boorden en kanten.  Aline is 81 en kranig.   
 
Wij zijn samengekomen om over haar moeder te praten. Een schraal geel licht dekt de eetplaats in een sombere atmosfeer.   We zitten samen aan een ronde tafel. Aline speurt niet enkel haar herinneringen af maar tast diep in haar ziel. Het was niet gemakkelijk voor Aline om deze bochtige weg terug te nemen naar haar kindertijd. Een tijd waar zij, als 12-jarige, haar moeder plots zou verliezen en nooit meer kunnen terugzien. 
 
Aline, het kleine meisje zonder gezicht
 
Het gezin Christiaens-Vermeulen leefde in diepe eenvoud en armoede. Aline had nog een twee jaar jongere broer Germain.   Haar vader Jozef Christiaens was metser en zou bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog gemobiliseerd worden. Hij overleefde de 18-daagse veldtocht van mei 1940. Nadien kon hij terug naar Dudzele komen.
 
Aline had langs moeders zijde twee tantes (Renilde en Eulalie) en een nonkel (Germain). Langs vaders zijde waren er twee nonkels (Jan en René). Moeder Eufrasie Vermeulen was afkomstig van Ramskapelle. Samen met vader Jozef woonden zij eerst langs de Watergang. Na moeders dood werd er verhuisd naar de Feverystraat in het dorp. De grootouders langs moeders zijde woonden nog te Ramskapelle.
 
De kinderen uit het gezin Christiaens-Vermeulen hadden het niet gemakkelijk.   De oorlog maakte het enkel nog erger. De kinderen leken ondervoed en onvoldoende verzorgd. Aline en Germain voelden niet dat ze er echt bijhoorden, ook niet op school tussen de andere kinderen.   Het rauwe leven had hen ruw gemaakt. Moeder was huisvrouw en probeerde het arme gezin in leven te houden. Haar taak werd hierin bemoeilijkt door de onvrede met haar man en haar schoonfamilie. Moeder Eufrasie vergaarde en spaarde zo goed ze kon. Op een bepaalde dag werd er langs het kanaal, nabij de Herdersbrug, vers mooi gras gezocht voor enkele konijnen. 
 
De kanaalzone werd echter beveiligd door middel van mijnenvelden. Deze velden werden door de Duitsers gesignaleerd met schildjes langs de kant. Dit om burgers op afstand te houden. Maar het gras in het mijnenveld trok de 36-jarige Eufrasie haar aandacht. Dit gras behoorde niemand toe dus waarom zou ze het niet proberen. Van diefstal zou men haar niet moeten betichten.   Eufrasie zat in de buurt van boerderij Vandepitte aan de westkant van het kanaal vlakbij de Herdersbrug.
 
Plots een ontploffing. Eufrasie had op een mijn getrapt en was op slag dood. De Reichskommandatur te Knokke werd opgezocht en daar werd gevraagd om het stoffelijk overschot van deze moeder terug te kunnen krijgen. De Duitsers stemden toe en Eufrasie werd door hen naar het cafeetje van Tanghe gebracht. Dit cafeetje bevond zich aan de oostkant van de Herdersbrug. Daar werd Eufrasie afgelegd.   De kinderen, van 10 en 12, hebben hun moeder niet meer teruggezien. Enkele dagen later volgde de begrafenis en werd zij aan de aarde toevertrouwd te Dudzele.
 
Vader Jozef zou zich met z’n zoon terugtrekken. Sinds de komst van de zoon Germain was de weinige aandacht voor z’n dochter naar een absoluut dieptepunt gezakt. Aline werd ontkend, had geen gezicht. Aline werd uiteindelijk opgevangen door haar grootouders te Ramskapelle. 
 
De grootouders Vermeulen-Debedts zouden niet enkel hun dochter naar het graf dragen maar ook moeten zien hoe hun zoon Germain z’n zinnen verloor ten gevolge van de oorlog. Germain werd door de Duitsers verplicht om omgekomen burgers, door de beschietingen in 1944, aan de Schapenbrug op te halen. De beelden die hij daar zag, zouden hem de rest van z’n leven door de geest spoken en tormenteren tot hij in het gesticht te Beernem zou overlijden.
 
Niet alleen de tijd snijdt diepe groeven in het gelaat…. Beetje bij beetje zou Aline haar leven volledig zelf opbouwen. Zij ziet haar leven gezegend met drie kinderen; twee meisjes en een zoon.   Aline verloor haar eerste man door een ongeval. Hij verslikte zich in een stukje vis en kwam om, op straat, door verstikking…
 
 Enkele Dudzeelse anekdoten bij het uitbreken van de oorlog
 
Aline vertelde ons hoe de Duitse soldaten kleine poppetjes gaven aan de kinderen om mee te spelen. Om de kinderen te ontmoedigen om met speelgoed van de Duitsers te spelen, werd hen verteld dat deze konden ontploffen…
 
In Dudzele dorp werd een Duitse veldkeuken geïnstalleerd in de schuur bij Jules De Sauter in de Kerkstraat.
 
De meisjesschool werd in 1940 volledig opgeëist om Duitse soldaten in te kwartieren. Later kon er terug naar school gegaan worden.
 
Wij danken Aline hartelijk voor dit moedig gesprek. Je gezicht sprak boekdelen.

Bezoek Martin Van Acker, Paul De Vuyst

Tekst Paul De Vuyst