Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

DEEL 3

 
Deel III
 
De oudstrijder. Jozef De Vuyst, van patrouilleur aan het front tot eenvoudige burger
 
Jozef had eerst als schoenmaker gewerkt in de magazijnen in Le Havre.   Als schoenmaker leverde hij goed werk af en steeds meer deden plaatselijke officieren beroep op zijn kunnen. Dit stak de plaatselijke commandant de ogen uit en door zijn toedoen werd Jozef overgeplaatst. Ergens tijdens het interbellum is Jozef met zijn memoires langsgeweest bij een uitgever maar daar had hij als antwoord gekregen: “Wij krijgen honderden van dergelijke verhalen binnen. We kunnen dit gewoon niet uitgeven”. Wat er met het manuscript gebeurd is, is tot op heden niet bekend.
 
Maar wat wel is overgebleven is dat Jozef deel uitmaakte van die speciale eenheid verbonden aan bepaalde regimenten, namelijk dat van de “Patrouilleurs”. Deze eenheden staken ’s nachts, licht bewapend, het niemandsland over om informatie te verzamelen. Zeer gevaarlijk werk waarvoor men in eerste instantie beroep deed op vrijwilligers. Op een bepaalde dag wou z’n vriend dit ook eens proberen en ruilde plaats met Jozef. Die nacht werd hij echter doodgeschoten.
 
Jozef had ook aan Raymond vertelt hoe ze soms zo dicht bij de Duitse linies zaten dat ze perfect konden horen wat de Duitsers aan het vertellen waren. Eén keer hadden ze niet op tijd kunnen terugkeren en hebben ze zich een ganse dag moeten stilhouden in het niemandsland tot de nacht opnieuw viel…
 
Jozef beschikte tevens over de typische loopgravendolk. De dolk is bewaard gebleven in de familie. Er zijn geen foto’s bewaard gebleven van Jozef als patrouilleur. Op de foto hieronder kan men een soldaat zien met de niet officiële zwarte ruit op de linker bovenarm. Bepaalde soldaten droegen dit, niet officiële embleem, om het onderscheid te maken met de anderen die geen patrouilleurs waren (foto genomen te Gent, bij Ch.De Wilde). 
 
Oorlogsneurose
Toen een kameraad, samen met z’n kruiwagen, versplinterde bij een granaatinslag, en als een wolk herinnering opging in een kolom rijzend puin, brak bij Jozef iets van binnen. De ernst en de gruwel van het gebeuren hadden het contact met de realiteit verbroken. In de stilte die volgde op de inslag barstte hij in neurotisch gelach uit. Een harde slag in het gezicht bracht hem even terug maar z’n zenuwen trilden als strakgetrokken snaren. Jozef was overspannen door de niet aflatende mentale druk als gevolg van het leven in de gevarenzone van het front. Een plaats waar je elk moment de verschrikkelijkste kwetsuren kon oplopen. En dan dat ene moment waar een collage van opgebouwde angsten en vele momenten van hoogspanning in een vlaag van compressie de wilskracht kortsloten. Oorlogsneurose, shellshock of postraumatische stress was ook oorlogsrealiteit aan het Belgische front. Een gespecialiseerde behandeling was er niet voor Jozef wel begrip van een overste. Grootvader Jozef overleefde aldus de oorlog maar met de vrede kwam geen einde aan het psychisch lijden. Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog wroette het beest van de oorlog zich rusteloos doorheen het onverwerkte verleden van de frontsoldaat. Of hoe een generatie lang meer geleden werd aan psychisch angstlijden dan aan fysische letsels. Een beetje zoals moeten wachten op een trein waarvan je weet dat ze niet zal komen. Er was geen weg meer terug naar de oude thuis, naar het vooroorlogse leven.
 
Het bevrijdingsoffensief
De gevangen genomen Duitse soldaat die zich uiteindelijk toch niet wou overgeven in een bunker tijdens het bevrijdingsoffensief, en een vriend van Jozef had doodgeschoten toen die de bunker binnenging om hem weg te leiden, werd door Jozef uiteindelijk ter plaatse doodgeschoten toen die zich opnieuw wou overgegeven.   Blinde woede, verbeesting…    De enige die op de hoogte was van dit “geheim” was z’n zoon Raymond. Raymond, 87 jaren oud, heeft dit feit pas op 8 april 2012 aan de opsteller van deze tekst medegedeeld. Bijna een eeuwlang het rauwe stilzwijgen en de pijn van het niet kunnen of durven loslaten. Zo werd Jozef na de oorlog deel van het grote leger zwijgende soldaten aan herdenkingsmonumenten. Zij hadden niets te vieren en zagen enkel het herdenken van hun dode kameraden en het janusgezicht van de oorlog in hun hoofd. Een oorlog die woorden als “eer” en “vaderland” vaak herleidde, en voor velen verkrachtte, tot “schaamte, schuldgevoel” en “psychisch lijden”. Misschien waren diegenen die de oorlog overleefd hadden evenzeer dood. De waarheid kon immers nooit verteld worden, evenmin in boeken. Wie al iets wou vertellen, zag al vlug dat de ander het niet kon begrijpen.

 

Een patrouilleur, met rijbroek, die volgende zaken demonstreert; naamplaatje rond de pols, ring en een zwarte ruit met daaronder frontstrepen op de linker mouw.
 
 
Het monument
De tijd is aangebroken om 100 jaar later een monument op te richten voor de levenden; de teruggekeerden, hun kinderen, kleinkinderen, enz. Met andere woorden een beeldengroep ter ere van het modale gezin; man, vrouw en kinderen. De oorlog eindigde immers in vele getormenteerde hoofden niet op 11 november 1918. Herinneringen werden in vele gezinnen als een stille schaduw meegesleept en pas vele jaren later kon, in de schoot van het gezin, wat vrede teruggevonden worden. De gezinnen van beide groepen, gesneuvelden en oudstrijders, deze erkenning geven, zou 100 jaar later nog niet te laat zijn.
 
 
Wees aanwezig op de komende 11 novemberherdenking te Dudzele !!!
 
Bronnen
Het Groenboek, Vuurkruisenbond, Bruxelles, 1955.
 
Met dank aan oude familieverhalen ten huize De Vuyst, Dudzele.
 
Deze tekst sluit aan bij deel I van “De (on)bekende soldaat”.