Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

Brussel 1914 - 1918

 

Van Dreiging tot Ultimatum

Van Geestdrift naar Angst

Brussel, Wetstraat, Paleis der Natie        4 augustus 1914

Op het balkon spreekt Minister van Oorlog, Charles de Broqueville het publiek toe. België zal Duitsland geen vrije doorgang verlenen. De aanwezigen geven elkaar spontaan blijk van eenheid aangestoken door een opstoot van nationalisme. Pas op 22 november 1918 zou Koning Albert Brussel als triomfator terug binnenrijden.

(Foto Hennebert, Brussel).

Op zondagavond 2 augustus 1914, zou de Duitse ambassadeur, Karl-Konrad Von Below-Saleski aan het ministerie van Buitenlandse Zaken in de Wetstraat het Duitse ultimatum overhandigen.

De ontstelde Belgische regering neemt kennis van het Duits ultimatum: de troepen van het Reich dienen een vrije doorgang te krijgen of het land stelt zich bloot aan oorlog. "De veiligheid van Duitsland dwingt de troepen van het Rijk ertoe om door te dringen tot op het Belgische grondgebied", zo staat te lezen in de nota die in Brussel werd overhandigd. Dit is de tekst van het ultimatum: "De Duitse regering heeft betrouwbare informatie ontvangen waaruit blijkt dat Franse troepen het plan zouden hebben opgevat om op te trekken naar de Maas via Givet en Namen. De Duitse keizerlijke regering kan zich niet ontdoen van de vrees dat België, ondanks zijn beste wil, niet in staat is om de oprukkende Fransen tot staan te brengen. Het is dan ook een keizerlijke taak met het oog op het behoud van Duitsland, om deze aanval van de vijand te voorkomen. Als België zich vijandig opstelt tegenover de Duitse troepen en in het bijzonder hun opmars bemoeilijkt, zal Duitsland verplicht zijn om België als een vijand te beschouwen". Deze vraag is het logisch gevolg van de wil om het Schlieffen-plan toe te passen, dat er in hoofdzaak in bestaat om het gros van de Duitse troepen langs de westelijke grenzen van het Reich te concentreren en daarbij slechts in te staan voor een

minimale bescherming in het oosten tegen het Russische gevaar. Dit plan houdt wel een vrije doortocht in door België of, bij gebrek daaraan, een gedwongen doortocht met een schending van de neutraliteit van België. Berlijn belooft om België zo snel mogelijk te verlaten en verbindt er zich toe om een schadevergoeding te betalen. De Belgische regering krijgt 12 uur de tijd om een antwoord te geven.

De Belgische regering kreeg twaalf uur de tijd om hierop te antwoorden. Er bestond niet de minste twijfel over het antwoord dat de Belgische regering aan de Duitse ambassade zou overmaken. Alleen minister van Staat Charles Woeste suggereerde die nacht tijdens de kroonraad dat het Belgische leger alleen symbolisch wat verzet zou plegen om zich dan snel achter het Antwerpse bolwerk terug te trekken. Alle andere ministers en niet in het minst koning Albert waren het erover eens dat alleen een categorieke weigering mogelijk was: toegeven aan de Duitse vraag voor een vrije doortocht zou neerkomen op het opofferen van de eer van de natie en zou een verraad zijn ten aanzien van de plichten die het land in Europa vervult. Het antwoord op het Duitse ultimatum werd de nacht zelf opgesteld en om zeven uur ’s morgens op 3 augustus overhandigd aan de Duitse ambassadeur.

België verkiest zich te verdedigen; dit antwoord arriveert in Berlijn kort na de middag. Later die avond doet de Duitse keizer een persoonlijke oproep aan koning Albert, een ultieme poging om de vrije doortocht te verkrijgen van zijn troepen op Belgisch grondgebied. Deze boodschap heeft als enig resultaat dat de koning in woede ontsteekt en hij onmiddellijk het bevel geeft om de bruggen over de Maas in Luik te vernietigen, alsook die langs de Luxemburgse grens. Terzelfder tijd belast hij generaal Gérard Leman, commandant van het fort van Luik, om tot het einde stand te houden. Deze door de wol geverfde militair (hij treedt in 1867 als leerling toe tot de militaire school en verlaat de academie als eerste in zijn lichting in 1872 met de graad van luitenant van de genie), zal het vertrouwen van zijn opperbevelhebber niet beschamen. De oude leeuw en zijn manschappen zullen veel beter dan verwacht standhouden.

