Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

ALGEMENE INFO WO1

 

 Belgische opleidingskampen in Bretagne en Normandië tijdens Wereld-oorlog 1914-1918
 

 

Doodeenvoudige jonge mensen

België had meer dan zestigduizend oorlogsslachtoffers (militairen, burgers, gedeporteerden, dwangarbeiders, gefusilleerden) te betreuren en bovendien kwamen ongeveer vijftigduizend soldaten verminkt thuis. Van het "l’Armée de Campagne" werden 56.000 soldaten in de Belgische fronthospitalen verzorgd.

In totaal hebben ongeveer 350.000 Belgen deelgenomen aan de loopgravenoorlog, van wie twee van de drie ook werkelijk het front gezien hebben. In totaal zouden er, tijdens de oorlogsjaren, meer dan 130.000 nieuwe soldaten bijkomen (via Nederland en uit zes militielichtingen). Van augustus tot oktober 1914 meldden zich reeds 23.000 vrijwilligers. Vanaf dan zullen zich tot 1918 nog eens 32.000 vrijwilligers melden. Bij het begin van de vijandelijkheden zorgde elke eenheid voor zijn rekrutering. Vanaf maart 1915 besliste het Ministerie voor Binnenlandse Zaken een aantal wervingsburelen op te richten in Frankrijk (Boulogne, Bordeaux, Lyon, Rennes, Marseille, Rouen, Le Havre, Le Mans, Caen, Clermont-Ferrand, Saint-Lô en Parijs), Engeland (London en Folkestone) en

Opgesteld door P.De Vuyst – NSB Dudzele – brochure 12 – versie 5/20150125

in het onbezette België. De medische twijfelgevallen werden ter observatie naar het hospitaal Bonsecours nabij Rouen gestuurd.

In het najaar van 1914 werden de manschappen zonder opleiding in allerijl verzameld en verdeeld over verschillende plaatsen. Deze "heroïsche en moeizame" periode werd gekenmerkt door zelfredzaamheid en tekorten; van reglement tot kledij, van voeding tot officieren. Niettegenstaande vertrokken in januari 1915 reeds 15.000 opgeleide soldaten uit hun opleidingskampen.

Nadien, in de periode van stabilisatie, reorganiseerde de legerleiding haar middelen in Noord-Frankrijk (Rouen, Normandië en Bretagne). De scholen en opleidingskampen, ateliers en fabrieken lagen ver verwijderd van het front en werden beheerd vanuit de voorstad Sainte Adresse (Le Havre), de zetel van de Belgische regering. In Gravelines waren magazijnen voor kleding, kleine levensmiddelen en benzine. Dichter bij het front, met Calais als centrum, lagen de bevoorradingsbases (bijv. haver en bloem) en hospitalen. In Bourbourg was er een veldbakkerij, een beenhouwerij en ook een veepark.

De kampen

Het verhaal van de opleidingen kan men opsplitsen in enerzijds de opleidingskampen uit vredestijd en anderzijds de kampen ontstaan in Frankrijk als gedwongen maatregel ten tijde van oorlog. Deze tekst behandelt uitsluitend deze laatste groep.

Opleidingskampen zijn oorspronkelijk ontstaan om rekruten van een elementaire soldatenopleiding te voorzien. Pas later om er specialisaties te vormen.

We onderscheiden:

- de soldaten

- de onderofficieren ("les cadres")

- de officieren (bekwaamheid: des armes simples of d’armes 

   speciales)

Bij elk van deze drie groepen werden opleidingskampen/scholen in functie van het wapen opgericht (infanterie, cavalerie, genie, artillerie). De termen recrutering en opleiding zijn twee nauw verwante woorden. Daar de infanterie de ruggengraat van het leger was, werden eerst enkel infanteristen opgeleid (om de grootste noden te lenigen). Het zal pas in 1915 zijn dat men zal overgaan tot de opleiding in andere wapens.

 

 

Kamp van Auvours, barak 77. Tijd om te eten voor deze infanteristen in opleiding.
 
Hoofdstuk I: de opleidingskampen achter het front
 
De opleidingskampen voor officieren
 

De opleidingsplaatsen voor officieren werden voornamelijk opgericht in leegstaande Franse kazernes.

