Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

Alphonse De Vuyst

.

Alphonse De Vuyst
 
 
90 jaar later
 
Opgesteld door P.De Vuyst

 

 
Inleiding: de kracht van een verhaal
 
Bij het lezen of raadplegen van de verschillende brochures op de NSB website zullen de lezers bemerkt hebben hoe sterk familieleden en oude verhalen verweven zitten in het beeld van het verleden dat ik mag dragen; weggevoerden, vluchtelingen, soldaten, gesneuvelden, bezetters, bevrijders en zoveel meer. De gemeenschappelijke deler wordt hierbij vaak gevormd door de Grote Oorlog en ons Dudzele dorp maar ook met gevolgen daarbuiten.  
 
Vele verhalen werden mij verteld door grootouders die computer noch GSM noch internet gekend hebben maar die wel bijvoorbeeld de eerste vliegtuigjes, tweedekkers, laag over het dorp zagen brommen. De piloten werden steevast voor gek verklaard. Hun verhalen konden enkel overleven door mondelinge overlevering want zoals de meesten van hun tijdsgenoten ontbrak het deze generatie aan de kans om literair actief te zijn.   Aldus vonden zij warm soelaas in het vertellen aan hun kinderen en kleinkinderen, die zich steeds aandachtiger schaarden rond sterke en gekleurde vertellingen. Een geurend wolkje tabaksrook steeg af en toe op uit het verhaal en deed de fantasie mee oplaaien rond die oude warme Leuvens stoof.
Terugdenkend aan deze vertellingen lijkt het alsof de ondertussen overleden oudjes de hoorn van hun telefoontoestel of “verrespreker” bewust niet goed ingehaakt hebben om zo een fantastische lijn open te houden tussen ons en hen van vroeger. Een soort “verhalenlijn” naar het moderne heden om ons als familie en dorpsgemeenschap te helpen verbinden en in contact te komen.   Verbonden zijn met een verdieping van de werkelijkheid.
 
De familie De Vuyst met zes naar de oorlog
 
Alfons was de jongste zoon uit een gezin van dertien kinderen (waarvan drie meisjes). Hij zag het levenslicht op 3 mei 1895. Vader Jozef DE VUYST en moeder Leonie Jeanne ENDRIATIS woonden te Brugge. Aan de vooravond van de Grote Oorlog trad Alfons in het huwelijk met Joanna Maria Coleta SLIGTINCK (of in de omgang “Jeanne”). Zij betrokken een huisje in de Leemputstraat (huisnummer 7) te Brugge. Alfons verdiende de kost als arbeider bij de staalgieterij “La Brugeoise”. Van beroep was hij schilder. Hij was echter niet de enige van het gezin dewelke onverwacht in de waanzin van de oorlog zou terechtkomen. Zijn oudere broers Hyppolite, René, Arthur (alias “Tuur De Rosten”) en Edmond werden allen militair en dienden het Belgische leger tijdens de oorlogsjaren. Daarenboven was ook de oudste zoon van de oudste broer Frans (François) soldaat; neef Jozef Charles De Vuyst (mijn grootvader). Oudste broer François (Frans) had Alfons nooit thuis gekend, Frans was immers toen reeds gehuwd met Rosalie Pringier en betrok toen net voor de oorlog een aparte woonst in de Peperstraat huisnummer 45, eveneens in het centrum van Brugge. Jozef De Vuyst (grootvader, °20 februari 1895) was slechts enkele maanden ouder dan Alfons De Vuyst. De oorlog zou ervoor zorgen dat de jongste van de zes soldaten De Vuyst en de jongste telg van het gezin van Jozef en Leonie niet meer zou terugkeren. Troost aan een graf zouden zij evenmin vinden. Dit is het verhaal van Alfons. Toen hij Brugge verliet hadden hij en Jeanne geen kinderen.
 