Door het Duitse ultimatum werd de bijeenkomst van Kamer en Senaat, die in zomerreces was, vervroegd: op 4 augustus zouden volmachten worden gestemd. Koning Albert zou zijn troonrede houden voor de verenigde kamers.

Op 4 augustus, om zes uur ’s morgens, informeerde de Duitse ambassadeur de Belgische regering van het antwoord van de keizerlijke regering op de weigering om in te gaan op het Duitse ultimatum: men zag zich genoodzaakt om gewapenderwijs veiligheidsmaatregelen te treffen ten aanzien van de Franse dreiging. Die ochtend werden al de eerste Duitse soldaten op Belgisch grondgebied gesignaleerd.

Het Parlement maakte zich op 4 augustus op voor de komst van de koning. De burgerwacht vormde op de trappen van de Kamer een erehaag. De diplomatieke tribune zat afgeladen vol, alleen de ambassadeurs van Duitsland en Oostenrijk-Hongarije zijn afwezig. Voor het Parlementsgebouw, in de Wetstraat en rond het Warandepark is een grote menigte toegestroomd. Eerst betreedt koningin Elisabeth vergezeld van haar drie kinderen, prinses Charlotte, prins Leopold en prins Karel, het paleis der Natie. De koningin draagt een jurk van zwarte zijde. In het parlementaire halfrond wordt ze geflankeerd door haar twee zonen, elk uitgedost in een zwart matrozenpakje. Prinses Charlotte is helemaal in het wit. Als vanuit één mond roepen de parlementsleden "Vive la reine ".

Enkele minuten na de koningin vertrekt ook koning Albert te paard aan het Koninklijk Paleis. Het traject tussen het paleis en het parlement krijgt de allures van een blijde intrede. Hij is gekleed als luitenant-generaal voorzien van sabel en witte handschoenen. Zijn toespraak in de Kamer is eigenlijk al gedateerd op het moment dat hij hem uitspreekt: er is nog sprake van hoop dat het gevreesde toch niet zal doorgaan. Hij nodigt de politici uit om zich te voegen bij het elan van het volk. Op de vraag of zij vastbesloten zijn om het heilige patriottisme van de voorvaderen intact te houden, reageert het hele parlement met oorverdovende toejuichingen.

Koning Albert I verklaarde, op 4 augustus 1914, ten overstaan van de Verenigde Kamers dat niemand de neutraliteit van België mocht schenden. "Een land dat zich verdedigt, dwingt den eerbied af van allen: zulk land vergaat niet! God zal ons bijstaan in deze rechtvaardige zaak. Leve het onafhankelijke België", voerde de vorst aan in zijn toespraak. Diezelfde 4 augustus 1914, om 6 uur ’s morgens, verklaarde Duitsland de oorlog aan België.

In een geest van nationale eenheid nemen zowel de Kamer van volksvertegenwoordigers als de Senaat een aantal wetten aan, om het bestuur van het land in oorlogsomstandigheden mogelijk te maken. Zo krijgt de regering een grote financiële beweegruimte, wordt de uitvoer van voedsel en uitrusting verboden en wordt het legercontingent verhoogd. De regel dat een parlementslid niet tegelijkertijd in actieve militaire dienst mag zijn, wordt voor de duur van de mobilisatie opgeheven. Na de stemmingen gaan beide assemblees voor onbepaalde duur uiteen.

Op vier augustus 1914 omstreeks halfelf sneuvelde de eerste Belgische soldaat… Vele andere militairen en burgers zouden slachtoffer worden van deze oorlog. Een oorlog gevoerd op een tot dan toe ongeziene schaal. Na de wapenstilstand begon voor velen de pelgrimstocht naar het front, op zoek naar het graf van een vader, broer, zoon.

 

"Is dat het graf van papa?"

Foto

 Zeldzame fotokaart Paleis der Natie op 4 augustus 1914: verzameling P.De Vuyst (oorspronkelijke foto Hennebert, Brussel)

 Postkaart tekening graf: verzameling P.De Vuyst

Bronnen


http://diplomatie.belgium.be/nl/Newsroom/Nieuws/Perscommuniques/
buitenlandse_zaken/2014/08/ni_140814_dossier14_18.jsp

http://www.brusselnieuws.be/nl/nieuws/
wo-i-brussel-2-de-huiseigenaar-een-belg

http://www.junior.senat.be/docs/groote_oorlog_NL.pdf

http://www.dekamer.be/kvvcr/pdf_sections/pri/
magazine/Magazine014_NL_PDF_Web.pdf

P.De Vuyst (samenstelling teksten internet, zie bronnen) – versie 1 – maart 2015 – p.4/3 – PDV60