Centre d’instruction d’élèves Officiers (C.I.E.O.)

Deze school werd opgedoekt in augustus 1916 (Bajeux).

Centre d’instruction d’état-major (C.I.E.M.)

De opleiding tot officier aan de generale staf kende amper twee sessies en werd gegeven te Veurne.

Centre d’instruction des Sous-Lieutenants Auxiliaires (C.I.S.L.A.)

Het Belgische leger leed aan een tekort aan officieren. Zelfs noodoplossingen konden de nood niet lenigen (gepensioneerde officieren bijvoorbeeld). Dit tekort of deze geleden verliezen moesten aangevuld worden. Daarom werd beslist scholen op te richten, de zogenaamde C.I.S.L.A.

Bepaalde soldaten lieten hun basisopleiding niet onopgemerkt voorbijgaan en werden toegelaten zich te melden bij de C.I.S.L.A.

Op 24 december 1914 werd commandant Neuray belast met de oprichting van de C.I.S.L.A.

Opgesteld door P.De Vuyst – NSB Dudzele – brochure 12 – versie 5/20150125

Er werden vier C.I.S.L.A. opgericht: infanterie (Gaillon – Chateau d’Amboise, 15.01.1915), cavalerie (Guines, Calais, 22.04.1915), artillerie (Audresselles, 14.04.1915) en de genie (Ardres, 15.05.1915).

De opleiding was vooral praktisch gericht en duurde eerst amper een maand om later te evolueren in vier maanden. Na de opleiding te Gaillon volgde men nog kursus in het opleidingscentrum voor mitrailleurs te Criel (Picardië), het C.I.M., en te Fécamp in de school der grenadiers, het C.I.A.M..

Na de opleiding werd men als sergeant toegevoegd aan de peletonoverste. De aanpassing aan het frontleven, na tien maanden afwezigheid, was niet eenvoudig voor een aspirant-officier. Op advies van de commandant en de majoor bekwam men dan aan het front de kans op een volgende benoeming, adjudant (hoogste rang onder de onder-officieren, één witte ster) of de rang van hulp-onderluitenant of sous-lieutenant auxiliaire (de laagste rang onder de officieren, één gouden ster). De sergeant diende zich te melden bij de korpsoverste (kolonel) en werd er door hem ondervraagd.

In één beweging van toegevoegd sergeant promoveren tot officier was een prestatie.

Centre d’instruction d’officiers d’artillerie (C.I.O.A.)

C.I.S.L.A.-artillerie . Geplaatst te Audresselles nabij Cap Gris-Nez (april 1915) en dit onder commandant Pouleur. In 1916 verhuisden zijn naar Onival.

Centre d’instruction d’officiers de cavalerie (C.I.O.C.)

C.I.S.L.A.-cavalerie Deze école stond onder leiding van commandant Haegeman. Na deze kursus volgde men tevens de instructiekursussen te Criel en te Fecamp.

Centre d’instruction d’officiers de genie (C.I.O.Gn.)

C.I.S.L.A.-genie.  Onder leiding van commandant Dujardin. Onderofficieren en vrijwilligers werden hier opgeleid tot officier van de genie.

Centre d’instruction d’officiers d’infanterie (C.I.O.I.)

C.I.S.L.A.-infanterie . Zij stonden onder commandant Neuray.

De opleidingskampen voor onderofficieren

Bayeux (opstart per 19 februari 1915)

Centre d’instruction des sous-lieutenants Auxiliaires (C.I.S.L.A.I.) 

Centre d’instruction des Sous-Officiers Instructeurs (C.I.S.O.I.)

In Bayeux bevond zich, in het stadje, een kazerne die gehuisvest was in een oud-seminarie.

Wanneer een soldaat geslaagd was voor het examen van onderofficier werd hij benoemd tot sergeant en verkreeg de toelating om aan het C.I.S.L.A., te Gaillon, een extra opleiding tot hulp-onderluitenant te volgen (kandidaat officier). Een opleiding aan C.I.S.O.I. duurde drie maanden (majoor Massart).

 

 

 

 De opleidingskampen voor onderofficieren

De opleidingskampen voor soldaten

Centre d’instruction d’infanterie (C.I.I.)