Het uitbreken van de oorlog
 
De mobilisatie van het Belgisch leger werd uitgevaardigd op 31 juli 1914 om 19 uur voor al de klassen tot 1899. Voordien waren reeds –gezien de kritieke internationale toestand- de klassen 1909, 1910 en 1911 opgeroepen. Dit geschiedde op 28 juli. Er bevonden zich twee klassen in effectieve dienst: 1912 en 1913.   De opgeroepenen moesten zich binnen de 48 uur in hun kantonnementen bevinden. Op drie augustus was de volledige mobilisatie van de opgeroepen klassen een voldongen feit. Daags daarna begon de oorlog: de Duitsers kwamen op 4 augustus 1914 om 08.40u te Gemmenich over de Duits-Belgische grens.  Jozef en Alfons behoorden echter tot de militieklasse 1915 en behoorden niet tot de doelgroep van de mobilisatie. Zij zouden vluchten.
 
Gedurende de maand september werden als gevolg van de Duitse opmars vele vluchtelingen gezien te Brugge. De verhalen van deze mensen brachten een grote onrust onder de inwoners. Toen vanaf 12 oktober ook veel Bruggelingen vluchtten, werkte dit aanstekelijk. De schrik was het grootst onder de mannelijke bevolking van middelbare leeftijd omdat verteld werd dat zij het meeste gevaar liepen. De Duitsers zouden immers de jonge mannen tussen 18 en 40 jaar oud deporteren naar Duitsland. Aldus namen de zes mannelijke leden van de familie De Vuyst hierop de vlucht richting Frankrijk via de kust.  
 
De Duitsers kwamen uit het oosten richting Brugge. Dit veroorzaakte een vlucht uit Brugge, zowel noordwaarts naar de Nederlandse grens, als westwaarts in de richting van Oostende via de Oostendse Steenweg. 
Achille van Acker beschrijft het vertrek uit Brugge: “Het was 14 oktober 1914, toen wij, een groepje jonge mannen, door de stadspoort trokken, om aan de naderende Duitsers te ontsnappen. Het leek ons zeer aangenaam. Vele anderen, die we kenden of niet, waren met pakken en draagzakken op de baan, maar we waren slechts om onszelf bekommerd.    We zouden iets buitengewoons beleven. We waren jong, goed te been en wat ons wachtte leek een wonderbaar avontuur.” 
Eénmaal in Oostende aangekomen werd de tocht verdergezet richting Duinkerken. 
 
Brugge werd op 14 oktober door de Duitsers bezet. De kustlijn in de twee dagen erna.
 
Soldaten
 
Na omzwervingen in Frankrijk (tot zelfs aan de grens van het neutrale Spanje) lieten Jozef en Alfons zich (wellicht ook deels ingegeven door een gebrek aan middelen), als negentienjarigen, inlijven in het Belgische leger als “volontaires de guerre”. Er was toen nog geen dienstplicht (dit zou pas in 1916 komen). Jozef en Alfons werden respectievelijk op 21 november en 7 november 1914 opgenomen in het opleidingskamp “Camp d’Auvours” nabij de Franse stad Le Mans en dit respectievelijk tot 12 februari en 25 maart 1915. Tijdens hun opleiding te Auvours werden ze ondergebracht in tenten en kregen als uitrusting een laken broek, een jas die veel meer leek op een gevangenisvest, een gamel, een strozak en een deken. Na harde trainingsdagen, aan dertig centiemen per dag en zonder overjas om zich te beschermen tegen de winterkoude, kwam het ogenblik dat hen uniformen werden uitgereikt. Jozef vertrok als schoenmaker naar het “Magasin Centrale” in Le Havre (“Les ateliers de cordonnerie”). Zijn oorlogsverhaal werd ondertussen elders beschreven. Alfons vertrok, als piot, onmiddellijk naar het front. Hij was immers ingedeeld bij een gevechtseenheid, namelijk het 1ste Jagers te Voet.
 