De gerekruteerden hadden zich gemeld uit Frankrijk, Engeland, Nederland en het bezette en onbezette deel van België.

Deze soldaten (een "volontaire de guerre" of een "volontaire forcé") werden naar een Centre d’instruction (C.I.) of opleidingscentrum gestuurd.

 
 

 

De kazerne van Dieppe.

Centre d’instruction d’infanterie (respectievelijke nummering)

CI 1 Parigné-l'Evêque

CI 1 Fecamp (CI 1 Division d’Armée)

CI 2 Honfleur (CI 2 DA)

CI 2 Villier-le-Sec (CI 2 DA)

CI 2 Sommervieu (CI 2 DA)

CI 3 Granville (CI 3 DA)

CI 3 Coutances (CI 3 DA)

CI 3 Saint-Lô (CI 3 DA)

CI 4 Caen

CI 4 Auvours (CI 4 DA)

CI 5 Carteret (CI 5 DA)

CI 5 Barneville

CI 5 Octeville (CI 5 DA)

CI 5 Querqueville (CI 5 DA)

CI 6 Valognes (CI 6 DA)

CI 6 La-Haye-du-Puits (CI 6 DA)

CI 6 Montebourg (CI 6 DA)

CI 7 Auvours

CI 8 Carentan

CI 9 Parigné-l'Evêque (later CI 1)

CI 10 Dieppe

CI 10 Pourville

CI 10 Eu

Korte schets evolutie ontstaan der opleidingskampen

 De eerste kampen (6 oktober 1914)

o Dieppe, Caen, Bayeux, Villerville, Cherbourg, Granville.

 Nieuwe kampen (12 oktober 1914)

o Villerville wordt vervangen door Querqueville, Avours

 Uitbreidingen (17 oktober 1914)

o Honfleur, Villiers-le-ec, Octeville, Sommervieu, Montebourg, Dieppe.

 Verdere uitbreiding (5 december 1914)

o Carentan

 Nieuwe uitbreiding (25 januari 1915)

o Avranches

 Aanvullende uitbreiding (31 januari 1915)

o Parigné-l'Evêque

Reorganisatie van de kampen, eerste vereenvoudiging (14 november 1915)

 CI 1 Parigné-l'Evêque

 CI 2 Honfleur

 CI 3 Granville, Saint-Lô, Coutances

 CI 4 Auvours

 CI 5 Carteret,

 CI 6 Valognes, Montebourg, La-Haye-du-Puits

 CI 10 Dieppe

Reductieperiode, verdere vereenvoudiging (vanaf 1918)

CI 1, 3, 4, 5 en 6 allen samen te Auvours (Le Mans)

 
 
                                                                  Parigné-l’Evêque.
 Een barak uit de “Centre d’Instruction” voor infanterie.
 
In deze kampen leerde men omgaan met het geweer, het vechten met het bajonet en het soldatenleven. Deze opleiding nam in het begin van de oorlog vier weken in beslag om echter snel te evolueren tot vier maanden (vanaf 1915). De soldaten in opleiding liepen soms weken in burgerkledij maar werden later standaard voorzien van een soort vaalwitte oefenuniformen, dit werd op zijn beurt een blauw uniform. Vele witte tenten maakten in 1915 langzamerhand plaats voor houten barakken.

Het aantal opleidingskampen stond in functie van het wapen. In de periode van verwarring, eind 1914 (oktober, november, december), zijn ons 16 opleidingskampen met naam bekend. In het streven naar herstructurering bleven er begin 1915 nog een tiental over. Zo waren er uiteindelijk per 1916 zes opleidingscentra voor de infanterie (één per legerkorps), twee voor artillerie en één voor de genie.

De opgeleide soldaten voegden zich bij het veldleger waar zij, vanaf 1917 een aanvullende vorming kregen in het opleidingscentrum van de divisie, dat vanaf februari 1918 aanvullings- en opleidingsbataljon heette (zie verder).

Dankzij één of andere technische scholing kon men overgaan tot eenheden als genie of telegrafie of naar een andere dienst of atelier achter het front.

Het Camp d’Auvours was in oorsprong een Franse kazerne. Andere opleidingsplaatsen waren oorspronkelijk seminaries, scholen of verlaten grote gebouwen.

Het kamp van Auvours werd voor de oorlog als oefenterrein gefrequenteerd door verschillende Franse regimenten. Op het einde van 1914 werd deze plaats het belangrijkste opleidingscentrum voor de infanterie van het Belgische leger (5 à 6.000 recruten). Priester Servranckx was de aangestelde aalmoezenier van het kamp. Deze aalmoezenier klaagde niet alleen de erbarmelijke woonomstandigheden aan tijdens de eerste Oorlogswinter (één man zou zelfs doorvriezen onder zijn tent) maar gaat dagelijks de huizen af van Le Mans met een vraag om ondergoed, truien, schoenen, en dergelijke meer. Hij doet deze broodnodige verplaatsingen met een wagen die hem ter beschikking werd gesteld. Eind januari 1915 had eerwaarde Servranckx reeds 6.000 stuks kledij verdeeld. Hij slaagt er ook in om andere jonge geestelijken verbonden aan de gezondheidsdiensten of Service de Santé te groeperen in aparte tenten (seminaristen, broeders, missionarissen en andere religieuzen verbonden aan verschillende orden). Tijdens hun opleiding tot "infirmier-brancardier" besliste hij om hen in de mogelijkheid te stellen hun religieuze studies verder te zetten. Hij laat een houten kapel optrekken (later een volwaardige kerk waar elke maand 2.000 communies worden uitgedeeld. Hij opent een bibliotheek met annex leeszaal (met meer dan 4.000 titels), een eetzaal waar men maaltijden kan nuttigen aan voordelige tarieven en aansluitend winkeltjes waar men alles aan ongeveer de helft van de prijs kan kopen. Maar de belangrijkste creatie is deze van een "Cercle Militaire" waar meedere malen per week spelletjes, wedstrijden en toneelstukjes worden opgevoerd. In de feestzaal kan men op een scene theater en cinema volgen (800 zitplaatsen).

Soldaat Hubert Lefebvre, Camp d’Auvours

"De meesten van de recruten zijn Vlamingen….de Walen vormen een heel kleine groep; de meesten van deze jongens waren vluchtelingen, geëmigreerden naar Nederland, alwaar de wet van november hen dienstplichting maakte."

Per 5 augustus 1915 hadden reeds 34.000 opgeleiden hun weg naar het front gevonden.

Soldaat Jules Vandamme, Carteret

"…te voet naar klein Leisele. Als we daar ’s avonds aankwamen werden we opgeladen op beestewagens. We zijn zeker twee dagen op weg geweest naar Carteret. We waren er in logement in het hotel "A la Mer", niet ver van de zee. We waren daar om onze instructie te doen. We kregen ook ons uniform. Oude Belgische soldatenklederen. Toen hebben ze ons gezift of geselecteerd, er waren er voor de mitrailleurs, de lichtste mannen voor de cavalerie of het paardevolk, enkelen voor de genie, enfin in verschillende groepen. Er was geen keuze op, ik en was geen lichte en vloog bij de artillerie.

Dat ging zo: plots op een avond komt een Eerste Piet onze kamer binnen, alleen de grootste moesten op één rij staan, alle zware mannen voor de Artillerie. ’s Anderendaags ’s morgens moesten we de trein op naar Calais. In Calais moesten we te voet naar een groot kamp waar alle soorten van regimenten waren, allen in verschillende barakken. Onze instructie begon, we kregen opleiding over nieuwe stukken, kanonnen, mortieren, lansbommen noemden we dat."

 

 

Vertrek uit Carteret. Op weg naar het regiment.

Soldaat Tuur De Smet, november 1914, Camp d’Auvours

"We werden ondergebracht in tenten en kregen als uitrusting een laken broek, een jas die veel meer leek op een gevangenisvest, een gamel, een strozak en een deken. Na harde trainingsdagen, aan dertig centiemen per dag en zonder overjas om ons te beschermen tegen de winterkoude, kwam het ogenblik dat onze uniformen werden uitgereikt."

Soldaat Emiel Sys, 1914, Granville

"Maar als ik in de stad Granville kwam om mijn dienst te leren, mochten wij van zeven tot negen in de stad uitgaan. Hier en daar waren kleine caféetjes, doch wel meest rond de kazerne."