Alfons (Alphonse) aan het front
Naam: Alfons De Vuyst (soldaat 2de klasse, Oorlogsvrijwilliger)
Stamnummer: 125/37053
1ste Regiment Jagers te Voet, 2de Bataljon, 4de compagnie
Geboren op 3 mei 1895, te Brugge
 
Het 1ste Jagers te Voet behoorde toe aan de 3de Legerdivisie. Per 9 mei 1916 dienden zij te opereren in de sector Diksmuide. Sinds 2 mei ligt de Belgische frontlinie tussen Diksmuide en de Dodengang zwaar onder vuur. Drie weken lang houdt de furie van de Duitse kanonnen rond Diksmuide aan. Soldaat Deckers beschrijft z’n ervaring als volgt:
 “Het is alsof ik door een regen van obussen hol. Ze ontploffen op enkele meters van mij, maar ik hoor niets. Bij momenten moet ik op de tast verder, de rookwolken ontnemen mij elk zicht. Kluiten aard vliegen in het rond. Borstweringen storten in en bedekken mij met aarde.” 
 
De piotten die in de loopgraven zitten te wachten tot ze stukgeschoten worden, verliezen alle moed. Tegen obussen en granaten kunnen ze zich nauwelijks verweren. Er lijkt geen einde aan de miserie te komen. Iedereen is de oorlog moe, noteert De Cuyper op 18 mei.
 
Kapitein Riffont vertrouwt na de oorlog volgende patriottistisch getinte gegevens toe aan het boekje “La vie d’un régiment Belge pendant la guerre 1914-1918”:
“Van 8 mei tot 3 juni, ondergaan onze twee Jagerregimenten een van de meest verschrikkelijke bombardementen die men zich kan inbeelden. Obussen en bommen vallen zonder ophouden, nivelleren letterlijk alle stellingen, laten niets anders na dan een onbeschrijflijke chaos. Gedurende 24 dagen en 25 nachten, houden de Jagers ondertussen stand, in deze hel, en niettegenstaande zware verliezen, en martelingen zonder weerga, houden ze op een moedige wijze stand, zodat de vijand, finaal, bewust geworden van de zinloosheid van z’n inspanningen, z’n strijd opgeeft.”
 
Inderdaad de Duitsers gaan niet over tot een infanterie aanval op de Belgische stellingen waar het 1ste Jagers te Voet gelokaliseerd zit. Dit was ook nooit hun bedoeling geweest. De slag bij Verdun woedde sinds 21 februari 1916 en zoog heel wat Duitse divisies weg van andere delen van het westelijk front. Uit vrees voor aanvallen op hun dunner bezette front namen de Duitser zelf het initiatief ondermeer door aan de IJzer Belgische troepen vast te pinnen door middel van intense bombardementen (trommelvuur). Ook de bevreesde sluipschutters deden hun deel. Dit artillerieduel tussen Belgisch en Duits geschut werd beslecht in een onmiskenbaar Duits overwicht (met zelfs het uittesten van een nieuw Duits wapen, de “Minenwerfer”). De Belgische legerleiding zou hieruit duurzame lessen trekken voor de toekomst.
 
Alfons sneuvelde, tijdens de beschietingen, in een sterk bemande eerste linie. Hierdoor lag het dodental schrikbarend hoog. Later zal de legerleiding, mede onder impuls van de Koning-soldaat Albert I, de eerste linie dunner gaan bevolken ten bate van de tweede linie.
 
Alfons werd nooit gehospitaliseerd waardoor we kunnen aannemen dat hij is komen te sterven (al dan niet onmiddellijk) op het front.
 
Jozef De Vuyst kwam als soldaat van het 7de Linieregiment aan het front op 6 mei 1916 of met andere woorden 16 dagen voor Alfons kwam te sterven. Jozef zat op dat moment helemaal in het zuiden van de Belgische frontlinie, namelijk in de Sous-Secteur-Sud van Steenstraete.
 
Gesneuveld voor het vaderland 1914-1918
 
Alfons sneuvelde bij Diksmuide (grondgebied Kaaskerke, meer bepaald in de zone tussen Diksmuide stad en de beruchte “Boyau de la Mort) op 22 mei 1916.
Volgens het gebidsprentje (en info uit het “In Flanders’ Fields” museum) werd hij oorspronkelijk begraven te Adinkerke.
 
De droeve mare van de dood van Alfons werd tijdens de oorlog gebracht via het Rode Kruis (er mag aangenomen worden dat dit maximaal zes maanden duurde). Hierop volgde dan een zielsmis in de plaatselijke parochiekerk. Dergelijke zielsmissen werden tijdens de oorlog druk bijgewoond en werden door de bezetters niet verhinderd. Evenmin werd het drukken van gedachtenissen of gebidsprentjes belemmerd. Tijdens de zielsmis werd een lege lijkkist op een draagbaar geplaatst (ook katafalk genoemd). Op de lijkkist, centraal vooraan in de kerk, legde men de Belgische driekleur.
 
Er is tot 13 februari 1924 gezocht naar het graf van Alfons DE VUYST. Er werden 2 getuigen gecontacteerd (strijdmakkers) : een zekere J. G. Rosé en een P. P. Van Gijsegem (uit Aalst). Geen van beiden konden inlichtingen verschaffen over de exacte plaats van het graf van Alfons De Vuyst. Een andere strijdmakker (?), Descamps oppert in 1922 het idee dat betreffende militair zou begraven zijn in Fortem of Eggewaartskapelle. In 1923 wordt dit vermoeden tegengesproken. Op 29 november 1922 spreekt de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brugge bij vonnis zijn overlijden uit. Dit vonnis wordt opgenomen in de registers van Diksmuide. Heel even denkt men in 1923 dat grafnummer 161 (heden het nummer 501) dat van Alfons De Vuyst is. Dit blijkt fout en toe te behoren aan ANDRE De Vuyst (1ste Jagers te Voet en overleden op 9 mei 1915). Dit is ontegensprekelijk waar want André De Vuyst overleed in het Militair Hospitaal l'Océan en men mag veronderstellen dat bij dergelijk overlijden de administratie juist werkte (...).
 
Wat eigenaardig is : normaal gezien staat op de fiche 'Inhumé Cre Mil Adinkerke', maar op de fiche van Alfons De Vuyst staat enkel 'Adinkerke'.
Hij is gesneuveld te Kaaskerke. In 1916 bestond een militaire begraafplaats in Kaaskerke zelf. Er is aldus niet onmiddellijk een reden om het lichaam te begraven in Adinkerke tenzij er teveel doden in een korte periode zouden geweest zijn.  
E.H. Walter Maurice Schneider, een uit Anderlecht afkomstig priester, is die tragische maand mei van 1916 van dienst op de begraafplaats van Adinkerke. Op 25 mei vertelt hij aan een dokter De Cuyper dat er sinds 2 mei al 230 manschappen van de 3de (waaronder het 1ste Jagers te Voet) en 4de Legerdivisie een laatste rustplaats vonden te Adinkerke.
 
Besluit : het exacte graf van Alfons De Vuyst is niet meer te lokaliseren. Indien hij begraven werd te Kaaskerke (en foutievelijk op de fiche ingeschreven staat als Adinkerke) dan is hij opgegraven en bijgezet als onbekende op een militaire begraafplaats, hoogstwaarschijnlijk in De Panne, want de meeste lichamen van Kaaskerke werden in juni 1924 bijgezet in De Panne.
Stel echter dat de vermelding 'Adinkerke' op de fiche wel exact is, wat mij persoonlijk aannemelijker lijkt, dan is hij meer dan waarschijnlijk bijgezet als onbekende in Adinkerke zelf. Jammer genoeg is de oorspronkelijke lijst van Adinkerke (met nota's over de herkomst van de lichamen) niet meer in het archief beschikbaar (...).
 
Jozef De Vuyst en Camille Thomas
 
Het verlies van Alfons was een zware slag voor Jozef, m’n grootvader. Na deze en andere oorlogservaringen zal Jozef later op de achterkant van zijn militaire paspoort een handgeschreven adres bijplaatsen. Dit met de bedoeling om bij sterven of dodelijke kwetsuur z’n persoonlijke bezittingen op het juiste adres te laten bezorgen:
 
…en cas de décès ou de blessure mortelle
Camille Thomas
Soldat Belge
N° 18 Rue Constantine
Le Havre
France
 
Het adres in Le Havre werd gekozen omdat Jozef geen contact had met z’n thuis te Brugge.