Normale dagorde van het kamp

06.00u Reveil

07.00u Brood en koffie

08.00u tot 11.45u Verzamelen en oefeningen

12.00u Soep uit de gamelle en wat brood

13.30u tot 17.00u Verzamelen en oefeningen

17.00u tot 18.00u Theorie

18.00u tot 20.00u Avondmaal en uitgaanstijd

De oefeningen konden ter plaatse zijn in het kamp maar bestonden ook uit dagmarsen op verplaatsing. Vaak door regen en wind. Er was niet alleen het ploeteren door slijk maar tevens het immer aanwezige hongergevoel.

Specialisaties

Centre d’instruction des Anciens Militaires (C.I.A.M.)

In Dieppe of Fécamp werden militairen één maand onderworpen aan beproevingen teneinde hun authoriteit/leiderschap te kunnen bewijzen in het oefenveld terwijl ze onderricht werden door frontervaren oversten.

Men werd pas na een aanvullende opleiding aan de "Ecole de grenadiers" te Fécamp en aan de "Ecole de mitrailleurs" te Criel-sur-mer toegelaten zich terug te vervoegen bij het regiment.

Ecole d’Aviation

Deze was gelegen bij Etampes (ten zuiden van Parijs). De eerste promotie te Etampes werd in augustus 1915 begroet. Het vliegveld van Etampes werd later verhuisd naar Juvisy (per 26 mei 1917). Andere minder bekende plaatsen waar tevens opleiding werd genoten, waren nabij Calais gesitueerd:

a) voor landvliegtuigen: Beau-Marais

b) voor watervliegtuigen het Pas-de-Calais

Centre d’instruction de Mortiers et de T.S.F.(Télégraphie Sans Fil)

Deze bevond zich nabij Calais (Grand-Fort-Philippe).

Centre d’instruction de Grenadiers (C.I.G.)

Deze bevond zich te Fécamp. Later wordt er nog een opgericht te Tétéghem nabij Cassel.

Ecole de Tireurs d’élite

Scherpschutters

Ecole de Maréchalerie

Smederij

Ecole d"application pour l’infanterie

Centre d’instruction d’Artillerie (C.I.A.)

Eu. Nabij de kust. Dit betrof de oude kazerne Drouet. Hier werden rekruten en oud-militairen opgeleid. Per 1 mei 1915.

Centre d’instruction d’artillerie de tranchée (C.I.A.T.)

 Grand-Fort-Philippe (Duinkerken).

 Petit Courgain (Calais, per juni 1916).

 Eu (Saint-Quentin).

Centre d’instruction de Mitrailleurs (C.I.M.)

 Criel-sur-mer (per 17 mei 1915)

 Oye-plage.

Criel-sur-Mer, mitrailleurs, sectie Vanderhasselt, 1ste Linieregiment
 
Centre d’instruction de Cavalerie (C.I.C.)
Campagne (Calais) onder het beheer van majoor Haegeman.
 
L’entrainement d’auto-canons
Tot 1916 in de nabijheid van Parijs, later bevond deze sectie zich te Calais Gravelines alwaar zij zich ook oefende in de luchtafweer.
Centre d’instruction du Genie (C.I.Gn)
Trainingskamp te Ardres. Onder andere met betrekking tot de uitvoering van verdedigingswerken.
 
Centre d’instruction de Brancardiers en Infirmier (C.I.B.I.)
In november 1914 in het hospitaal Jeanne d’Arc te Calais. Zij leerden verantwoordelijkheden aan voor eerste hulpverlening aan zieken en gewonden met bovendien de evacuatie naar hulpposten. Ook het Camp d’Auvours had een centrum voor verplegers en brancardiers.
 
Centre d’instruction technique d’Infanterie (C.I.T.I.)
Ontstond per 1 september 1918 en omvatte vanaf toen het C.I.M., de Ecole de Grenadiers en de Ecole Tireurs d’élite.
 
Hoofdstuk II: de opleidingskampen aan of nabij het front
 
Centre d’instruction divisionnaires (C.I.D.)
1917. Er was één opleidingscentrum per legerkorps. Zij had als doel korporaals, onder-officieren en officiers chef de peleton van de infanterie en de genie en de specialisaties van de infanterie op een hoger niveau te tillen.
 