 

 

Binnenkant van het militaire paspoort van schoenmaker Jozef De Vuyst
 
Na de oorlog
 
Strikt genomen was Alfons de oom van Jozef. Gezien hun kleine leeftijdsverschil (enkele maanden) speelden zij als kinderen steeds samen in de straatjes van de Sint-Annawijk te Brugge en was Alfons veeleer een broer voor Jozef.   De twee trokken dan ook op als echte boezemvrienden, zeg maar “pietje vernieks”.
 
Onmiddellijk na de oorlog zocht de weduwe van Alfons De Vuyst, met name Jeanne Sligtinck, toenadering tot Jozef De Vuyst, onze grootvader. De geschiedenis leert ons dat Jozef daar niet is op ingegaan.
 
Na de oorlog werd er in de Kerkstraat, in het gezin De Vuyst – Schotte, weinig of niet meer over Alfons gesproken. Het leven moest verder. Jozef is, volgens overlevering, evenmin op zoek gegaan naar een mogelijke begraafplaats. Als oudgediende en vuurkruiser wist hij wellicht dat zoeken naar z’n “broer” zinloos was…
 
Ongeveer op de plaats waar Alfons kwam te sneuvelen werd later de “Calavarieberg van den Yser” te Diksmuide opgericht. Deze is vandaag nog steeds te bezichtigen. Jozef heeft echter nooit geweten dat Alfons daar ongeveer was komen te sneuvelen.
 
 
 
Vereremerkingen
 
Alfons werd postuum vereerd met volgende onderscheidingen:
Oorlogskruis met palm
Kruis van Ridder in de Orde van Leopold II met palm
Overwinnings- en herinneringsmedaille
1 frontstreep
 
Eerbetoon
 
Steden en gemeenten vereerden hun gesneuvelde soldaten en burgerlijke slachtoffers. De jaren twintig werden gekenmerkt door talloze lokale festiviteiten rond nieuw opgerichte monumenten. 
 
De letters “Alfons De Vuyst” werden gebeiteld in het witte natuursteen van een gedenkplaat. Deze gedenksteen bevindt zich vlakbij de Jerusalemkerk in de wijk Sint-Anna te Brugge en werd op 30 september 1928 (te 16.00 uur) onthuld door burgemeester V.Van Hoestenberghe.
 
We lezen bovenaan “Kring “Ste-Anna Voorwaarts” vrome hulde aan de roemrijke gesneuvelden en burgerlijke slachtoffers der parochie Ste-Anna”. De parochie Sint-Anna was een levendige volkse arbeidersbuurt.
 
Niettegenstaande Alfons na z’n huwelijk in de Leemputstraat woonde, aan de andere kant van Brugge, werd hij toch opgenomen in de gedenksteen van de wijk St.-Anna. Samen met z’n ouders had hij immers in de Vulderstraat (nr.B25) gewoond.

 

Dankwoord
 
Zonder de steun van hierna vernoemde personen zou dit relaas niet geworden zijn wat het nu is:
Dhr.Rob Troubleyn (Ministerie van Defensie, dienst graven, Brussel)
Dhr.Wilssens Danny (In Flanders’ Fields museum, Ieper)
Dhr.Xavier Van Tilborg (Ministerie van Defensie, dienst archieven, Evere Brussel)
Dhr.Raymond De Vuyst
Mevr.Renilde De Vuyst (+)
 
Met dank aan oude familieverhalen.
 
Bronnen
 
1914-1918 Aan de 2000 dooden van de 7de, 17de, 27ste Linie Regimenten, zonder datum, zonder uitgever, zonder schrijver.
La vie d’un régiment Belge pendant la geurre 1914-1918, zonder datum, zonder uitgever, capitaine-retraité Riffont.
Herinneringen. Jeugd in oorlogstijd, Achille van Acker, 1967, Uitgeverij s.m. ontwikkeling Antwerpen.
Het drama van de dodengang, Siegfried Debaeke, 1998, uitgeverij de Klaproos.