Bataillon de renfort et d’instruction (B.R.I.)
In februari 1918 werden de C.I.D. vervangen door de B.R.I. De doelstellingen waren dezelfde gebleven.
 
Centre d’instruction divisionnaire d’artillerie (C.I.D.A.)
Deze opleidingscentra volgden hetzelfde stramien als dat van de C.I.D. maar zijn gewijzigd qua naam en vormgeving.
 
Hoofdstuk III: besluit
 
Met deze beperkte tekst was het vooral mijn bedoeling een ander aspect van het oorlogsgebeuren naar boven te halen. Belgische soldaten hebben met ongeveer 130.000 onderricht ontvangen in verschillende kampen soms met 5 à 6.000 tegelijk in één en hetzelfde kamp.  Het was een tijd waarin het ratelen van typmachines mensen naar het front bracht.  Jozef De Vuyst werd opgeleid in Auvours tijdens de eerste oorlogswinter. Andere Dudzelenaars zouden volgen.
 
De Franse bevolking
De Fransen bekeken de Belgische jongens onder de vluchtelingen met een boze blik. De Franse jongeren zijn immers allen gemobiliseerd. Zo gebeurd het dat Franse gendarmen in stations of openbare gebouwen de jonge Belgische mannen tussen 18 en 25 jaar aanhouden en naar een militair aanwervingsbureel brengen. Wie geschikt bevonden wordt, gaat onmiddellijk naar een opleidingskamp. Aan de familie werd dan een bericht gestuurd dat zoonlief als vrijwilliger werd ingelijfd…
 
Het leed
Het “Comité des Amis de la Belgique” heeft in de periode november 1914 – november 1916, 24 “bloemenkransen voor de zerken van de in Le Mans overleden soldaten” besteld, als gift. Het “Camp d’Auvours” telde met andere woorden gemiddeld één dode per maand. Zij werden begraven in Le Mans (Sarthe).
 
Eventuele opmerkingen en aanvullingen zullen met dank aanvaard worden.  
 
Gebruikte bronnen:
-       Un Royaume en Exil, La Belgique due dehors, Maurice des Ombiaux
-       L’effort Belge en France pendant la guerre, Albert Chatelle, 1934
-       Comité des Amis de la Belgique, nov.1914-nov.1916, hommage, 1916
-       Bulletin Belge des sciences militaire, octobre 1928, tome II, n° 4
-       1914-1918 De Grote Oorlog, Openbaar kunstbezit Vlaanderen
-       De Groote Oorlog, Sophie De Schaepdryver, 1997
-       Van den Grooten Oorlog. Volksboek. Elfnovembergroep, 1978
-       Frontleven 14/18. Retrospectief. Ria Christens en Koen De Clercq, 1987
-       Journal d’un Fantassin, Hubert Lefebvre, biografie
-       Lyr R., Nos héros morts pour la patrie. Brussel 1920
-       Krant Het Volk, 9 november 1987, getuigenis Tuur De Smet
-       Emiel Sys in de Grote Oorlog, redaktie V.Degrande, deel IV
-       Deseyne A. en A., Zonnebeke 1914-1918. Dood en heropstanding van een dorp, André Deseyne, Zonnebeke, 1976.
 

Criel-sur-Mer, mitrailleurs, sectie Vanderhasselt, 1ste Linieregiment

Centre d’instruction de Cavalerie (C.I.C.)

Campagne (Calais) onder het beheer van majoor Haegeman.

Opgesteld door P.De Vuyst – NSB Dudzele – brochure 12 – versie 5/20150125

L’entrainement d’auto-canons

Tot 1916 in de nabijheid van Parijs, later bevond deze sectie zich te Calais Gravelines alwaar zij zich ook oefende in de luchtafweer.

Centre d’instruction du Genie (C.I.Gn)

Trainingskamp te Ardres. Onder andere met betrekking tot de uitvoering van verdedigingswerken.

Centre d’instruction de Brancardiers en Infirmier (C.I.B.I.)

In november 1914 in het hospitaal Jeanne d’Arc te Calais. Zij leerden verantwoordelijkheden aan voor eerste hulpverlening aan zieken en gewonden met bovendien de evacuatie naar hulpposten. Ook het Camp d’Auvours had een centrum voor verplegers en brancardiers.

Centre d’instruction technique d’Infanterie (C.I.T.I.)

Ontstond per 1 september 1918 en omvatte vanaf toen het C.I.M., de Ecole de Grenadiers en de Ecole Tireurs d’élite.

Hoofdstuk II: de opleidingskampen aan of nabij het front

Centre d’instruction divisionnaires (C.I.D.)

1917. Er was één opleidingscentrum per legerkorps. Zij had als doel korporaals, onder-officieren en officiers chef de peleton van de infanterie en de genie en de specialisaties van de infanterie op een hoger niveau te tillen.

Bataillon de renfort et d’instruction (B.R.I.)

In februari 1918 werden de C.I.D. vervangen door de B.R.I. De doelstellingen waren dezelfde gebleven.

Centre d’instruction divisionnaire d’artillerie (C.I.D.A.)

Deze opleidingscentra volgden hetzelfde stramien als dat van de C.I.D. maar zijn gewijzigd qua naam en vormgeving.

Hoofdstuk III: besluit

Met deze beperkte tekst was het vooral mijn bedoeling een ander aspect van het oorlogsgebeuren naar boven te halen. Belgische soldaten hebben met ongeveer 130.000 onderricht ontvangen in verschillende kampen soms met 5 à 6.000 tegelijk in één en hetzelfde kamp. Het was een tijd waarin het ratelen van typmachines mensen naar het front bracht. Jozef De Vuyst werd opgeleid in Auvours tijdens de eerste oorlogswinter. Andere Dudzelenaars zouden volgen.

Opgesteld door P.De Vuyst – NSB Dudzele – brochure 12 – versie 5/20150125

De Franse bevolking

De Fransen bekeken de Belgische jongens onder de vluchtelingen met een boze blik. De Franse jongeren zijn immers allen gemobiliseerd. Zo gebeurt het dat Franse gendarmen in stations of openbare gebouwen de jonge Belgische mannen tussen 18 en 25 jaar aanhouden en naar een militair aanwervingsbureel brengen. Wie geschikt bevonden wordt, gaat onmiddellijk naar een opleidingskamp. Aan de familie werd dan een bericht gestuurd dat zoonlief als vrijwilliger werd ingelijfd…

Het leed

Het "Comité des Amis de la Belgique" heeft in de periode november 1914 – november 1916, 24 "bloemenkransen voor de zerken van de in Le Mans overleden soldaten" besteld, als gift. Het "Camp d’Auvours" telde met andere woorden gemiddeld één dode per maand. Zij werden begraven in Le Mans (Sarthe).

Eventuele opmerkingen en aanvullingen zullen met dank aanvaard worden.

Gebruikte bronnen:

- Un Royaume en Exil, La Belgique due dehors, Maurice des Ombiaux

- L’effort Belge en France pendant la guerre, Albert Chatelle, 1934

- Comité des Amis de la Belgique, nov.1914-nov.1916, hommage, 1916

- Bulletin Belge des sciences militaire, octobre 1928, tome II, n° 4

- 1914-1918 De Grote Oorlog, Openbaar kunstbezit Vlaanderen

- De Groote Oorlog, Sophie De Schaepdryver, 1997

- Van den Grooten Oorlog. Volksboek. Elfnovembergroep, 1978

- Frontleven 14/18. Retrospectief. Ria Christens en Koen De Clercq, 1987

- Journal d’un Fantassin, Hubert Lefebvre, biografie

- Lyr R., Nos héros morts pour la patrie. Brussel 1920

- Krant Het Volk, 9 november 1987, getuigenis Tuur De Smet

- Emiel Sys in de Grote Oorlog, redaktie V.Degrande, deel IV

- Deseyne A. en A., Zonnebeke 1914-1918. Dood en heropstanding van een dorp, André Deseyne, Zonnebeke, 1976.

- De Bruyne I., We zullen ze krijgen ! Brancardiers aan het IJzerfront. 1914-1918. Davidsfonds, Leuven, 2007.

- http://www.rdpypres.com

Tekst en foto’s: Paul De Vuyst